Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Doodsweg 3 te Bornerbroek, gemeente Almelo
收藏DANS Data Station Archaeology2016-01-26 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XWS-NT2V
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Op grond van de bestudeerde bronnen kon geconcludeerd worden dat het plangebied een matige trefkans heeft op archeologische resten van het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen. Voor de Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd geldt een hoge verwachting, doordat zich aan de overzijde van het plangebied aan de Doodsweg tot in de 18e eeuw het historisch erf Nijhuis of Nijenhuis bevond51. Door de heideontginning, de agrarische bewerking maar met name door de inrichting van het huidige boerenerf (Groot Hedde) is de bodem onder de gebouwen verstoord geraakt tot een diepte variërend van 0,30-1,85m-mv met een verstoord oppervlak van 3.576m². De eventueel aanwezige eerdlaag kan slechts beschermend hebben gewerkt voor de in de bodem aanwezige archeologische waarden op plekken waar geen gebouwen zijn gerealiseerd en waar geen kelders zijn gerealiseerd (boerderij uit 1913, kapschuur uit 1961). Onder de stallen (met kelders) is de bodem in ieder geval tot in de top van de C-horizont (>1m-mv) verstoord. Om de intactheid van de bodemopbouw, de bodemsamenstelling en het verwachtingsmodel te toetsen is een karterend booronderzoek uitgevoerd. De onderzoeksvragen uit het bureauonderzoek kunnen hiermee als volgt worden beantwoord: Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? De bodemopbouw in de noordelijke helft van het plangebied bestaat uit een deels intacte hoge zwarte enkeerdgrond onder een subrecente bouwvoor. In de zuidelijke helft van het plangebied is een deels intacte beekeerdgrond aangetroffen onder een subrecente bouwvoor. Van de 32 boringen hebben er 15 een intacte bodemopbouw bestaande uit een intacte eerdlaag op dekzand of een intacte eerdlaag met een intacte podzol (inspoelingshorizont) in de top van het dekzand. Deze intacte bodems bevinden zich echter verspreid over het gehele plangebied. Het centrale bebouwde deel van het plangebied is relatief het meest verstoord door de inrichting van het bestaande erf. De dikte van de afdekkende holocene laag varieert van 50 cm (boring 22) tot 180 cm (boring 3 en boring 25). Deze variatie hangt samen met de mate van recente en subrecente ophogingen die in het plangebied aangetroffen zijn. Ter plaatse van de akkerpercelen is de oorspronkelijke bouwvoor gemiddeld op een diepte van 70 cm-mv aangetroffen. Het is niet bekend wanneer precies en met welke reden de akkerpercelen zijn opgehoogd. Op grond van de datering van de tijdens de veldverkenning opgeraapte oppervlaktevondsten heeft dit echter niet vóór 1875 plaats gevonden. Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn? Hoewel in 15 boringen een intacte bodemopbouw is aangetroffen en ook de top van de C-horizont in deze boringen niet vergraven is, zijn er geen oude bewoningslagen of cultuurlagen aangetroffen. Wel is in boring 9 in de voortuin van de bestaande boerderij een aardewerkscherf van kogelpotaardewerk uit de 14e of de 15e eeuw aangetroffen. Hoewel de bestaande boerderij niet ouder is dan 1850, zijn de landbouwgronden rondom de boerderij mogelijk al wel ouder, wat de aanwezigheid van deze aardewerkscherf kan verklaren. Aan de noordzijde van het plangebied (overzijde van de Doodsweg) was tot in de 18e eeuw Erve Nijhuis gesitueerd. Het is goed mogelijk dat de landerijen van dit erf zich uitstrekten tot in het plangebied. De aardewerkscherf is in dat geval als bemestingskeramiek te interpreteren en hoeft dus niet per sé aan bewoningssporen uit het plangebied zelf gerelateerd te zijn. Vanwege het ontbreken van concrete aanwijzingen van vindplaatsen ouder dan 1850 kan de hoge archeologische verwachting voor alle perioden voor het plangebied daarom bijgesteld worden naar laag.</p>
提供机构:
Hamaland advies vof
创建时间:
2016-01-27



