Wolphaartsdijk Bokkeweg 6 Wolphaartsdijk Bokkeweg 6. Gemeente Goes. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen
收藏DANS Data Station Archaeology2016-12-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZK2-N825
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed heeft in september 2016 een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd binnen het plangebied aan de Bokkeweg 6 te Wolphaartsdijk (gemeente Goes). De aanleiding tot het onderzoek betreft het voornemen om binnen het plangebied een nieuwe stal te realiseren, direct ten noorden van de drie bestaande stallen, waarvoor een omgevingsvergunning is vereist.</p><p>Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens is in het archeologisch bureauonderzoek een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Er kon samengevat gesteld worden dat voor het plangebied geen verwachting gold op het aantreffen van vindplaatsen op het pleistocene dekzand (Laagpakket van Wierden), uit het Finaal Paleolithicum en Mesolithicum, vanwege de sterke mariene erosie van dit niveau. Voor de top van het Laagpakket van Wormer gold een middelhoge verwachting voor het Neolithicum; voor de onderzijde van het Hollandveen Laagpakket gold een lage verwachting voor aantreffen van vindplaatsen uit Bronstijd; voor de top van het Hollandveen Laagpakket gold een hoge verwachting voor de IJzertijd en de Romeinse Tijd. Hierbij is opgemerkt dat de kans bestond dat het Hollandveen binnen het plangebied niet intact aanwezig is vanwege mariene erosie of moernering (veenontginning). Binnen en op de top van het Laagpakket van Walcheren gold een lage verwachting op het aantreffen van vindplaatsen uit de Vroege Middeleeuwen en een middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen. Gezien het ontbreken van cartografische referenties op de aanwezigheid van bebouwing in de omgeving van het plangebied, gold een lage verwachting op het aantreffen van vindplaatsen uit de Nieuwe tijd.</p><p>Tijdens het inventariserend veldonderzoek is het opgestelde verwachtingsmodel middels vier verkennende boringen (tot maximaal 3,00 m –mv) getoetst. Hierbij dient opgemerkt dat dit veldonderzoek gericht was op het toetsen van de (geologische) verwachting en niet op het opsporen van eventuele vindplaatsen. Op basis van de resultaten van het booronderzoek is bovenstaand verwachtingsmodel bijgesteld en verfijnd worden.</p><p>De verwachting voor de perioden Finaal Paleolithicum tot en met Mesolithicum (geen verwachting) kon in de boringen niet worden getoetst, vanwege de grote diepteligging van dit niveau (ca. 27 m –NAP). De archeologische verwachting voor dit niveau blijft dan ook onveranderd. De afzettingen van het Laagpakket van Wormer, aangetroffen tussen 2,21 en 2,28 m –NAP (2,50 – 2,55 m –mv), bestaan uit kleiige afzettingen met rietsporen in de top. Dit wijst op een laaggelegen, nat milieu waarin de kans op het aantreffen van bewoningssporen klein is. De verwachting het Neolithicum wordt dan ook bijgesteld naar een lage verwachting. Voor het Hollandveen Laagpakket geldt dat dit niveau niet meer intact is als gevolg van mariene erosie. Daardoor resteert nog maximaal 85 cm van het oorspronkelijke veenpakket (1 tot 2 m dikte). De geërodeerde veentop ligt binnen het plangebied op een diepte tussen 1,12 en 2,11 m –NAP (1,40 – 2,40 m –mv). De archeologische verwachting voor de bovenzijde van het Hollandveen (IJzertijd en Romeinse tijd) komt dan ook te vervallen. Aangezien de onderzijde van het veenpakket nog intact is, blijft de lage verwachting voor de Bronstijd behouden.</p><p>Voor het Laagpakket van Walcheren geldt dat de archeologische verwachting voor de Vroege en de Late Middeleeuwen en voor de Nieuwe Tijd kan worden vastgesteld op een lage verwachting. Het booronderzoek heeft geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van vindplaatsen, zoals archeologische indicatoren en leef- of ophooglagen, opgeleverd. De boringen bevestigen het beeld dat het plangebied gelegen is in komgebied. Dit landschapstype was minder aantrekkelijk voor bewoning dan de hoger gelegen kreekruggen.</p>
提供机构:
Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed
创建时间:
2017-01-01



