five

Plangebied Brouwketel te Hooge Mierde, gemeente Reusel - De Mierden; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek).

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-02-27 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XS8-F7JT
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Brabants Landschap heeft RAAP eind februari 2019 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Brouwketel te Hooge Mierde in de gemeente Reusel - De Mierden. In het plangebied zijn bodemingrepen gepland ten behoeve van natuurherstel. De doelstelling van het bureauonderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein en de invloed van de toekomstige ingrepen hierop.</p><p>Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied behoort tot een gebied waar terrasafzettingswelvingen (formatie van Sterksel) worden afgedekt door landduinen (formatie van Boxtel) met bijbehorende vlakten en laagten. Het plangebied zelf ligt grotendeels in een uitblazingslaagte, omringd door kamduinen. Volgens de bodemkaart komen humuspodzolgronden voor, wat pleit voor een hoge ouderdom van de duinen. In het duingebied zijn twee archeologische monumenten bekend, betreffende een mesolithische vuursteenvindplaats en een grafheuvel uit de bronstijd. Op basis van deze gegevens is aan de hoge randen van de laagte een hoge verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars toegekend. Bewoningsresten uit de landbouwers periode worden niet verwacht, maar resten van begraving zijn niet uit te sluiten. Deze komen vaker voor op de woeste gronden, waartoe het plangebied volgens historische kaarten behoorde. Pas omstreeks 1958 is de Brouwketel ontgonnen, waarbij delen van de hoge randen zijn afgeschoven om de laagte op te vullen. Daarbij zijn hoge steilranden ontstaan, terwijl de laagte zelf juist zeer vlak is. Op de hoge delen zijn in het microreliëf nog karrensporen herkenbaar.</p><p>De resultaten van het veldonderzoek bevestigen die van het bureauonderzoek. In de laagte is sprake van een sterk verrommelde bovengrond, die het gevolg is van de ontginning en daarmee gepaard gaande egalisatie. Onder de verstoring is telkens de C-horizont of een restant van een natte veldpodzolgrond aangetroffen. In de laagte zijn geen organische lagen aangetroffen die duiden op permantent natte omstandigheden, zodat de Brouwketel eerder een periodiek natte laagte is geweest dan een ven. Hier worden geen archeologische resten meer verwacht.</p><p>Op de hogere randen is de bodemopbouw daarentegen volledig intact, getuige de volledig ontwikkelde, droge haarpodzolgrond. Vanwege de gradiëntsituatie naar de laagte, moet al onder de strooisellaag rekening worden gehouden met vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars. Aangezien de bodem onverstoord is, zouden eventuele grafheuvels uit de landbouwers periode nog aan het maaiveld herkenbaar moeten zijn. Hiervan is echter geen sprake, zodat die niet meer worden verwacht.</p><p>Op basis van de resultaten van het onderzoek ziet RAAP geen restricties ten aanzien van de werkzaamheden die in de laagte gepland zijn (aanleg van venachtige laagte, vochtige heide en morfologisch herstel). Op de hoge randen wordt geadviseerd de geplande (plag)werkzaamheden te beperken tot de strooisellaag. Na de plagwerken wordt een inspectie van de geplagde vlakken aanbevolen om eventuele vindplaatsen in kaart brengen, zodat deze aansluitend middels een aan te brengen zanddek duurzaam kunnen worden behouden. Indien toch diepere werkzaamheden nodig zijn, dan wordt een karterend booronderzoek nodig geacht om eventuele vindplaatsen te begrenzen. Geadviseerd wordt deze dan met een 3 meter brede bufferzone buiten de werken te houden.</p>
提供机构:
RAAP
创建时间:
2019-02-28
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务