Archeologisch proefsleuvenonderzoek Windturbinelocatie III, Plangebied 't Klooster te Nieuwegein, gemeente Nieuwegein (UT)
收藏DANS Data Station Archaeology2014-10-07 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XRV-N394
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Aanleiding tot het hier beschreven archeologisch proefsleuvenonderzoek zijn de plannen van Eneco Wind voor de bouw van vijf windturbines langs de westzijde van de A27 ter hoogte van Nieuwegein. Het onderzoek betreft één van deze locaties (windturbine III).</p><p>Het onderzoek vormt een vervolg op een eerder uitgevoerd bureau- en verkennend en karterend booronderzoek. Uit het verkennend en karterend booronderzoek blijkt dat in het onderzoeksgebied een potentiële vindplaats aanwezig is, die bij realisatie van de voorgenomen plannen wordt bedreigd. In de boringen zijn in de oeverafzettingen van de Wiersch houtskool en flinters verbrand dierlijk bot gevonden. Verbrand bot is een harde indicator voor menselijk handelen en kan wijzen op het voorkomen van een extractiekamp of kleine activiteitsplekken, bijvoorbeeld eenmalige kampen of visplekken. Dergelijke vindplaatsen uit de periodes mesolithicum en neolithicum zijn in het Nederlandse rivierengebied relatief zeldzaam. Op basis van deze vooronderzoeken is geadviseerd een archeologisch proefsleuvenonderzoek uit te voeren.</p><p>Tijdens het proefsleuvenonderzoek is gewerkt in één kruisvormige werkput, werkput 1, die in twee vlakken is opgegraven. Het eerste vlak is aangelegd op de vegetatiehorizont in de top van de oeverafzettingen. Hierin zijn twaalf vakken van 1 m bij 1 m in drie lagen van 5 cm onderzocht op vondsten door middel van zeven, handmatig schaven en troffelen. De eerste zes lagen uit verschillende vakken zijn gezeefd, maar dit bleek een ondoenlijke opgave vanwege de grondslag (zeer zware venige klei). Na het afwerken van de resterende vakken door troffelen en schaven is er een tweede vlak onder de diepte van de vakken aangelegd als controlevlak (sporenvlak). Dit vlak ligt onder de vegetatiehorizont.</p><p>De oeverafzettingen bestaan onder de vegetatielaag uit humeuze, zwak siltige klei, met daaronder een minder humeus pakket zwak siltige klei, dat overgaat in een pakket sterk siltige klei, dat overgaat in de zandige oeverwal. In het onderzoeksgebied is ondanks het zeven, troffelen en schaven een zeer klein aantal mogelijke vondsten gedaan en werden geen archeologische sporen gevonden. De aangetroffen vondsten (twee fragmenten verbrand bot) zijn archeologische indicatoren, maar twee stukken is te weinig om een archeologische vindplaats te verwachten. Ze zijn zeer gefragmenteerd en hebben zonder verdere context of begeleidende andere vondsten weinig informatiewaarde. Het is goed mogelijk dat zij niet in situ lagen, maar door verspoeling van elders zijn aangevoerd. Ze maken mogelijk deel uit van een archeologische vindplaats op een locatie in de buurt, maar niet op de locatie van Windturbine III. Op basis van deze bevindingen adviseren wij geen archeologisch vervolgonderzoek te laten plaatsvinden en de locatie vrij te geven voor de bouw van de windmolen. Daarnaast adviseren wij de twee vondsten te deselecteren.</p>
创建时间:
2014-10-08



