Transect-rapport 2125: Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. Proefsleuven, Variant Archeologische Begeleiding. Mierlo, Broekstraat 55, Gemeente Geldrop-Mierlo (NB)
收藏DANS Data Station Archaeology2019-07-02 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XVE-2MPN
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In december 2018 is een archeologisch proefsleuvenonderzoek, variant archeologische begeleiding, uitgevoerd in een plangebied aan de Broekstraat 55 te Mierlo. Hierbij is een werkput aangelegd met een oppervlakte van 135 m2. Uit een bestudeerde profielkolom is gebleken dat de bodemopbouw bestaat uit een recent, verstoord zandpakket met daaronder een bouwvoor (spoor 1000), die o.a. puinfragmenten en plastic bevat. Daaronder is de natuurlijke ondergrond (spoor 3000) aanwezig, die bestaat uit lichtgeel dekzand met veel roestvlekken en siltbandjes. De top van het dekzand is niet meer intact en wordt gekenmerkt door recente verstoringen en bioturbatie. De top van het dekzand bevindt zich in profiel 1 op 18,20 m +NAP (ca. 60 cm -Mv), maar zal oorspronkelijk op een hoger niveau hebben gelegen. Concluderend is de opbouw van de bodem weinig intact. Dit was reeds uit het booronderzoek (Verhagen / Rap 2018) gebleken. Ter plaatse van boring 1 en 2 (gelegen in werkput 1 van onderhavig proefsleuvenonderzoek) was de ondergrond tot een diepte van gemiddeld 100 cm -Mv verstoord. Vanuit het bureauonderzoek (Verhagen / Rap 2018) is bekend dat in het noordwestelijk deel van het plangebied een sanering heeft plaatsgevonden van een olieopslagtank in 1994. Alleen ter plaatse van boring 6 van het booronderzoek was sprake van een mogelijk historisch uitbraakpakket, waarmee sprake was van een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden uit de periode Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd. Boring 6 is echter gelegen in het noordoostelijk deel van het plangebied waar niet is opgegraven tijdens het proefsleuvenonderzoek. De zes aangetroffen sporen bevinden zich in de (verstoorde) top van het dekzand. Het betreft drie kuilen en drie paalkuilen (spoor 4 en 6 bleken samen één paalkuil te zijn). Spoor 1 is geïnterpreteerd als recente kuil, de overige sporen zijn in de Nieuwe tijd gedateerd. De sporen van het proefsleuvenonderzoek zijn geprojecteerd op de Kadastrale Minuut (1811 - 1832) en een kaart uit 1953. De Kadastrale Minuut is de oudste geraadpleegde kaart in het vooronderzoek (Verhagen / Rap 2018), maar bebouwing uit deze periode is niet teruggevonden binnen de grenzen van het plangebied. Zoals bleek uit het vooronderzoek is in 1880 minder bebouwing aanwezig dan op de Kadastrale Minuut. Pas vanaf 1953 zijn bijgebouwen in het plangebied aanwezig, maar de locatie daarvan komt ook niet overeen met de aangetroffen sporen van het proefsleuvenonderzoek. In de sporen is geen gebouwstructuur herkend. Al met al zijn in het plangebied geen behoudenswaardige archeologische restanten aangetroffen. Aan de hand van alle verzamelde en bestudeerde informatie wordt verondersteld dat de sporen gerelateerd kunnen worden aan erfgebruik, omdat duidelijk is dat ze van oudsher in een gebied liggen dat in ieder geval aanwijsbaar bewoond werd vanaf de 19e eeuw (Kadastrale Minuut), maar volgens het bureauonderzoek kan bewoning teruggaan tot 1771 aan de hand van gegevens op www.bagviewer.nl.</p><p>Restanten uit het Laat-Paleolithicum t/m Vroege-Middeleeuwen hadden vanuit het booronderzoek (Verhagen / Rap 2018) een lage verwachting vanwege de verstoorde bodemopbouw. In de omgeving van het plangebied zijn tal van vondstmeldingen bekend, die voornamelijk fragmenten van IJzertijdaardewerk en vuurstenen objecten daterend tussen het Laat-Paleolithicum en Neolithicum betreffen. Deze vondsten hangen samen met de landschappelijke ligging op een dekzandrug, waarop ook onderhavig plangebied is gelegen. De onderzoeksresultaten van onderhavig onderzoek komen dus alleen overeen met het feit dat er sporen uit de Nieuwe tijd zijn aangetroffen. Tijdens het archeologisch onderzoek zijn zes vondstnummer uitgedeeld die negentien vondsten vertegenwoordigen. De vondsten behoren tot diverse materiaalcategorieën, namelijk keramiek (roodbakkend geglazuurd aardewerk, faience en industrieel wit), bouwmateriaal, glas, metaal, steen en plastic. Aan de hand van het vondstmateriaal bleek dat spoor 1 (recente kuil) niet ouder kan zijn dan de 20e eeuw en spoor 3 (kuil) vanaf de 18e eeuw gedateerd kan worden. Overig vondstmateriaal is algemeen in de Nieuwe tijd gedateerd. Het archeologische verwachtingsmodel is door de huidige onderzoeksresultaten bevestigd.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-05-14



