Transect-rapport 2693: Archeologische Bureauonderzoek en inventariserend Veldonderderzoek, verkennende fase. Schijndel, Lieseind 8, Gemeente Meierijstad (NB).
收藏DANS Data Station Archaeology2020-09-20 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZGZ-QNBV
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In maart-april 2020 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Lieseind 8 in Schijndel (gemeente Meierijstad). Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken is het specificeren van de archeologische verwachting van het plangebied en het toetsen en aanvullen van deze verwachting door middel van waarnemingen in het veld.</p><p>Naar aanleiding van het vooronderzoek zijn de volgende conclusies te trekken:<br>• Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied in een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden ligt, direct ten oosten van een dekzandwelving. Een deel van deze welving bevindt zich in het plangebied. Op grond van de ouderdom van de afzettingen in het gebied kunnen in eerste instantie vindplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum – Neolithicum aanwezig zijn. Deze nederzettingen lagen vaak op de lagere flanken van dekzandruggen in de dalen en vlaktes van het zandlandschap, zoals ook in een deel van het plangebied het geval lijkt. Die terreindelen waren namelijk in het Paleolithicum-Neolithicum relatief droger dan later in het Holoceen, toen het grondwater geleidelijk steeg (Bronstijd-Late Middeleeuwen). Op de aanwezigheid van archeologische resten uit het Paleolithicum-Neolithicum geldt zodoende een hoge archeologische verwachting. Ook zijn in principe resten te verwachten uit de periode Bronstijd-Late Middeleeuwen. In het oostelijk deel van het plangebied ligt volgens de geomorfologische kaart een dekzandwelving. Relatief lag dit deel wat hoger in het landschap, waarmee het in een relatief natte en lage omgeving langer bewoningsmogelijkheden heeft geboden. Theoretisch gezien zijn daarom hier ook resten uit de periode Bronstijd-Late Middeleeuwen te verwachten. Tot slot staat op historisch kaartmateriaal geen bebouwing in het plangebied aangeduid. Hieruit valt af te leiden dat voor de Nieuwe tijd in het plangebied een lage verwachting geldt. Het gegeven dat in het begin van de 19e eeuw geen bebouwing aanwezig is, maakt de kans groot dat dit in de periode ervoor (tot 1500 na Chr.) ook het geval is geweest.<br>• Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat de oorspronkelijke bodemopbouw archeologisch gezien in het plangebied niet meer intact gebleven. Er zijn geen sporen van bodemvorming meer in de top van het dekzand aangetroffen en op het dekzand ligt scherp begrensd een laag humeus zand met zandbrokken. Tevens is hoog in het profiel roestvorming aanwezig en is het zand lemig met leemlagen. Vermoedelijk maakt het plangebied deel uit van een vlakte van verspoelde dekzanden en is van een dekzandwelving geen sprake. Op de plek waar de dekzandwelving op basis van het bureauonderzoek zou liggen, is sprake van een verstoring tot een diepte van 110 cm -Mv (boring 6). De roestvlekken tot hoog in het bodemprofiel wijzen erop dat deze vlakte doorgaans nat is geweest. Als gevolg van de algehele, geringe intactheid van de top van het dekzand en een lage, natte ligging van het plangebied binnen het voormalige dekzandlandschap is de verwachting op een intacte vindplaats in het plangebied laag.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2020-08-19



