five

Archeologisch onderzoek op de Noordbargeres te Emmen, gemeente Emmen (DR)

收藏
Mendeley Data2024-04-04 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-22a-g6x9
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Het onderzoeksgebied bevindt zich op de flank van een hoge rug (Hondsrug) en loopt in westelijke richting af. De oorspronkelijke bodemopbouw van het onderzoeksgebied bestaat uit keileem, waarop zich dekzand heeft afgezet. In dit dekzand heeft zich een podzolprofiel gevormd. In de late middeleeuwen wordt op het onderzoeksgebied plaggenbemesting toegepast en ontstaat op het dekzand een esdek. Van het esdek is op het plangebied nu nog gemiddeld 20 cm aanwezig. Uit de bodemprofielen die zijn gedocumenteerd tijdens de archeologische onderzoeken blijkt dat men, alvorens men de Noordbargeres ging bemesten met plaggen, het gebied geëgaliseerd moet hebben. De hoger gelegen delen van het plangebied zijn namelijk afgetopt. Aangezien zich op deze afgetopte delen onder de bouwvoor wel een (dunne) laag esdek bevindt, moet deze aftopping vóór het ontstaan van de es hebben plaatsgevonden. Naar verwachting zullen zich oorspronkelijk binnen het gehele plangebied archeologische resten hebben bevonden. Op die delen van het onderzoeksgebied waar de bodemopbouw (redelijk) intact is en waar zich dekzand bevindt, zijn vrijwel zonder uitzondering archeologische sporen en vondsten aangetroffen. Ook op de delen die zijn afgetopt zijn archeologische resten nog sporadisch nog aanwezig.In de drie deelgebieden zijn zeer veel archeologische sporen aangetroffen, die bestaan uit paalkuilen, afval- en voorraadkuilen, haardplaatsen, meilerkuilen, (ontginnings)greppels, omheiningen en/of erfscheidingen, hutkommen, waterkuilen, een karrenspoor en graven. Uit de paalsporen en greppels is een groot aantal structuren te reconstrueren, bestaande uit huisplattegronden en bijgebouwen als schuren, veekralen en spiekers. De huizen en de bijgebouwen dateren uit de bronstijd, de ijzertijd en de Romeinse tijd. De huizen uit de Romeinse tijd liggen in het noordelijke deel van het onderzoeksgebied (in het noordwestelijke deel van deelgebied 1 en in deelgebied 2), de bronstijdhuizen in het noordoostelijk deel van deelgebied 1 en de ijzertijdhuizen liggen verspreid over deelgebieden 1 en 3. De (ontginnings)greppels dateren uit de late middeleeuwen en het karrenspoor is nieuwetijds. In deelgebieden 1 en 3 is een aantal graven aangetroffen. Twee hiervan betreffen inhumatiegraven, de overige twaalf zijn crematies. Afgezien van één crematiegraf, dat in het noordwestelijk deel van deelgebied 1 ligt, maken de crematies deel uit van een urnenveldje dat reeds eerder deels is onderzocht. De inhumaties, daterend uit het midden- en laat neolithicum, liggen op twee verschillende plekken, ver van elkaar verwijderd. De crematiegraven dateren uit de periode late bronstijd tot en met midden-ijzertijd, met uitzondering van één graf dat uit de vroeg-Romeinse tijd stamt.Fasering bewoning NoordbargeresAfgezien van een losse Trechterbekerscherf, die zonder context op de es werd gevonden en dateert uit ongeveer 3100 v. Chr., en een aantal vuurstenen artefacten dat een mogelijke neolithische datering heeft, zijn er bij het huidige onderzoek uit het midden- en laat-neolithicum alleen graven op de Noordbargeres aanwezig. Deze betreffen een vermoedelijk Trechterbekergraf uit het midden-neolithicum en een graf van de Enkelgraf (EGK)-cultuur uit het laat-neolithicum. Zes overige EGK-graven zijn reeds eerder op de es gevonden, op de locatie van de huidige Parkeerplaats Zuid.De aanwezigheid van graven op de Noordbargeres uit de Trechterbeker- en EGK-periode kan insinueren dat er in deze periodes tevens op de locatie gewoond is. Hiervoor is echter geen duidelijk bewijs. De ‘vuursteenbaan’ die in deelgebied 3 is aangetroffen en waar het tijdens het huidige onderzoek gevonden EGK-graf bij in de buurt ligt, zou een mogelijke plaatsindicatie kunnen zijn voor eventuele bewoning.Bij eerder onderzoek in 2000 is op de Noordbargeres een grafheuvel uit de midden-bronstijd A aangetroffen. In de periode late bronstijd tot en met midden-ijzertijd werden rondom de grafheuvel crematies bijgezet in een klein urnenveld. Bij het huidige onderzoek zijn in deelgebied 1 twee huisplattegronden gevonden die dateren uit de midden-bronstijd en de periode late bronstijd-overgangvroege ijzertijd. Beide huizen bevinden zich in elkaars nabijheid en betreffen vrijwel de enige grote structuren die uit de bronstijd van de Noordbargeres bekend zijn. Bij het onderzoek op Parkeerplaats Zuid in 1999 is eveneens een klein deel van een huisplattegrond aangetroffen waarvan gedacht wordt dat dit een huis van het type Elp zou kunnen zijn. Dit betekent dat de bronstijdbewoning, die bestond uit Einzelhöfe, zeer verspreid over dit deel van de Hondsrug lag.Uit de periode vroege ijzertijd-overgang naar de midden-ijzertijd zijn op het huidige onderzoeksgebied vijf huizen aangetroffen. Daarnaast kan een aantal bijgebouwen (schuren, spiekers), een veekraal en een aantal kuilen in deze periode gedateerd worden, die tevens deels aan de huizen kunnen worden gekoppeld. Hoewel bij het huidige onderzoek geen directe aanwijzingen zijn gevonden voor de aanwezigheid van een Celtic field lijkt het toch waarschijnlijk dat de nederzettingen in deze bewoningsfase op deze manier georganiseerd waren. De Noordbargeres bevindt zich namelijk op een grote dekzandrug, waardoor er voldoende ruimte voorhanden was om een dergelijk agrarisch systeem te kunnen ontwikkelen.De erven, net als in de voorgaande periode bestaande uit Einzelhöfe, zullen zich over grote afstand over de dekzandrug hebben verplaatst in de loop der tijd. Ook werd in deze periode (een deel van) de bewoners bijgezet in het urnenveldje rondom de grafheuvel.Vier huizen worden gedateerd in de midden- en late ijzertijd. Van deze vier huizen liggen er drie relatief dicht bij elkaar, in de zuidelijke helft van deelgebied 3. Het vierde huis bevindt zich op grote afstand van deze drie. In deze periode lijkt het erop dat de erven meer op de flank van dekzandruggen worden aangelegd, op de overgang van de hogere delen van de rug naar het lager gelegen grasland. Ook worden de erven en akkers plaatsvaster dan in voorgaande perioden en verplaatst men erven over minder grote afstanden. Mogelijk werd in de midden-ijzertijd nog een (vermoedelijk zeer klein) aantal personen bijgezet in het urnenveld rondom de grafheuvel, in de late ijzertijd echter niet meer. De locatie van het urnenveld kan een rol hebben gespeeld bij de locaties van de drie huizen in deelgebied 3. Bij het plaatsvaster worden van de bewoning vanaf de midden-ijzertijd hebben bepaalde aspecten vermoedelijk een grote rol gespeeld voor de uiteindelijke locatiekeuze van het individuele erf, waaronder de nabijheid van een (ouder) grafveld.In de vroeg- (en het begin van de midden-) Romeinse tijd verandert de wijze van bewoning op de Noordbargeres aanzienlijk ten opzichte van de voorafgaande perioden. De huizen liggen in deze periode ofwel praktisch naast elkaar, ofwel verplaatsten ze zich slechts over enkele meters. Bovendien worden de erven van de huizen omgeven door rechthoekige omheiningen, die bestaan uit standgreppels waarin palen met vlechtwerk werden geplaatst. Zo ontstond een gestructureerde, plaatsvaste en georganiseerde nederzetting. Akkers en weidegebieden bevonden zich rondom de nederzetting en de akkers zullen, net als in de midden- en late ijzertijd, een vaste locatie hebben gehad.Uit zowel de huizen, die nu vaak driedelig worden met naast het woon- en staldeel een extra (werk)ruimte, als uit het nieuwe type bijgebouw dat vanaf deze tijd op de erven wordt aangetroffen, de hutkom, blijkt dat men in de nederzettingen extra ruimte maakte voor de uitvoer van ambachten (special activity areas). Ook zijn er meer aanwijzingen voor handel met zowel zuidelijke streken als met het Noord-Nederlandse kustgebied.De bewoning in deze periode, bestaande uit twee huizen en een aantal bijgebouwen, bevindt zich bijna uitsluitend in de noordwesthoek van deelgebied 1. De concentratie bijgebouwen aan de noordgrens van dit deelgebied insinueert echter dat er zich buiten het onderzoeksgebied nog meer huizen uit deze periode kunnen bevinden. Ook is een crematiegraf gevonden dat dateert in de 1e eeuw na Chr. en dat kan worden geassocieerd met de nabijgelegen nederzetting. Waarschijnlijk heeft het zich aan de rand van één van de erven bevonden. Gedurende de gehele Romeinse tijd lijkt het erop dat het zuidelijke deel van deelgebied 1 en deelgebied 3 in gebruik is geweest als akker- en weidegebied.De laatste bewoningfase die op de Noordbargeres wordt aangetroffen betreft de periode laat-Romeinse tijd-begin vroege middeleeuwen. In het begin van deze periode lijkt de bewoning zich wat verspreid over de es te bevinden. Daarna lijkt de bewoning plaatsvaster te worden, getuige de locatie van één van de bij het huidige onderzoek opgegraven huizen en de nederzetting die in 1999 op het huidige Traverseplein werd opgegraven en waarvan dit huis deel zal hebben uitgemaakt.Er zijn geen graven op de Noordbargeres bekend die met zekerheid bij deze bewoningsfase horen. Bij een eerder proefsleuvenonderzoek in 1999 is in één van de sleuven een mogelijk laat-Romeinse crematiegraf gevonden. Aangezien in de omringende proefsleuven toen geen verdere graven werden aangetroffen, lijkt het te gaan om een enkele begraving, maar zeker is dit echter niet. Dit graf (of mogelijk klein grafveld) bevond zich tussen de akkers en velden. Dit fenomeen, grafvelden tussen de akkers, is in de laat-Romeinse tijd niet ongebruikelijk. Het grafritueel bestond destijds uit kleine clusters crematiegraven. Wellicht is dit ook de situatie geweest voor het mogelijke laat-Romeinse graf dat op de Noordbargeres is gevonden.In de late middeleeuwen en de nieuwe tijd wordt de Noordbargeres niet meer gebruikt voor bewoning, maar puur als akkerland. Ook liepen er meerdere paden over de es. Uit het huidige onderzoek op de es blijkt dat er minstens drie verschillende fasen van (laat)middeleeuwse percelering aanwezig zijn. De jongste hiervan bestaat uit de esgreppels, te dateren in de volle middeleeuwen. Aardewerk uit de periode 12e-14e eeuw tot en met de 17e-18e eeuw is aangetroffen in het esdek, wat aangeeft dat plaggenbemestingop de es in ieder geval binnen dit tijdsbestek plaatsvond. Onder het esdek en de esgreppels zijn restanten van twee oudere middeleeuwse perceleringssystemen aangetroffen. De oudste van deze bestaat uit twee omheiningen die een functie moeten gehad bij het indelen van het akkerland (perceelsindeling). Het daaropvolgende systeem bestaat uit een aantal overwegend smalle oostwest en noord-zuid gelegen greppels of sloten. Aangezien de esgreppels en de noord-zuid gelegen greppels van dit systeem min of meer dezelfde oriëntatie hebben, lijkt het dat ten tijde van de eerste aanleg van de es het middeleeuwse perceleringssysteem nog van kracht moet zijn geweest en dat de esontginningen voortgeborduurd hebben op dit oudere middeleeuwse systeem.Samenhang bewoning Noordbargeres met nabijgelegen vindplaatsen op de HondsrugOm de bewoning op de Noordbargeres in een breder perspectief te plaatsen en een beeld te krijgen van de samenhang van deze bewoning met gelijktijdige en naburige bewoning, kan de vindplaats worden vergeleken met de nabijgelegen vindplaatsen Noordbarge-Hoge Loo en Emmen-Frieslandweg. Deze beide vindplaatsen bevinden zich op dezelfde grote dekzandrug als de Noordbargeres en liggen ten noorden (Emmen-Frieslandweg) en ten zuiden (Noordbarge-Hoge Loo) van de Noordbargeres.Naast bewoning uit zowel de late ijzertijd als de vroeg-Romeinse tijd, is op de Hoge Loo tevens een urnenveld uit de periode late bronstijd tot en met midden-ijzertijd aangetroffen. De grafheuvel, het urnenveld en de bijbehorende bronstijd- en ijzertijdnederzettingssporen op de Noordbargeres kunnen mogelijk aansluiten aan het urnenveld van Noordbarge. De grafheuvel op de Noordbargeres kan een voorganger zijn geweest van het westelijke deel van het urnenveld, waarbij de bijbehorende nederzetting zich in de loop der tijd door het gebied heeft verplaatst, met als gevolg ook een verplaatsing van graven/bijzettingen. De nederzetting zou zich dan eerst te Noordbarge hebben bevonden, waarbij de grafheuvel en het urnenveld op de Noordbargeres werden gebruikt voor begravingen, en zich vervolgens hebben verplaatst naar de Noordbargeres en de omgeving van de grafheuvel, waarbij men het gros van de bevolking bijzette in het westelijk deel van het urnenveld van Noordbarge. Deze hypothese geeft daarom een mogelijke indicatie voor de locatie van de graven van mensen die niet in het urnenveld rondom de grafheuvel werden bijgezet in de vroege ijzertijd, namelijk in het urnenveld te Noordbarge.De Romeinse bewoning op de Noordbargeres kent vermoedelijk in de midden-Romeinse tijd een hiaat. In de Romeinse nederzettingen aan de Frieslandweg ontbreekt de vroeg-Romeinse bewoning echter, hier vangt de bewoning pas in de 2e eeuw na Chr. aan. Mogelijk begint de Romeinse bewoning op dit deel van de dekzandrug op de Noordbargeres in de 1e eeuw na Chr. en verplaatst deze zich in de loop van de 2e eeuw naar de vindplaats aan de Frieslandweg waar zich dan een grote omheinde nederzetting ontwikkelt. Aan het eind van de 3e of in de 4e eeuw valt deze bewoning uiteen en verspreidt deze zich over meerdere Einzelhöfe of locaties, waarbij een deel van de bewoners achterblijft in de nederzetting aan de Frieslandweg en een deel van de bewoners weer zuidwaarts trekt naar de Noordbargeres. Enkele van deze locaties (Frieslandweg, Traverseplein) ontwikkelen zich vervolgens door tot in het begin van de vroege middeleeuwen en verplaatsen zich mettertijd (noord)oostwaarts, naar de locatie waar de kern van vroegmiddeleeuws Emmen moet worden gezocht.
创建时间:
2023-06-28
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务