five

Een archeologische opgraving met beperkingen op 'De Eeshof' te Tubbergen, gemeente Tubbergen (Ov.)

收藏
DANS Data Station Archaeology2005-05-09 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-23E-JXWN
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>De aanleiding voor een archeologische opgraving met beperkingen is de geplande nieuwbouw op ‘De Eeshof’ te Tubbergen (Ov.). De Woningstichting Tubbergen is van plan om daar twee nieuwe woonzorggebouwen te realiseren. Hiervoor zullen enkele bestaande bejaardenwoningen worden gesloopt. Voor het plangebied geldt voor enkele delen een lage en voor andere delen een hoge archeologische verwachtingswaarde.<br>Een deel van het onderzoeksterrein valt samen met een terrein van hoge archeologische waarde. Het betreft hier het Havezatheterrein ‘De Eeshof’. Hier is door het Archaeological Research & Consultancy (ARC bv) op woensdag 17 maart 2004 een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van boringen uitgevoerd (Blom & Tuinstra 2004). Als resultaat van dit onderzoek werd vermoed dat op een deel van het terrein nog sporen aanwezig waren van de middeleeuwse havezate en de hiertoe behorende gracht. Op basis van deze resultaten is door de Provinciaal Archeoloog van Overijssel, mw. drs. S. Wenting, besloten om op een deel van het terrein een opgraving te laten plaatsvinden en een deel van de sloop van de bestaande bebouwing archeologisch te laten begeleiden. Op 14 en 15 juli 2004 heeft de opgraving plaatsgevonden (Tuinstra 2004). Als laatste heeft op 28 februari, 1 maart, 10 maart en 13 maart 2005 de archeologische opgraving met beperkingen plaatsgevonden.<br>Door de Woningstichting Tubbergen is aan ARC bv de opdracht gegeven om de opgraving met beperkingen uit te voeren. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden nadat de aanwezig bejaardenwoningen tot op de funderingen waren gesloopt. Tijdens het verwijderen van de funderingen is steeds een archeoloog aanwezig geweest. Het onderzoek is uitgevoerd door drs. S.J. Tuinstra.</p><p>Conclusie<br>De grondsporen die tijdens de archeologische opgraving met beperkingen zijn waargenomen, vullen voor een deel de vragen die gesteld worden in het PvE verder aan (zie paragraaf 1.4). Hieronder zal in samenhang met de antwoorden uit de eerdere opgraving, getracht worden deze vragen zo goed mogelijk te beantwoorden.<br>1 Is te bepalen welk deel van de gracht van de havezate in het terrein aanwezig is?<br>Direct herkenbare resten van de gracht van de havezate zijn in het opgegraven gedeelte van het terrein niet opgemerkt. In samenhang met het naonderzoek zijn echter de tijdens de opgraving opgemerkte zaken in een meer duidelijke context te plaatsen. Tijdens de opgraving werd een deel van het vlak als verstoorde zone aangemerkt. Deze zone sluit aan bij de nu aangetroffen resten van een gracht in de zuidoosthoek van het terrein. De waargenomen vulling van de gracht heeft dezelfde kenmerken als de tijdens de opgraving door boringen vastgestelde kenmerken van de verstoring. Ook het vondstmateriaal, van laatmiddeleeuwse tot recente datering, komt bij beiden goed overeen. Gesteld kan worden dat hier van zuid naar noord een gracht heeft gelopen, waarvan pas in de moderne tijd de laatste sporen zijn uitgewist. Deze gracht sluit waarschijnlijk aan bij de tijdens de begeleiding gevonden oost-west gracht onder het noordeinde van het oostelijke blok bejaardenwoningen. Dat hier een gracht liep, werd ook al vermoed op basis van de resultaten van het booronderzoek. Of de noord-zuid en oost-west georiënteerde gracht één en dezelfde zijn en met een bocht in elkaar overlopen, of dat beide grachten elkaar kruisen, is helaas niet te zeggen.<br>2 Tot welk deel van de havezate behoren de aangetroffen bouwresten?<br>Noch tijdens de opgraving, noch tijdens de begeleiding zijn (archeologische) bouwresten waargenomen. Deze vraag kan daarom nog steeds niet worden beantwoord.<br>3 Wat is de context/samenhang van hetgeen is gedocumenteerd en opgegraven in het totale beeld van de havezate?<br>Het opgegraven terrein levert geen goed beeld op van de vroegere, laatmiddeleeuwse havezate. Ook de de opgraving met beperkingen draagt maar weinig bij aan het beantwoorden van deze vraag. Wel kan aan de hand van de gevonden grachten een hypothese worden opgesteld over de mogelijke positie van de havezate. Als wordt aangenomen dat de gevonden grachten deel zijn van een rondlopende omgrachting, dan is aan te nemen dat de laatmiddeleeuwse bewoning zich hierbinnen moet hebben bevonden, in het oosten. Dit word ook enigszins aannemelijk gemaakt door het ontbreken van archeologica onder het westelijke blok bejaardenwoningen. Voor een terrein dat buiten de gracht zou liggen, is dit niet verwonderlijk. In dit hypothetische geval zou de laatmiddeleeuwse bebouwing vlak voor of onder het huidige bejaardencomplex kunnen liggen.</p>
创建时间:
2005-05-10
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务