Plangebied Woudenbergseweg 3 te Maarsbergen, gemeente Utrechtse Heuvelrug; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
收藏DANS Data Station Archaeology2020-12-13 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X24-DCRX
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Stichts Beheer heeft RAAP in november 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Woudenbergseweg 3 te Maarsbergen in de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag. De plannen bestaan uit herontwikkeling met nieuwbouw in een zone van in totaal circa 4.125 m2. Het bouwvlak van de nieuwbouw heeft een oppervlakte van circa 2.000 m2. In het zuidelijk deel van het plangebied wordt in een zone van circa 300 m2 een souterrain tot circa 3 m –mv aangelegd. De exacte diepte van de voorgenomen graafwerkzaamheden ten behoeve van de funderingen in de rest van het plangebied is onbekend. Het zuidwestelijk deel van het plangebied (circa 1.300 m2) is in 2005 reeds door RAAP onderzocht door middel van een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek (De Kort & Briels, 2005). Het huidige onderzoek betreft een uitbreiding van deze studie.</p><p>Bureauonderzoek (archeologische verwachting)<br>In het geval van de aanwezigheid van gordeldekzandwelvingen met een intact bodemprofiel bestond een middelhoge-hoge archeologische verwachting vanaf het paleolithicum tot de late middeleeuwen. Voor lager gelegen delen van het dekzandlandschap bestond een lage archeologische verwachting voor bewoningsresten uit deze periode. Op basis van het onderzoek van De Kort & Briels wordt het dekzand in delen van het plangebied afgedekt door een esdek, dat waarschijnlijk grotendeels in de nieuwe tijd is gevormd. Op basis van de Caarte vande Ambachts Heerlikheid en Landerije van Meersbergen uit 1716 bestond voor het noordoostelijk deel van het plangebied (nabij en onder het monumentale pand) een hoge archeologische verwachting voor resten van de hofstede uit deze periode en op basis van archiefmateriaal zijn mogelijke voorgangers in het plangebied aanwezig. De zone ten westen hiervan (waar het bouwvlak zich bevindt) lijkt onbebouwd te zijn gebleven en de percelen in de omgeving bestaan voornamelijk uit bouwland.</p><p>Verkennend booronderzoek<br>In het noordoostelijk deel van het plangebied (buiten het toekomstig bouwvlak) blijkt de bodemop bouw tot diep (tot in de C-horizont van het dekzand) verstoord. Op zijn minst een deel van deze verstoringen staat waarschijnlijk in verband met bouw- en graaf werkzaamheden die in de 18e eeuw (en mogelijk vroeger) in deze zone hebben plaatsgevonden. De boringen die binnen het toekomstig bouwvlak zijn uitgevoerd illustreren de aanwezigheid van een esdek, dat de verploegde top van het dekzand en (restanten van) de B-, BC- of C-horizont afdekt. Het bodemprofiel van het dekzand is niet intact en hiermee zal hoogstens een sporenniveau in het plangebied aanwezig zijn. Op basis van de landschappelijke situering en de aangetroffen restanten van de bodemtypes onder het esdek (mogelijke veldpodzol- of beek- en gooreerdgronden; De Kort & Briels, 2005) lag het plangebied echter in een lager gelegen deel van het landschap en/of in een zone met relatief hoge grondwaterstanden, die minder aantrekkelijk zal zijn geweest voor bewoning. Hierdoor kan de archeologische verwachting voor de periode prehistorie-middeleeuwen naar laag worden bijgesteld. Het aangetroffen esdek in het toekomstig bouwvlak en de sporen van verploeging van de top van het dekzand ondersteunen het idee dat deze zone voornamelijk voor agriculturele doeleinden, en later als tuin, is gebruikt. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek blijft de hoge archeologische verwachting voor bewoningssporen en –resten uit de nieuwe tijd voor het noordoostelijk deel van het plangebied bestaan. Op basis van deaangeleverde informatie met betrekking tot de toekomstige inrichting zullen in deze zone ten oosten van het bouwvlak van de nieuwbouw echter geen bodemingrepen plaatsvinden.</p><p>Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt de kans groot dat bij graafwerkzaamheden ten oosten van de weg door het plangebied (ten oosten van het toekomstig bouwvlak, nabij het monumentale pand) archeologische resten uit de nieuwe tijd worden verstoord. In deze noordoostelijk gelegen zone vinden echter geen graafwerkzaamheden plaats, waardoor in het kader van de huidige ontwikkelingen geen nader archeologisch onderzoek noodzakelijk wordt geacht.</p>
提供机构:
RAAP
创建时间:
2020-12-14



