Systematische Veldkartering in de Krimpenerwaard
收藏DANS Data Station Archaeology1986-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZUM-XP4Y
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Dit rapport betreft de resultaten van een systematische veldkartering die heeft plaatsgevonden in het herinrichtingsgebied in voorbereiding Krimpenerwaard en is uitgevoerd door medewerkers van de Stichting Regionaal Archeologisch Archiverings Project (R.A.A.P.) op verzoek van de heer drs. D.P. Hallewas (provinciaal archeoloog werkzaam bij de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (R.O.B.) te Amersfoort), in opdracht van de Landinrichtingsdienst te Utrecht. De Krimpenerwaard ligt in Zuid-Holland, tussen de steden Gouda, Krimpen aan de iJssel en Schoonhoven. Het gebied wordt omsloten door de rivieren de Hollandsche IJssel in het westen en noorden, de Lek in het zuiden en de Vlist in het oosten. Het herinrichtingsgebied in voorbereiding bestaat vrijwel geheel uit veen en is in gebruik als weidegebied. Uit de Standaard Archeologische Inventarisatie (S.A.I) die vanwege het R.O.B, vervaardigd is van dit gebied blijkt dat de Krimpenerwaard arm is aan archeologische vindplaatsen. Enerzijds vloeit dit voort uit de geologische structuur, anderzijds uit de stand van het onderzoek. Het gebied heeft tot op heden slechts in geringe mate de wetenschappelijke aandacht getrokken. Toch zijn op grond van de ontginningsgeschiedenis een groot aantal archeologische sites in het gebied te verwachten. Uit het daaruit voortvloeiende voorstel voor een archeologische inventarisatie van het herinrichtingsgebied Krimpenerwaard van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (R.O.B.) aan de directie Landinrichtingsdienst (d.d. 27 september 1985) wordt het doel van het onderzoek als volgt omschreven: 1.) Op grond van de ontginningsgeschiedenis is te verwachten dat er een grote hoeveelheid archeologische resten uit de ontginningsperiode in het gebied aanwezig is (vgl. Waterland). Eerste doel van het onderzoek moet daarom zijn te onderzoeken of er inderdaad sporen vanaf ca. 1000 A.D. voorkomen. 2.) Indien vraag 1.) positief wordt beantwoord dan moet een inzicht verworven worden in de aard en de verspreiding van de archeologische sites. 3.) Op grond van 2.) moeten deze sites van een waardering worden voorzien die een leidraad moeten vormen bij conservering resp.bescherming en verder onderzoek (opgraven). 4.) Bij het onderzoek moet speciale aandacht worden besteed aan de mogelijkheden die een nader licht kunnen werpen op de datering van het ontstaan van Lek en IJssel. Het te verrichten onderzoek is in dit voorstel als volgt gedefinieerd: op grond van bovenstaande dient het onderzoek in fasen te worden uitgevoerd. A. ) Uitvoeren van veldkarter ing ten behoeve van de eerste doelstelling, op grond van historisch-geografische gegevens en eventuele andere geledingen van het landschap dient een systematische steekproef te worden opgesteld. In gebieden van deze steekproef moet veldkartering worden uitgevoerd. B. ) Het vervaardigen van een rapport van A.). C.) Indien A. ) positief uitvalt, de veldkartering van het gehele gebied, waarbij de nadruk kan liggen op die historisch geografische en landschappelijke Strukturen die samenhangen met de positieve resultaten van A.). D. ) Waarderen van de bij A.) en C.) aangetroffen sites. Vervaardigen van een rapport waarin aanbevelingen voor de in verband met de sites te volgen procedure worden gedaan. E.) Niet uit het oog moet worden verloren dat bij uitvoering van grond- en waterwerken archeologische sites kunnen verdwijnen, dan wel ernstig kunnen worden bedreigd. In een aantal van die gevallen kan opgraving noodzakelijk zijn. Bij schrijven d.d. 8 november 1985 stemt de Landinrichtingsdienst in met de uitvoering van de voorgestelde archeologische kartering en stelt voor de uitvoering van de eerste fase hiervan gelden beschikbaar. Op verzoek van de R.O.B, zijn door de stichting R.A.A.P. de fases A.) en B.) uitgevoerd. De veldkartering heeft plaatsgevonden van februari tot in juni 1986 en stond onder leiding van drs. H.C.J. Visscher die tevens voorliggend rapport heeft samengesteld. De hier gepresenteerde gegevens werpen, naar het zich thans laat aanzien, een nieuw licht op de bewoningsgeschiedenis van de Krimpenerwaard.</p>
创建时间:
1986-01-01



