Plangebied Bonifaciusterrein in het Stadshart, gemeente Alphen aan den Rijn, archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek
收藏DANS Data Station Archaeology2008-08-24 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X2H-ZAU3
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Gemeente Alphen aan den Rijn heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in augustus 2008 een bureauonderzoek uitgevoerd in verband met de voorgenomen bouwwerkzaamheden op het Bonifaciusterrein in het Stadshart van de gemeente Alphen aan den Rijn. Doel van dit onderzoek was allereerst het middels bureauonderzoek verwerven van informatie over bekende en te verwachten archeologische waarden teneinde een gespecificeerde verwachting op te stellen. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek is besloten dat een veldtoets noodzakelijk was. Doel van het veldonderzoek was het bepalen van de opbouw van de ondergrond waarbij ook gelet is op de diepteligging van archeologische lagen en de verstoringsgraad van de bodem. Op basis van de onderzoeksresultaten en de aard en omvang van de voorgenomen bodemingrepen in het plangebied is vervolgens een advies met betrekking tot archeologisch vervolgonderzoek geformuleerd. Het plangebied ligt in of nabij een vicus ten zuidwesten van het castellum Albaniana. Voor het plangebied geldt daarom een zeer hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Romeinse tijd. Met betrekking tot de ligging van de limes-weg geldt voor de zone waar de geulafzettingen overgaan in oeverafzettingen de hoogste archeologische verwachting. Langs de limes-weg kunnen inheems-romeinse nederzettingen aangetroffen worden. Deze nederzettingen kenmerken zich in de boor door een (humeuze) cultuurlaag met archeologische indicatoren. Verder kunnen langs de limes-weg waar deze direct langs de Rijn liep laaden loskades verwacht worden. Op grond van de aanwezigheid van de stroomgordel van de Oude Rijn en de datering daarvan geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de periode Neolithicum t/m Nieuwe tijd. Het kan hierbij gaan om relatief grote nederzettingsterreinen (ca. 1 tot 3 ha) maar ook om lokale archeologische resten zoals bijvoorbeeld de Romeinse weg. De meeste resten zullen zich gezien de geologische situatie waarschijnlijk op de oeverafzettingen van de Rijn bevinden. De verwachte nederzettingsterreinen uit het Neolithicum t/m de IJzertijd kenmerken zich door een (cultuurlaag en een) lage vondstdichtheid waarbij gedacht moet worden aan een strooiing van overwegend aardewerk. Vanaf de IJzertijd zullen de vindplaatsen doorgaans groter zijn dan 1000 m2 en kenmerken ze zich door de aanwezigheid van een cultuurlaag. voornamelijk bepaald door de mate van recente verstoring van de bodem. Indien ten behoeve van de baksteenindustrie ontgravingen hebben plaatsgevonden kan een eventuele cultuurlaag verdwenen zijn. Een resterend sporenniveau is alleen per toeval met boringen te karteren. Om de mate van verstoring van de bodemopbouw vast te stellen is een veldtoets uitgevoerd. Tijdens de veldtoets is de intactheid van de bodemopbouw in het plangebied onderzocht. De bodemopbouw in de boringen 1 en 4 is verstoord tot in de top van de oeverafzettingen. In deze afzettingen kunnen archeologische resten uit de Romeinse tijd verwacht worden. In de boringen 2 3 en 5 is de bodemopbouw verstoord tot in de geulafzettingen. Hier worden geen archeologische resten meer verwacht. In boring 6 is de bodemopbouw verstoord tot in de top van de oeverafzettingen. In de oeverafzettingen kunnen nog archeologische resten vanaf het Neolithicum verwacht worden. Op basis van de grote mate van verstoring in de boringen 2 en 3 wordt aangenomen dat alle bestaande bebouwing de bodem tot in de geulafzettingen heeft verstoord en dat er onder de bebouwing geen archeologische resten meer verwacht kunnen worden. Op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt aanbevolen om aanvullend archeologisch onderzoek te laten verrichten in het plangebied (figuur 3). Tijdens het aanvullend archeologisch onderzoek dient ook aandacht besteed te worden aan het mogelijk voorkomen van de limes-weg in het plangebied. Geadviseerd wordt om dit vervolgonderzoek te laten plaatsvinden in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (IVO) waarderende fase bestaande uit een proefsleuvenonderzoek. Een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) behoort conform de KNA versie 3.1 plaats te vinden op basis van een Programma van Eisen (PvE). Dit PvE dient voor aanvang van het onderzoek te worden opgesteld door een seniorarcheoloog. Bebouwde deel plangebied In het deel van het plangebied met bebouwing of al gesloopte bebouwing wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen dan is conform artikel 53 van de Wet op de archeologische monumentenzorg 2007 aanmelding van de betreffende vondsten bij het bevoegd gezag (provincie) verplicht. Met betrekking tot de bevindingen van onderhavig onderzoek dient contact opgenomen te worden met de provincie (dhr. drs. R.H.P. Proos).</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau
创建时间:
2008-08-25



