five

Greppels, grind en een brug

收藏
DataCite Commons2026-03-20 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/WYJKLO
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In 2018 en 2019 is voorafgaand aan de bouw van de nieuwe woonwijk Rijnvliet in de gemeente Utrecht archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd door archeologen van de gemeente Utrecht, afdeling Erfgoed, in opdracht van de Ontwikkelorganisatie Ruimte van diezelfde gemeente.</p> <p>Aanleiding voor het archeologische onderzoek was de voorgenomen ontwikkeling van een nieuwbouwlocatie en de aanleg van infrastructuur ten zuiden van de Rijksstraatweg in Utrecht. Bij deze werkzaamheden werd de bodem verstoord en werden de archeologische resten bedreigd. Tijdens het onderzoek was het plangebied nog in gebruik als weiland. Ten zuiden van het plangebied waren de woningen van het deelgebied Rijnvliet-Zuid al in aanbouw. Doel van het onderzoek was het nauwkeurig onderzoeken en vastleggen van de archeologische sporen in de bodem, met name de verwachte limesweg uit de Romeinse tijd en daarmee samenhangende sporen.</p> <p>Tijdens de grootschalige bouwactiviteiten in Leidsche Rijn is op veel plaatsen onderzoek naar de limes en de limesweg uitgevoerd. Bij booronderzoek uit 2007 bleek dat het tracé van de limesweg, of in ieder geval het tracé uit de tweede helft van de tweede eeuw, door het gebied van Rijnvliet liep. Dit was veel zuidelijker dan gedacht. Voor die tijd werd aangenomen dat de weg dichter bij de rivier, dus verder richting het noorden, lag (ter hoogte van Langerak). Op circa 1 kilometer ten westen van het plangebied is een deel van de weg opgegraven (LR60). Uit dendrochronologisch onderzoek van enkele houten palen blijkt dat dit deel van de weg in de tweede helft van de tweede eeuw in gebruik is geweest. De theorie was dat de weg over een afstand van enkele kilometers is omgelegd. Door deze wegomlegging ruimer te maken dan strikt noodzakelijk, kon een kortere en snellere verbindingsroute richting Vechten en het Kromme Rijngebied worden gerealiseerd.</p> <p>De Romeinse weg<br> Tijdens de opgraving in Rijnvliet is 500 meter de Romeinse limesweg blootgelegd. Deze weg bevond zich op de rand van de stroomgordel van de Oude Rijn, bij de overgang naar het komgebied. Het grootste deel van de weg bestond uit een eenvoudig grindpakket, waarbij geen primaire bermgreppels zijn waargenomen. De weg had een breedte van vijf tot zeven meter, zoals bleek uit het enige intacte deel dat werd gevonden in werkput 2. De agger, de laag met grind en zand, was bijzonder dun, met een dikte van slechts 0,1 tot 0,2 meter. Deze laag lag gedeeltelijk in en op de onderliggende laag. Het grindpakket lag vrijwel direct onder de bouwvoor, waardoor het door latere grondbewerkingen sterk verstoord is geraakt en over een groter gebied werd verspreid. Op sommige plaatsen werden concentraties grind aangetroffen, wat wijst op reparaties aan het wegdek door kuilen op te vullen met grind.</p> <p>Voor de datering van de limesweg in Leidsche Rijn zijn er aanwijzingen dat bij de eerste aanleg eind jaren 80 na Christus alleen grind werd gebruikt, zonder toevoeging van ander materiaal. Latere fasen van de weg werden op sommige plaatsen aangevuld met onder andere gefragmenteerd schelp- of dakpanmateriaal. In Rijnvliet lijkt het wegdek voornamelijk uit grind te hebben bestaan, met uitzondering van een enkel basaltblok en een klein fragment tufsteen. Deze laatste steensoort werd vooral na de verstening van de castella in grote hoeveelheden naar de regio getransporteerd. Het basalt werd met name rond 99 na Chr. aangevoerd tijdens herstelwerkzaamheden aan de weg. Een datering op basis van enkele fragmenten blijft echter onbetrouwbaar. </p> <p>Er zijn geen primaire bermgreppels langs de weg waargenomen, wat suggereert dat de grindbaan in de loop der tijd waarschijnlijk weinig te lijden heeft gehad van erosie en (regen)water voldoende kon worden afgevoerd. Ook de afwezigheid van bijvoorbeeld houten constructies in het wegtracé wijst erop dat er geen grote moeilijkheden waren bij het onderhoud van de weg.<br> Ten noorden en zuiden van de limesweg lagen parallel aan het tracé twee greppels op een afstand van ongeveer 29 meter van elkaar (100 Romeinse voet). Deze greppels konden over een grote afstand worden gevolgd, maar verdwenen in westelijke richting. De afstand tussen de greppels wijst erop dat het niet om primaire bermgreppels ging. De vulling van beide greppels was opvallend schoon en zonder klontjes of kluitjes, wat kan wijzen op een langzame opvulling ervan. Een mogelijke verklaring is dat deze greppels zijn gegraven om de zone van het toekomstige tracé van de weg te markeren voordat de weg daadwerkelijk werd aangelegd. Een andere interpretatie is dat ze dienden als secundaire bermgreppels.<br> Ondanks dat in het plangebied gaat om een eenvoudig grindpakket waarbij geen duidelijke fasering in de grindpakketten is waargenomen, zijn er toch aanwijzingen voor een lokale tracéverlegging en een fasering binnen het nu opgegraven deel van de weg in Rijnvliet. De doorlopende noordelijke en zuidelijke greppel hebben westelijke oriëntatie en komen uit bij de weg die is aangetroffen bij de opgraving van LR46, op circa 1,5 km ten westen van Rijnvliet ter hoogte van de huidige Leidsche Rijn. Deze greppels horen vermoedelijk bij de eerste fase van de weg in Rijnvliet. Een tweede fase wordt duidelijk in het westelijke deel van het tracé. In werkput 1 had het intacte grindpakket een zuidwestelijke oriëntatie. Bij het vervolgen van deze richting zou dit deel van de weg goed aan kunnen sluiten bij het tweede-eeuwse wegtracé van LR60 (circa 1,1 km ten westen van Rijnvliet, opgraving HOV-De Meern). Het enkele brokje tufsteen dat is gevonden zou kunnen wijzen op een datering na de tweede helft van de tweede eeuw, na de verstening van de castella toen tufsteen in grote hoeveelheden werd aangevoerd. Verder verschilt de samenstelling van het grind in werkput 8 (en 3) van het grind dat rondom de brug en in werkput 2 is gevonden. Mogelijk is de tracéverlegging in werkput 8 gepaard gegaan met het aanbrengen van een nieuw pakket grind, waarbij in werkput 3 sprake is van herstel van het al bestaande grindpakket. In werkput 2 was dit blijkbaar niet nodig en voldeed het grind uit de eerste fase nog. De wegomlegging ter hoogte van werkput 8 heeft vermoedelijk rond 167 na Chr. plaatsgevonden, zoals bij LR60 bleek op basis van de dendrochronologische datering van de palen die in het wegdek waren aangebracht. De brugconstructie In het oostelijke deel van het onderzochte gebied kruiste de limesweg een restgeul van een zijtak van de Oude Rijn. Rond 115 na Chr. is een brugconstructie gebouwd om deze restgeul over te steken, waarbij eerst lokaal gekapt hout werd gebruikt. Deze brug werd vervangen tijdens een grootschalige onderhoudscampagne in 124/125 na Chr., waarvoor eikenhouten palen werden aangevoerd uit de Ardennen. Herstelwerkzaamheden van de eikenhouten brug vonden plaats tot het jaar 157. Het is niet bekend hoelang deze laatste fase van de brug heeft gefunctioneerd. Vóór de bouw van de eerste brug was het blijkbaar mogelijk om zonder al te veel moeite de laagte van de restgeul over te steken. Wellicht dat een reactivering van de restgeul het noodzakelijk maakte een brug aan te leggen. Het is echter niet met zekerheid vast te stellen of de limesweg al voor de aanleg van de eerste brug op deze plek lag. Mogelijk lag de weg eerst een kleine 300 m meter noordelijker, ter hoogte van Langerak, en is deze met de aanleg van de brug in 115 na Chr. verlegd naar het zuiden.</p> <p>Tracéverleggingen<br> Het tracé van de limesweg volgde niet overal de oevers/ stroomrug van de Rijn, maar sloeg de grote meanders over om zo een snelle doorgaande landroute te verkrijgen tussen de castella van Traiectum (Utrecht-Domplein) en de Hoge Woerd. Dit is op meerdere plekken langs de limes waargenomen. Om een nog snellere en efficiëntere verbinding tussen de forten te verkrijgen zou de weg in de tweede helft van de tweede eeuw naar het zuiden zijn verlegd, naar het huidige plangebied Rijnvliet. Het onderzoek in Rijnvliet heeft aangetoond dat deze theorie niet meer klopt. Uit de datering van de zachthouten palen van de Romeinse brug in Rijnvliet blijkt namelijk dat het tracé van de limesweg in ieder geval al vanaf 115 na Chr. via Rijnvliet heeft gelopen. Dat is circa 40 jaar eerder dan tot nu toe werd aangenomen. Of de weg vóór de aanleg van de eerste brug wel door Langerak heeft gelopen of al direct in jaren 80-90 van de eerste eeuw in Rijnvliet is aangelegd, kan niet met zekerheid gezegd worden, hoewel het logisch lijkt dat de weg vanaf het begin hier heeft gelegen.</p> <p>Datering<br> Het vondstmateriaal dat onder en rondom de brug is gevonden, dateert vooral in de eerste helft van de tweede eeuw en later, hoewel een vroegere datering zeker niet uitgesloten is. Het gebruik van basaltblokken om de oever te verstevigen wijst mogelijk op werkzaamheden aan de weg die rond 100 na Chr. zijn uitgevoerd, maar hergebruik op een later tijdstip kan niet uitgesloten worden. Verder lijkt de lange greppel die door het midden van de restgeul liep en opgevuld is met schone klei, te wijzen op watermanagement voordat daadwerkelijk grind is aangevoerd en de brugconstructie is gebouwd. In deze greppel zijn twee basaltblokken gevonden en een mogelijke Grieks-Romeinse tetradrachme uit de regeerperiode Domitianus (81-96 na Chr.). Tijdens zijn regeerperiode is Neder-Germanië tot provincie omgevormd en vanaf 90 is gestart met de aanleg van de limesweg in Leidsche Rijn. Het is natuurlijk de vraag hoelang de munt in omloop is geweest voordat deze in de restgeul terecht is gekomen, waardoor ook deze vondst geen uitsluitsel over de startdatering van dit tracédeel geeft. En hoewel de grindpakketten in Langerak destijds zijn geïnterpreteerd als fragmenten wegdek van de limesweg, kan ook niet worden uitgesloten dat het een lokaal wegensysteem betrof dat richting de vicus ging. Kortom, sluitend bewijs voor de aanleg van de weg in Rijnvliet voor 115 na Chr. is er niet.</p> <p>Vondstmateriaal<br> De opgraving heeft relatief weinig vondstmateriaal opgeleverd, wat te verwachten is gezien de functie als doorgaande route en de afwezigheid van andere vindplaatsen in de buurt. De meeste vondsten bestonden uit sterk gefragmenteerd materiaal, voornamelijk gebruiksvoorwerpen die passen bij korte momenten van bouw en reparatie. Romeinse militairen die aan de brug hebben gewerkt en zullen (kapotte) spullen (zoals een bijl) en etensresten (botresten) hebben weggegooid. Verder kunnen passanten spullen hebben verloren tijdens de passage over de restgeul. De metalen beslagen van paardentuig, tezamen met de vele hoefindrukken, duiden erop dat men ten zuiden van de brug paarden en ander vee liet drinken en oversteken. Vooralsnog zijn er geen duidelijke aanwijzingen voor intentionele of rituele deposities. Concentraties of clusters van vondsten zijn niet gevonden.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2024-03-15
5,000+
优质数据集
54 个
任务类型
进入经典数据集
二维码
社区交流群

面向社区/商业的数据集话题

二维码
科研交流群

面向高校/科研机构的开源数据集话题

数据驱动未来

携手共赢发展

商业合作