five

Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase Schipholweg 130, Leiden Gemeente Leiden

收藏
DANS Data Station Archaeology2020-03-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZCY-VU8U
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van bouwcombinatie Boele en du Prie heeft IDDS Archeologie in juni 2019 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Schipholweg 130 in Leiden, gemeente Leiden. De noodzaak tot het archeologisch onderzoek komt voort uit het bestemmingsplan. De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde verwachting. Het verkennende booronderzoek bestond uit elf boringen tot 3,5 à 5,5 m –mv. Een twaalfde boring is op 0,4 m –mv gestaakt op een mogelijke betonlaag.</p><p>Uit het bureau- en booronderzoek blijkt dat de ondergrond van het plangebied van onder naar boven bestaat uit: <br>- Wadafzettingen (Laagpakket van Wormer): de verwachting van deze afzettingen is laag. In de boringen zijn de wadafzettingen niet aangetroffen binnen de maximale boordiepte van 5,5 m. <br>- Veen (Hollandveen): in de omgeving is slechts zeer lokaal veraard veen aangetroffen, dat mogelijk bewoonbaar kan zijn geweest. Dit is niet met nader onderzoek vastgesteld. In de boringen was het Hollandveen was weliswaar niet veraard, maar bevat in twee boringen wel houtskool. Mogelijk kunnen ook de fosfaatvlekken die in diverse boringen zijn aangetroffen met het Hollandveen worden geassocieerd. Op basis hiervan heeft het Hollandveen met name in de zone rondom boringen 8 en 10 een hoge archeologische verwachting. top van het Hollandveen ligt tussen 2,9 en 3,9 m –mv (- 2,5 en -3,9 NAP). <br>- Kom-/estuariene afzettingen: deze afzettingen zijn over het algemeen verstoord door latere bodemingrepen. Daarnaast hebben deze afzettingen een lage verwachting. Het kaartmateriaal vanaf 1615 geeft geen indicaties dat het plangebied voorafgaand aan de huidige bebouwing in gebruik is geweest als iets anders dan weidegrond. In de boringen is dit pakket slechts beperkt intact aangetroffen, in de vorm van de voormalige bouwvoor in boringen 4,9 en 11. De onderzijde van deze bouwvoor ligt op een diepte die varieert tussen 2,2 en 2,8 m –mv (-1,9 en -2,3 m NAP). Het is niet uitgesloten dat de fosfaatvlekken die in dit pakket zijn aangetroffen, bij dit niveau horen, maar deze zijn dan waarschijnlijk indicatief voor een agrarisch gebruik, conform het historisch kaartmateriaal. Deze vlekken kunnen echter ook behoren bij het vegetatieniveau dat in twee boringen is aangetroffen in de kom-/estuariene afzettingen. De beide boringen waarin dit niveau is aangetroffen, liggen aan weerszijden van het plangebied, waardoor ook dit niveau slechts lokaal aanwezig lijkt te zijn. Dit niveau bevindt zich in boring 1 tussen 2,9 en 3,0 m –mv (-2,8 en -2,9 m NAP) en in boring 9 tussen 3,0 en 3,1 m –mv (-2,6 en -2,7 m NAP). <br>- Ophoogpakket: aan het maaiveld ligt een dik pakket ophoogzand dat van elders afkomstig is en daarom geen archeologische verwachting heeft.</p><p>Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat de bovenste 2,0 m van het plangebied bestaat uit een opgebracht/opgehoogd pakket. Op basis van de milieukundige boringen is dit ook onder het pand (waar geen archeologische boringen zijn gezet) het geval. Aangezien de nieuwbouw niet wordt onderkelderd, zal naar verwachting niet dieper gegraven worden dan 2,0 m –mv. In de natuurlijke ondergrond, die dieper ligt dan 2,0 m –mv, komen diverse archeologische niveaus voor waarvan de exacte omvang en waarde niet geheel duidelijk is. Op basis van deze resultaten wordt geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor graafwerkzaamheden die reiken tot maximaal 2,0 m –mv (-1,6 m NAP). Indien wel diepere graafwerkzaamheden plaatsvinden, wordt vervolgonderzoek geadviseerd. Teneinde de omvang en waarde van de aangetroffen niveaus beter vast te kunnen stellen, kan dit vervolgonderzoek het beste plaatsvinden in de vorm van een karterend booronderzoek. Deze dient zich dan te richten op het gehele te verstoren gedeelte van het plangebied, dus ook het deel dat in de huidige situatie bebouwd is.</p>
提供机构:
IDDS Archeologie
创建时间:
2020-02-06
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务