Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied De Kastanjefabriek (voorheen Gemavo), Haaksbergseweg 16-18 te Eibergen Gemeente Berkelland
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xv6-qd8x
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van AKG architecten te Beltrum, ten behoeve van de realisatie van De Kastanjefabriek (voorheen Gemavo) aan de Haaksbergseweg 16-18 te Eibergen een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De ontwikkeling betreft het verlengen realiseren van een hotel met appartementen, bergingen en de inrichting van de buitenruimte, genaamd De Kastanjefabriek. Het totale plangebied inclusief bestaande bebouwing bedraagt ca 8.000 m². Het oppervlak van de nieuwe verstoring van de bergingen en de inrichting bedraagt ca. 3.200 m². De exacte verstoringsdiepte door de funderingen door de nieuwe begingen bedraagt 0,60 m-mv. Van de erfinrichting is de nieuwe verstoringsdiepte door de bestratingen, beplanting en andere inrichtingselementen, niet bekend. Verwacht wordt dat deze de 40 cm-mv overschrijden. De planontwikkeling bevindt zich in het stadium van aanpassing van het bestemmingsplan.Omdat het plangebied in een Archeologische Waardevol Verwachtingsgebied categorie 6 heeft op de archeologische beleidskaart van gemeente Berkelland, dient aangetoond te worden dat met de geplande bodemingrepen geen archeologische waarden verloren gaan. Archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen groter dan 250 m² en dieper dan 40 cm-mv. (Nieuwe Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek’. Willemse, N.W. & M.H.J.M. Kocken 2012 (RAAP-rapport 2501).Conclusie Het bureauonderzoek toont aan dat er een hoge kans is op archeologische waarden in het plangebied vanaf het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd.Voor 1834 is het plangebied niet bebouwd geweest en in gebruik geweest als bouw/weiland. Ploegen en frezen kan een bodemverstoring tot ca. 0,5 m-mv veroorzaken. Het plangebied is deels bebouwd geweest vanaf 1834 en in 2007 is een deel van de bebouwing gesloopt. Het gebied is gesaneerd voor 2001 en in 2012 is een restsanering voor een klein gebiedje (125 m²) tot maximaal 1,90 m-mv uitgevoerd. Door deze ingrepen (bouw/sloop/bodemsanering) is de bodem verstoord geraakt. Alleen van de restsanering is de exacte locatie en diepte bekend. Voor de andere ingrepen is de locatie en verstoringsdiepte onbekend. Aangenomen wordt dat deze verstoring dieper reikt dan 0,50 m-mv.Uit het booronderzoek blijkt dat in het onderzoeksgebied sprake is van een hoge bruine enkeerdgrond op een ondergrond van dekzand (gordeldekzandrug). De eerdlaag kent een tweedeling en bestaat uit een dikke siltige donkerbruine bovenlaag en een iets dunnere en minder siltige onderlaag. Deze onderlaag kan gekarakteriseerd worden als het oorspronkelijke plaggendek. Op grond van het erin aangetroffen vondstmateriaal dateert het plaggendek naar verwachting op z’n vroegst uit de 10e of de 11e eeuw. Tevens is een scherf IJzertijdaardewerk aangetroffen in het plaggendek die duidt op oudere bewoning. In twee boringen (boring 3 en 5) is in de top van de C-horizont een intacte inspoelingshorizont (podzol B) aangetroffen. Het betreft van origine een veldpodzol, die kenmerkend is voor de oude heideontginningen.Selectieadvies Indien geen bodemingrepen gepland zijn die dieper reiken dan 100 cm-mv, dan zullen de aanwezige vondst- en spoorniveaus niet verstoord worden. In dat geval is vervolgonderzoek door middel van proefsleuven niet noodzakelijk. In dat geval dient de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 6’ voor het plangebied gehandhaafd te worden. Indien wel diepere bodemingrepen voorzien zijn, dan adviseren wij om voorafgaand aan de bodemingrepen een proefsleuvenonderzoek uit te voeren om de aangetroffen vindplaatsen nader te kunnen waarderen. Voorafgaand aan een proefsleuvenonderzoek dienen de uitvoeringsvoorwaarden vastgelegd te worden in een Programma van Eisen dat getoetst dient te worden door de gemeente en de Regionaal Archeoloog van de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA).Voorbehoud Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (Gemeente Berkelland), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Selectiebesluit Het selectieadvies is voorgelegd aan de gemeente Berkelland en haar toetser van de Omgevingsdienst Achterhoek, mw. ing. A. Lugtigheid-Hendriks. Zij heeft de resultaten van het bureauonderzoek en het booronderzoek getoetst en gereageerd per email tussen 17 mei en 23 mei 2016. De opmerkingen van mw. Lugtigheid-Hendriks zijn verwerkt in deze definitieve rapportage. Het selectieadvies wordt overgenomen, vervolgonderzoek is niet noodzakelijk op grond van de voorgenomen bodemingrepen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort.
创建时间:
2024-01-31



