five

Eindrapportage archeologisch verkennend booronderzoek (3687.001) Hoek Westermeenweg en Weiburglaan te Harderwijk

收藏
DANS Data Station Archaeology2017-04-12 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZR6-CEBS
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Voor het plangebied is geen archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Harderwijk ligt het plangebied in een gebied met een middelhoge archeologische verwachting. Het plangebied ligt in het overgangsgebied tussen het Veluwse stuwwallengebied in het zuidoosten en het Zuiderzeegebied in het noordwesten. Aan het oppervlakte worden dekzanden verwacht. Het plangebied heeft waarschijnlijk altijd buiten de invloedsfeer van de Zuiderzee gelegen. De verwachting is dat het plangebied al vanaf het Laat-Paleolithicum voldoende geschikt was als (tijdelijke) nederzettingslocatie. Vanaf het Neolithicum was het plangebied wellicht voldoende geschikt voor permanente bewoning. Geadviseerd is een inventariserend veldonderzoek doormiddel van verkennende boringen uit te voeren en indien er sprake was van een intacte bodem-opbouw en duidend op een landschappelijke ligging die voldoende geschikt zou zijn voor (tijdelijke) bewoning, aanvullende karterende boringen te zetten. Voor dit laatste was op basis van de resultaten van de verkennende boringen geen noodzaak toe.</p><p>Resultaten inventariserend veldonderzoek<br>Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat de bodemopbouw verstoord is tot een diepte tussen 50 en 70 cm -mv en bestaat uit een toplaag van donkergrijsbruin gekleurd, matig humeus, zwak siltig, zeer fijn zand en hieronder en gevlekte laag van bruinwit gekleurd zwak siltig, zeer fijn zand. De onverstoorde bodem betreft direct de 1C-horizont, in de vorm van lichtgeelgrijs gekleurd, zwak siltig, zeer fijn zand, waarbij het gaat om goed gesorteerd dekzand. Het pakket dekzand is echter van beperkte dikte en loopt door tot circa 140 cm -mv. Hier-onder komt lichtgrijs tot grijs gekleurd, zwak grindig, zwak siltig, matig grof zand voor. De vrij slechte sortering en het voorkomen van grindjes/kiezels duiden erop dat het gaat om sneeuwsmeltwaterafzettingen. </p><p>Er zijn geen restanten/brokken aangetroffen die erop duiden dat het oorspronkelijke bodemprofiel in de top van het dekzand een podzolbodem is geweest. Direct onder de humeuze toplaag/bovengrond zijn al roestvlekken zichtbaar, wat erop duidt dat het plangebied nog steeds periodiek te maken heeft met relatief ondiepe grondwaterstanden. Meest waarschijnlijk betreft het oorspronkelijke bodemprofiel een beek- of gooreerdgrond, dat ontstaan is in een landschappelijke setting meer behorend tot een dekzandvlakte/laagte. <br> <br>Conclusie<br>Geconcludeerd wordt dat het plangebied in het verleden geen aantrekkelijke bewoningslocatie zal zijn geweest. Binnen het plangebied kwam van nature een gooreerd- of beekeerdgrond voor en zal in het verleden te kampen hebben gehad met ondiepe grondwaterstanden (natte/drassige condities). De archeologische verwachting is dan ook eerder laag dan middelhoog, zoals aangegeven wordt op de archeologische beleidskaart van de gemeente Harderwijk. Tevens is er sprake van een verstoord bodemprofiel tot minimaal aan de oorspronkelijke top van de 1C-horizont dan wel dieper, waardoor eventueel toch in het verleden aanwezige archeologische resten hier al zullen zijn vergraven en daarmee alleen maar in een verstoorde context zullen worden aangetroffen. </p><p>Advies<br>Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om ten aanzien van de geplande herontwikkeling geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Voor het plangebied geldt op basis van de aangetroffen bodemopbouw een lage archeologische verwachting. Tevens is de natuurlijke bodemopbouw verstoord tot minimaal de oorspronkelijke top van de C-horizont dan wel dieper.</p><p>Wel dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (artikel 5.10 Erfgoedwet juli 2016) kenbaar te worden gemaakt om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij Onze minister. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Harderwijk en/of de deskundige namens het bevoegd gezag (de heer drs. M. Wispelwey, Regioarcheoloog Regio Noord Veluwe) hiervan per direct in kennis te stellen.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2017-04-13
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务