Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, door middel van boringen Oosterwijksestraat 1 te Alphen (Gemeente Alphen-Chaam)
收藏DataCite Commons2026-02-16 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/XMGDF7
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In mei 2024 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Oosterwijksestraat 1 te Alphen (gemeente Alphen-Chaam). </p><p>
De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) ten behoeve van de (her)ontwikkeling van de locatie. De volgende ontwikkelingen zullen plaatsvinden (Figuur 1a en 1b), sloop aan het huis gebouwde schuur, realisatie vergader/inspiratie-ruimte in de bestaande stal en verwijderen verharding, klinkers en asfalt. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de voorgenomen nieuwbouw zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord verwacht kan worden. Er wordt vooralsnog uitgegaan van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering en met een bodemverstoring van ten minste 0,8 - 1,0 meter beneden maaiveld.</p><p>
De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Alphen-Chaam (2020) in drie beleidszones. Het plangebied ligt deels in een zone met een (zeer) hoge waarde (archeologische waarde 2) en deels in een zone met een hoge kans op vindplaatsen (archeologische waarde 3). Voor waarde 2 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 30 centimeter onder maaiveld. Voor waarde 3 geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 40 centimeter onder maaiveld. Een westelijk deel ligt in een zone met een lage kans op vindplaatsen, danwel verstoord (waarde 6). Binnen het bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Alphen-Chaam 2023 (Ontwerp)” gelden respectievelijk de dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie 2 en 3b met dezelfde ondergrenzen. </p><p>
Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied nagenoeg geheel op een dekzandrug. Een strook in het oostelijke deel van het plangebied ligt binnen een terrasafzettingswelving. Op circa 50 meter ten noordwesten van het plangebied ligt een dalvormige laagte. Vanwege de landschappelijke ligging krijgt het plangebied een hoge verwachting voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. De latere landbouwende samenleving zal het plangebied vanwege de relatief lage ligging in het landschap niet direct een aantrekkelijke vestigingslocatie zijn geweest. Echter, de aanwezige enkeerdgronden in het plangebied zijn goed ontwaterde gronden (GWT VI). Deze gronden vormen geschikte akker- en graslanden. Voor het plangebied geldt daarom een middelhoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de ijzertijd als voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Het plangebied ligt aan de Oosterwijksestraat, een ontginningsas uit de late middeleeuwen. </p><p>Volgens de historische kaarten is in het oostelijk deel van het plangebed bebouwing aanwezig. Het grootste deel van het van het plangebied is tot op heden in gebruik als weiland. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. Wegens de verwachte aanwezigheid van enkeerdgrond en daarmee een plaggendek zijn archeologische resten beschermd tegen latere invloeden. Bij hoge enkeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de lage grondwaterstand (GWT VI en VII) kunnen organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven. </p><p>
Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw ter plaatse van boringen 1, 2, 3, 5, 6 en 7 (noordoostelijk deel) bestaat uit (ten dele) intacte enkeerdgronden. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen onder de humushoudende bovengrond (vanaf 55 centimeter beneden maaiveld) archeologische resten aanwezig zijn. Wanneer ter plaatse graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden, dan kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaan. Op basis hiervan wordt voor het noordoostelijk deel van het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd (Figuur 10: rode kleur) indien hier graafwerkzaamheden zijn beoogd die dieper dan 30 centimeter beneden maaiveld (een buffer van 25 centimeter in acht nemend) reiken. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Alphen-Chaam).</p><p>
Ter hoogte van boringen 4, 8, 9 en 10 (zuidwestelijk deel) worden op basis van de landschappelijke ligging (natte omstandigheden) geen archeologische sporen meer verwacht in het plangebied. De verwachting binnen dit zuidwestelijk deel van het plangebied wordt voor alle perioden bijgesteld naar laag. De voorgenomen graafwerkzaamheden zullen geen bedreiging vormen voor het archeologisch bodemarchief. Voor dit deel van het plangebied (Figuur 10: gestippelde deel) wordt om bovenstaande redenen geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht.
De resultaten van dit onderzoek zijn getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Alphen-Chaam) en stemt in met het advies van Aeres Milieu. </p><p>
Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen.
Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging, als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-06-30



