Archeologisch bureauonderzoek Natura 2000-gebieden Bergvennen, Brecklenkampse Veld te Dinkelland, gemeente Dinkelland (OV). Laagland Archeologie Rapport 308
收藏DANS Data Station Archaeology2019-12-09 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZUY-PDPZ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in juni – november 2019 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in en rond de Natura 2000-gebieden Bergvennen & Brecklenkampse Veld te Dinkelland. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom het versterken van natuurwaarden in dit Natura 2000- gebied. Een en ander gaat gepaard met bodemingrepen, waardoor eventueel aanwezige archeologische waarden aangetast kunnen worden. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. In het plangebied komt een aantal dekzandruggen en -welvingen voor. Op de hogere delen heeft zich vermoedelijk een haarpodzolbodem gevormd. Op de wat lagere en vochtigere gronden is een veldpodzolbodem ontstaan. Her en der komen vennetjes voor. In historische tijden is het plangebied aldoor onontgonnen geweest. Vanaf ongeveer 1940 werden delen van het plangebied in cultuur gebracht. In het plangebied worden met name resten uit de steentijd (mesolithicum – neolithicum) verwacht: de diverse dekzandruggen in het plangebied en de aanwezige vennen (en pingo-ruïnes) maakten dit gebied tot biotopisch gevarieerd gebied, wat met name aantrekkelijk moet zijn geweest voor jagers/verzamelaars. Ook nederzettingen van vroege landbouwers kunnen op de grotere dekzandopduikingen niet worden uitgesloten. In het neolithicum was zeer kleinschalige landbouw een van de methoden waarin in voedsel werd voorzien, naast veeteelt en jagen/verzamelen. Resten uit andere perioden worden niet verwacht. Het gebied was gezien de drassigheid in grote delen van het plangebied en de relatief kleine dekzandruggen waarschijnlijk weinig aantrekkelijk voor latere landbouwers, met name omdat ten westen ervan grotere en hogere opduikingen voorkomen. De geplande werkzaamheden waarbij sprake is van enige bodemverstoring kunnen deze resten aantasten. Om deze reden adviseren we vervolgonderzoek uit te voeren op de locaties waar bodemverstorende ingrepen dieper dan 40 cm –mv zijn voorzien en waar sprake is van een hoge of middelhoge archeologische verwachting en in de vennen/pingo-ruïnes, voor zover daar opschoning plaatsvindt. Conform het archeologiebeleid van de gemeente Dinkelland geldt vrijstelling van archeologisch onderzoek indien de bodemverstorende werkzaamheden niet dieper dan 40 cm –mv reiken. Echter, in dit deel van Nederland bevinden archeologische resten zich dicht onder het maaiveld en waarschijnlijk zijn er in de loop van de tijd geen of weinig bodemverstorende werkzaamheden geweest, waardoor archeologische resten ook vanaf het maaiveld tot 40 cm onder het maaiveld intact aanwezig kunnen zijn. We adviseren daarom ook vervolgonderzoek in kansrijke gebieden bij ingrepen tot 40 cm - mv. Deze gebieden zijn aangegeven op de Advieskaart Vervolgonderzoek. We adviseren eerst verkennende boringen te zetten op deze delen. De implementatie van dit advies is overgenomen door de Provincie Overijssel, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, mevrouw S. Wentink.</p>
提供机构:
Laagland Archeologie
创建时间:
2019-12-10



