Kerkewijk-Cuneraweg Veenendaal. Een Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO) door middel van boringen en een veldverkenning
收藏DANS Data Station Archaeology2008-10-29 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZKK-332X
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Kreeft Consultancy heeft Vestigia b.v. Archeologie & cultuurhistorie een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd ten behoeve van de realisatie van een woning op het voormalige hertenkamp van Veenendaal aan de Kerkewijk en de Cuneraweg (afbeelding 1). Het plangebied ligt op de noordelijke flank van de Heimenberg in de overgangszone tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Gelderse Vallei. Het vooronderzoek bestond uit een Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) verkennende en karterende fase. Het IVO is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek.</p><p>Uit het Bureauonderzoek is gebleken dat van het plangebied geen archeologische vondsten bekend zijn en dat het plangebied een middelhoge archeologische verwachting heeft. Op basis van het Bureauonderzoek is deze verwachtingswaarde naar boven toe bij te stellen, namelijk naar een hoge archeologische verwachting. Deze verwachtingswaarde is gebaseerd op de aanwezigheid van de top van dekzand, waarin zich prehistorische vindplaatsen zouden kunnen bevinden. Belangrijkste reden voor de hoge archeologische verwachting is de landschappelijke ligging van het plangebied in de overgangszone tussen de hoger gelegen stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug en het lager gelegen dekzand- en veengebied van de Gelderse Vallei. Uit het bureauonderzoek bleek ook dat het gebied vanaf de Late-Middeleeuwen intensief is verveend. De vraag was in hoeverre de top van het dekzand daarbij gespaard was gebleven, temeer daar ander archeologisch onderzoek, dat in de omgeving van het plangebied was uitgevoerd, uitwees dat de top van het dekzand in de meeste gevallen was geroerd.</p><p>Uit het booronderzoek bleek dat de top van het dekzand inderdaad over het grootste deel van het plangebied tot in de E-, B- en C-horizonten was geroerd. Op alle boorlocaties, met uitzondering van boringen 5 en 6, waar direct onder de Ap de C-horizont werd aangetroffen, is de bodem in de top van het dekzand gezeefd op een zeef met een maaswijdte van 2 mm. De bodem werd hiertoe bemonsterd met een 15 cm edelmanboor. In geen van de zeefresiduen bevonden zich archeologische indicatoren. Wel is in vrijwel alle zeefresiduen houtskool aangetroffen in de vorm van kleine brokjes met een grootte van 5 tot 20 mm. Dit houtskool kan echter een natuurlijke oorzaak hebben en kan dus niet worden opgevat als een eenduidige archeologische indicator.</p><p>Op basis van deze onderzoeksresultaten adviseert Vestigia b.v. Archeologie & cultuurhistorie daarom geen nader archeologisch onderzoek en ziet geen bezwaar tegen de voortgang van de bouwplannen.</p>
提供机构:
Vestigia b.v.
创建时间:
2008-10-30



