Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de herinrichting van het terrein aan de Keijenbergseweg 10 te Wageningen, gemeente Wageningen
收藏DANS Data Station Archaeology2023-01-01 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/8YLDE5
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Keijenbergseweg te Wageningen, in de gemeente Wageningen (kaart 1; afbeelding 1). Het plangebied bevindt zich aan de Keijenbergseweg 10. De aanleiding voor het archeologisch vooronderzoek is het voornemen van COA om het bestaande AZC Wageningen op deze plaats (gedeeltelijk) te slopen en vervangende nieuwbouw te realiseren. Het huidig ruimtebeslag zal nagenoeg niet wijzigen. Het totale bouwbeslag zal afnemen: van 2.379 m2 naar 2.326 m2 (minus 53 m2). De vervangende nieuwbouw zal niet altijd op dezelfde plaats terug keren. Er bestaat bovendien de kans dat één van de toekomstige gebouwen onderkelderd zal worden. De ontgravingsdiepte is op voorhand nog niet bekend, maar zal vermoedelijke 3,50 m onder het huidig maaiveld zijn. Uit het bureauonderzoek blijkt dat voor het plangebied een hoge verwachting geldt voor archeologische vindplaatsen daterend vanaf het Paleolithicum tot en met de Romeinse tijd. Resten uit het Paleolithicum kunnen worden aangetroffen in de afzettingen van de Formatie van Urk en Drenthe welke in de omgeving door stuwing kunnen dagzomen. Resten uit het Neolithicum tot en met de Romeinse tijd kunnen voorkomen onder en in de podzolbodem. In de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd is het gebied vermoedelijk enkel in gebruik als heide of bos, zoals ook blijkt uit de historische kaarten. Over deze periode is in de directe omgeving van het plangebied echter weinig bekend. Enige onduidelijkheid bestaat over de aanduiding Fransche kamp en of dit mogelijk op de aanwezigheid van een kamp kan duiden. Het bureauonderzoek kan daar geen zins uitsluitsel over geven. Ook niet of dit kamp dan ook binnen het plangebied gelegen kan hebben. Indien uit deze periode resten in het plangebied aanwezig zijn worden deze direct onder het maaiveld verwacht. De bouw van het landhuis de Leemkuil vindt plaats in 1909 en wordt later verbouwd en uitgebreid tot een AZC. Advies. Op basis van de bevindingen van het bureauonderzoek is sprake van een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van resten daterend vanaf het Paleolithicum tot Romeinse tijd. Deze resten worden vooral verwacht onder de verwachtte podzol. Momenteel geldt binnen het plangebied dat archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden indien de ingrepen meer 250m2 beslaan. In verband met de archeologische verwachting, lijkt ons dit te ruim. Daarnaast is het momenteel nog niet duidelijk waar de nieuwe bebouwing (ten opzichte van de oude bebouwing) of de nieuw aan te leggen kelder zullen komen. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert om ter hoogte van nieuwe bebouwing en zeker ter hoogte van de geplande kelder een verkennend booronderzoek uit te voeren indien het nieuw te verstoren oppervlak groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm is. Het booronderzoek dient ten eerste vast te stellen of er sprake is van een ophoging, verstoring of intacte podzol en om de diepte van de Formatie van Urk indien deze zich nabij de oppervlakte bevindt. Het booronderzoek dient daarom uitgevoerd te worden tot minimaal 50 cm dieper dan de geplande verstoring. Dit verkennend booronderzoek dient aangevuld te worden met een veldkartering met metaaldetector om metaalvondsten met een mogelijke connectie met het Fransche kamp waar te kunnen nemen en mogelijk vuursteenvondsten in kaart te brengen. Het bevoegd gezag, de gemeente Wageningen, dient eerst over het advies in dit rapport een besluit te nemen. Wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Wageningen, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Naschrift. Het bevoegd gezag heeft aangegeven akkoord te zijn met het advies in onderstaand rapport.
创建时间:
2023-01-01



