Plangebied Industrieweg 1B te Nieuwegein, gemeente Nieuwegein; archeologisch vooronderzoek
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/7VTPGW
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van de gemeente Nieuwegein heeft RAAP in oktober-november 2022 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Industrieweg 1B te Nieuwegein. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. De vergunning is aangevraagd ten behoeve van de realisatie van een tijdelijke huisvesting voor statushouders. De exacte locatie van de vesting binnen het plangebied is nog niet exact bekend. In een later stadium zullen een kindcentrum en koopwoningen in het plangebied worden gebouwd. Conclusies. Op basis van het uitgevoerde bureau- en verkennend booronderzoek, dient voor het zuidwestelijke deel van het plangebied een hoge archeologische verwachting voor der periode laat mesolithicum-vroeg neolithicum te worden gehandhaafd. Hier zijn vanaf 310-360 cm –mv (vanaf 1,45-1,76 m –NAP) ontkalkte oeverafzettingen van de Tienhoven stroomgordel aangetroffen (met in drie boringen een laklaag in de top). In de ten noorden en oosten hiervan gelegen boringen zijn dergelijke potentiële archeologische niveaus niet aanwezig. Voor de andere aangetroffen sedimenten (waaronder kalkrijke oeverafzettingen, dekafzettingen, geulafzettingen, veen en komklei) bestaat een lage archeologische verwachting voor bewoningsresten uit de periode midden neolithicum-nieuwe tijd. Dit is ook het geval voor de aquatische laklagen (onderwaterbodems), die in vier boringen vanaf 235-275 cm –mv zijn aangetroffen in een laag komklei (vanaf 0,54-1,17 m –NAP). Op basis van het geraadpleegde historische kaartmateriaal bestaat een lage archeologische verwachting voor bewoningsporen uit de nieuwe tijd. Het plangebied was deel van een onbebouwde zone van de tuininrichting van landgoed De Wiers. Hierdoor worden geen gebouwresten verwacht, maar bijvoorbeeld wel sporen van landinrichting, waaronder gegraven waterpartijen. Voor boorlocatie 2, in het noorden van het plangebied (ten zuiden van de voormalige Kerkweg) bestaat wel een middelhoge-hoge archeologische verwachting voor de aanwezigheid van gebouwresten van een geschutsbatterij van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (sinds 2021 UNESCO Werelderfgoed). Mogelijk is deze boring op 135 cm –mv/0,4 m +NAP gestuit op (funderings)resten van deze batterij. Advies. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Daarom wordt geadviseerd om de resultaten van dit archeologisch vooronderzoek in te passen in de planvorming. Dit kan door: Rondom de locatie van boring 2 (binnen een buffer met een straal van 15 m; figuur 24) geen bodemingrepen uit te voeren, die dieper reiken dan 105 cm –mv (inclusief een buffer van 30 cm), waardoor verstoring van mogelijke (funderings)resten van de geschutsbatterij van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (mogelijk UNESCO Werelderfgoed) naar verwachting wordt voorkomen. Boring 2 is net binnen de voorziene locatie van het kindcentrum uitgevoerd. In het gebied waar oeverwallen van de Tienhoven stroomgordel met een ontkalkte top en/of laklaag aanwezig zijn (figuur 24), geen bodemingrepen uit te voeren dieper dan 280 cm –mv (inclusief een buffer van 30 cm ten opzichte van het hoogste voorkomen van deze lagen). In het geval dat de tijdelijke huisvesting en/of in de toekomst te voorziene nieuwbouw op palen wordt gefundeerd, wordt geadviseerd om de Handreiking Archeovriendelijk bouwen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te volgen met betrekking tot de funderingswijze. Hierin is onder andere opgenomen dat de afstand tussen palen(rijen) minimaal 4 m dient te bedragen en dat de gezamenlijke oppervlakte van de palen maximaal 2% bedraagt van de oppervlakte van een (mogelijke) vindplaats. Indien dergelijke inpassing van de resultaten van dit archeologisch vooronderzoek niet mogelijk is, wordt aanbevolen de onderstaande vervolgstap(pen) uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen: Er wordt in dit geval geadviseerd om een proefsleuvenonderzoek (conform protocol IVO-P) uit te voeren binnen rondom de locatie van boring 2 (buffer met een straal van 15 m; figuur 24). Voorafgaand aan dit type onderzoek dient een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld. Dit type gravend onderzoek is geschikt tot het nader toetsen van de aanwezigheid van gebouwresten en mogelijke grondsporen. Gezien de relatief geringe omvang van deze advieszone, wordt aanbevolen een eventuele doorstart naar een opgraving in het PvE op te nemen, in het geval van de aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische resten. Voor de zone met een hoge archeologische verwachting voor de periode laat mesolithicumvroeg neolithicum (figuur 24) wordt de uitvoer van een karterend archeologisch booronderzoek geadviseerd om de gespecificeerde verwachting nader te toetsen. Gezien de prospectiekenmerken en diepteligging van de potentiële archeologische niveaus is dit type onderzoek de geëigende methode voor vervolgonderzoek (zie ook https://pom.cultureelerfgoed.nl). Er wordt aangeraden dit onderzoek door middel van de inzet van een mechanische boorstelling uit te voeren en hierbij ook de inzet van betonboringen te voorzien in het geasfalteerde deel van deze advieszone. Bij dit karterend booronderzoek vormen de onderstaande technieken de geëigende onderzoeksmethode voor het opsporen van vindplaatsen van 200-1.000 m2 met een vondststrooiing van overwegend vuursteen (min of meer conform methode A3 in de KNA Leidraad Karterend booronderzoek en op basis van ervaringen van vergelijkbaar onderzoek in projectgebied Het Klooster; Sprangers, 2019): - Boortype: Avegaarboor 15 cm. - Boorgrid: 13 x 15 m. - Waarnemingsmethode: zeven van het opgeboorde sediment over een zeef met maaswijdte van 3 mm, waarna het zeefresidu visueel wordt gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. - Boor-/monsterdiepte: Top van het oeverpakket van de Tienhoven stroomgordel (inclusief ontkalkte top en/of laklaag) en eventueel ook de top van het niet -humeuze deel van de oeverwal onder laklagen. In het overige deel van het plangebied wordt in het kader van de resultaten van dit archeologisch vooronderzoek geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artik el 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Nieuwegein, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.
创建时间:
2024-01-31



