five

Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven ten behoeve van verbreding A50 Ewijk-Valburg, locatie 7

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-28r-vt94
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Het onderzoek heeft conform verwachting oeverafzettingen op beddingafzettingen aangetoond. Deze afzettingen kunnen worden toegeschreven aan de Distelkamp-Afferden stroomrug, die een actieve fase kende tussen ca. 3350 en 300 voor Chr. Op de hogere delen van de oeverafzettingen zijn in beide werkputten archeologische sporen aangetroffen. In werkput 6 voornamelijk in het uiterste noorden van de sleuf; in werkput 7 voornamelijk in het zuidelijk deel. De sporen wijzen op een vindplaats. Of het hierbij gaat om één vindplaats is niet geheel duidelijk. Vanwege de afwezigheid van vondstmateriaal uit de sporen in werkput 7 is een archeologische gelijktijdigheid van de beide sporenclusters moeilijk aan te tonen. Het gegeven van dit verschil in vondstdichtheid in combinatie met het verschil in spoorvullingen van de sporen in werkput 6 en die in werkput 7, wijst echter in de richting van twee, niet gelijktijdige, vindplaatsen. De datering van de sporen in werkput 6 ligt in de periode eind late middeleeuwen – nieuwe tijd. Uit de sporen in werkput 7 is slecht één fragmentje handgevormd aardewerk afkomstig, dat niet nader gedateerd kan worden dan ijzertijd- Romeinse tijd en zelfs eventueel nog vroege middeleeuwen. Dit is te weinig om de hele sporencluster te dateren in deze periode. Daarnaast zijn er nog de vlakvondsten die zijn gedaan bij de aanleg van vlak 1 in werkput 7, ten noorden van de zone met sporen. Dit materiaal kent een datering in de periode vroege middeleeuwen B –late middeeuwen A. Het is helaas onduidelijk of dit materiaal samenhangt met de aangetroffen sporen ten zuiden ervan en dus of we temaken hebben met één nederzetting ter hoogte van werkput 7 of twee.Al met al zijn er dus twee en mogelijk drie vindplaatsen aangetroffen:1. sporencluster in werkput 6, datering: late middeleeuwen B – nieuwe tijd;2. sporencluster in werkput 7, datering: onbekend, zeer waarschijnlijk ouder dan vindplaats 1;3. vlakvondsten noordzijde werkput 7, datering: vroege middeleeuwen B –late middeleeuwen A.Samenvattend scoort vindplaats 1 op basis van fysieke kwaliteit niet bovengemiddeld.Ook vindplaats 2/3 scoort niet bovengemiddeld als het gaat om één complex. Als afzonderlijke vindplaatsen scoren ze echter laag. Vooralsnog zal ervan worden uitgegaan dat de beide vindplaatsen één geheel vormen en dat de sporen in werkput 7 samenhangen met één vindplaats (nederzetting?) uit de volle middeleeuwen (vroege middeleeuwen B en/of late middeleeuwen A, ca. 10e - 13e eeuw na Chr.). Bovenstaande houdt in dat beide vindplaatsen vindplaats 1 en vindplaats 2/3) niet afdoende kunnen worden gewaardeerd. Wanneer de fysieke kwaliteit niet bovengemiddeld scoort, moeten ook naar inhoudleijke kwaliteit gekeken worden. Dat blijkt echter niet mogelijk aan de hand van de gegevens die de beide sleuven hebben prijsgegeven.Het loont in dit geval echter ook te kijken naar de ingrepen die in het kader van de verbreding zullen plaatsvinden. Ter hoogte van Locatie 7 komen deze voornamelijk neer op ophoging van het terrein tot aan het niveau van de huidige rijksweg. Ter plaatse van de ophoging zouden de vindplaatsen in elk geval in situ behouden kunnen blijven. Alleen ter plaatse van graafwerkzaamheden (in het kader van aanleg sloten en greppels) zouden de vindplaatsen mogelijk worden verstoord.Gezien de relatief beperkte omvang van deze verstoringen wordt dan ook geadviseerd het graven van de sloten/greppels archeologisch te begeleiden.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务