five

Baarn Zandheuvelweg 4 Booronderzoek

收藏
DANS Data Station Archaeology2025-06-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z5R-6AQJ
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Van Dijk Geo- en Milieutechniek B.V. te De Meern heeft ADC ArcheoProjecten een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Zandheuvelweg 4 in Baarn (gemeente Baarn). In het plangebied, dat bestaat uit de deelgebieden 'IJssellaan' en 'Berkelstraat' zal vervangende nieuwbouw van onderkomens van zorginstelling Sherpa plaats vinden. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een projectprocedure ten behoeve van een bestemmingswijziging en was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.</p><p>In een eerdere fase van de AMZ-cyclus is door Marinelli & Spoelstra (2007) voor het terrein zelf en de omgeving van de zorginstellingen De Amerpoort en Sherpa een bureauonderzoek uitgevoerd. Het doel van het bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Voor twee deellocaties binnen het terrein van zorginstelling Sherpa, te weten 'IJssellaan' en 'Berkelstraat', is de volgende gespecificeerde verwachting afgeleid: De deellocaties bevinden zich op de overgang van stuwwal en smeltwatervlakte. Deze overgangszone wordt ter plaatse gekenmerkt door dekzandwelvingen. In het algemeen kennen deze een hoge dichtheid aan archeologische vindplaatsen uit de Prehistorie. Het landschap kende een grote variatie aan flora en fauna en was doordoor aantrekkelijk voor jagers en verzamelaars. Op grond hiervan worden resten verwacht die samenhangen met niet-sedentaire leefwijze. Het gaat dan vooral om kampjes. Voor de landbouwers uit het Laat-Neolithicum vormde de overgangszone betere akkergebieden dan de hooggelegen stuwwalgronden en waren de lager liggende gronden weer betere weidegebieden. Uit deze periode worden nederzettingen en resten van agrarische activiteit verwacht. </p><p>Het sporenniveau wordt verwacht in de eerste ca. 30 cm beneden het oorspronkelijke maaiveld. Hierbij moet worden opgemerkt dat het oorspronkelijke maaiveld kan zijn opgehoogd ten behoeve van de bouw van de zorginstelling in 1955. Archeologische sporen (uitgezonderd diepe paalsporen, waterputten etc.) worden binnen ca. 50 cm beneden het oorspronkelijke maaiveld verwacht. De verwachte archeologische resten bestaan hoofdzakelijk uit aardewerk- of vuursteenstrooiïngen. Organische resten (zoals bot, hout, leder en textiel) zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Voorts moet als gevolg van bouwactiviteiten en de aanleg van infrastructuur rekening worden gehouden met verstoring van de bodem. De beperkte beschikbare gegevens laten niet toe, het complextype en de omvang van de verwachte resten nader te specificeren.</p><p>Teneinde deze verwachting te toetsen is in beide deellocaties een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd (13 boringen). Hieruit blijkt dat, in overeenstemming met het bureauonderzoek, de natuurlijke ondergrond van beide deellocaties uit dekzand (Laagpakket van Wierden binnen Boxtel Formatie) bestaat. In zeven boringen zijn resten van een podzolgrond aangetroffen hetgeen een aanwijzing vormt dat in delen van het plangebied het potentiële sporenniveau nog intact is. In vijf boringen is het potentiële sporenniveau grotendeels of geheel vernietigd bij de aanleg van de huidige bebouwing en infrastructuur vanaf de jaren '50.</p><p>ADC ArcheoProjecten adviseert om ter plaatse van de boringen 1 t/m 7 en 12 een inventariserend veldonderzoek uit te voeren in de vorm van een karterend booronderzoek, teneinde de op basis van het bureauonderzoek (Marinelli & Spoelstra 2007) opgestelde gespecificeerde verwachting aan te vullen en te toetsen. Bij dit onderzoek dient 'methode 1' van de leidraad karterend booronderzoek (Tol et al. 2006) gevolgd te worden. Dit betekent dat in een verspringend 20 x 25 m grid geboord zal worden met een 15 cm Edelman. De relevante bodemlagen zullen gezeefd worden over een zeef met een maaswijdte van 3 mm. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een Plan van Aanpak (PvA) of Programma van Eisen (PvE).</p><p>Het is niet uit te sluiten dat buiten het voor vervolgonderzoek geselecteerde gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Daarom merken wij op dat het aanbeveling verdient om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet.</p>
创建时间:
2010-07-14
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务