Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Pastoor op Heijstraat 26 te Venlo in de gemeente Venlo
收藏DANS Data Station Archaeology2015-03-17 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X99-2UMW
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Econsultancy heeft in opdracht van Mertens Bouwbedrijf bv op 18 en 19 maart 2015 een archeologisch<br>bureauonderzoek en op 19 maart 2015 een inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende<br>fase) door middel van boringen uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de bouw van<br>het IKC Zuidstroom. Het plangebied is gelegen aan de Pastoor op Heijstraat 26 te Venlo in de gemeente<br>Venlo.<br>Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Venlo van 2013 ligt de gehele onderzoekslocatie<br>in een gebied met een hoge of middelhoge archeologische verwachting. In deze gebieden<br>dient bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening bij een onderzoekslocatie groter dan<br>500 m² en bodemingrepen dieper dan 40 cm -mv vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek<br>te worden uitgevoerd.<br>Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de verwachtingswaarde is voor de<br>aanwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen<br>bodemingrepen kunnen worden aangetast. Daarom is het binnen het kader van de Wet op de Archeologische<br>Monumentenzorg uit 2007 (WAMZ), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992,<br>verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren (zie bijlage 5).<br>Doel van het bureauonderzoek is het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen,<br>over bekende en verwachte archeologische waarden, om daarmee een gespecificeerde archeologische<br>verwachting voor het plangebied op te stellen.<br>Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek<br>opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen, en is<br>erop gericht om inzicht te krijgen in de geologische en bodemkundige opbouw binnen het plangebied.<br>Tevens is het bedoeld om kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek en kansarme zones<br>ervan uit te sluiten. Ook wordt gelet op het voorkomen van (diepe) verstoringen van het bodemprofiel.<br>Indien de ondergrond tot grote diepte verstoord is, zullen eventueel aanwezige archeologische resten<br>mogelijk verdwenen zijn.<br>Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied<br>archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek en/of planaanpassing noodzakelijk<br>is.<br>Gespecificeerde archeologische verwachting<br>De archeologische verwachting vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd is hoog.<br>Resultaten inventariserend veldonderzoek<br>Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat de Chorizont<br>bestaat uit matig fijn, matig siltig beige tot lichtgrijs zand. Op de C-horizont ligt in het laagste<br>deel van het plangebied, het westelijk deel, een kleilaag van 20-25 cm dikte. In het hogere oostelijke<br>deel ligt de C-horizont op een diepte van 90-100 cm -mv. De kleilaag in het laagste deel van het plangebied<br>is verstoord. In het hogere deel van het plangebied, het oostelijke deel, is de ondergrond verstoord<br>tot in de C-horizont op een diepte van 90-100 cm. In het zuidelijke deel van het plangebied is<br>de bodem verstoord tot 80 cm diepte.<br>Conclusie<br>De aangetroffen verstoringen in de boringen en de verstoringen als gevolg van bouwactiviteiten in het<br>verleden zijn van dien aard dat er geen archeologische resten, uitgezonderd diepe kuilen en waterputten,<br>in situ worden verwacht.</p>
提供机构:
Econsultancy BV
创建时间:
2015-03-18



