five

Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek – verkennende fase aan de Van Schendelstraat 1 te Groningen, Gemeente Groningen (GN)

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/SOTDF8
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Laagland Archeologie heeft in juli 2023 een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Van Schendelstraat 1 te Groningen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van een sporthal en vervolgens de nieuwbouw van een appartementencomplex. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied is gelegen op de westelijke flank van de Hondsrug, een in de voorlaatste ijstijd door ijsstromen ontstane hoge rug waarop archeologische resten kunnen voorkomen uit alle perioden. De stad Groningen is ontstaan op deze rug. Door vernatting en daarop volgende veenvorming is de rug in de loop van het Holoceen hier steeds smaller geworden. Daarnaast zijn in de loop van het Holoceen als gevolg van een stijgende zeespiegel aan beide zijden van de Hondsrug de beekdalen veranderd in kweldergebieden. Tussen 1700 en 1800 is de Helperlinie aangelegd waarvan de buitenste gracht en wal binnen het plangebied verwacht worden. Het verkennend booronderzoek heeft tot doel de archeologische verwachting aan te scherpen en eventueel aanwezige kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek. Hiertoe zijn verspreid in het toegankelijke deel van het plangebied zes verkennende boringen gezet. In de boringen 1 en 2 in de westzijde zijn onder opgebrachte grond, veen- en kleilagen aangetroffen op keizand. In de oostzijde boringen 4 en 6 ontbreken deze lagen. Op basis van het bureauonderzoek en de uitgevoerde boringen blijkt dat zich in het grootste deel van het plangebied een natuurlijke kleilaag bevindt, afgezet in een laagte. In een smalle zone langs de noordoostzijde ontbreekt deze kleilaag en bestaat de natuurlijke ondergrond uit keizand. Op de kleilaag is een venige laag aangetroffen in de boringen 1 en 2. De aard en oorsprong van deze laag is niet duidelijk, mogelijk gaat het om een gracht, sloot of greppelvulling. In de boringen 2, 4, 5 en 6 is een dikke humeuze zandlaag aanwezig, waarschijnlijk opgebracht als (vesting)wal, tussen het Helperdiep in het oosten en de natuurlijke laagte in een groot deel van het plangebied, zodat twee natte laagten werden gescheiden door een wal. Nederzettingsresten uit alle perioden kunnen zich nog bevinden in het noordoostelijk deel van het plangebied, vanaf 1,0 m -mv in de top van het keizand, grenzend aan de natuurlijke laagte. In het overige deel van het plangebied zijn opgebrachte lagen aanwezig, die liggen op de natuurlijke kleilaag. Deze kleilaag kan archeologische resten bevatten uit de periode van afzetting (die nog onbekend is). De veenlaag en de opgebrachte lagen zijn waarschijnlijk allen uit de nieuwe tijd en hangen deels samen met de aanleg van de vestingwal uit de periode van het aanleggen van het Helperdiep tussen 1700 en 1800. Bij graafwerkzaamheden dieper dan 1,0 m (noordoostzijde) of 1,5 m -mv (overige plangebied) wordt aangeraden om een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren door middel van proefsleuven. Indien de plannen ongewijzigd blijven en een parkeerkelder gegraven zal worden, dient rekening te worden gehouden met een archeologisch vervolgonderzoek. Voor het uitvoeren van een archeologisch proefsleuven onderzoek dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld dat door de bevoegde overheid, in dit geval de gemeente Groningen, dient te worden goedgekeurd. De implementatie van dit advies is overgenomen door de Gemeente Groningen, namens deze dhr. E. Akkerman, gemeentelijk archeoloog. Mochten bij ondiepere graafwerkzaamheden, waarvoor geen proefsleufonderzoek wordt geadviseerd onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务