five

Transect-rapport 1286:Een archeologische definitieve opgraving. Bladel, Bleijenhoek 50, gemeente Bladel (NB).

收藏
DANS Data Station Archaeology2017-08-21 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XSH-JXE7
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Tijdens de opgraving aan de Bleijenhoek 50 te Bladel zijn 142 sporen aangetroffen, waaronder paalsporen, (puin-)kuilen, esgreppels, spoorconglomeraties, recente sporen en natuurlijke verstoringen. De functie van de kuilen is in de meeste gevallen bij gebrek aan vondsten niet te achterhalen. Spoor 72 is geïnterpreteerd als puinkuil, omdat er veel keramisch bouwmateriaal in is gevonden. Welke functie de spoorconglomeraties hebben gehad, is ook niet duidelijk. Het gaat om grote sporenclusters met geheel dezelfde vulling en grillige vormen. Deze bevinden zich in het westelijke deel van de werkput. Tot de recente sporen behoort een betonnen put met grote insteek, waarvan een deel is opgevuld met geel bouwzand.</p><p>Er zijn 96 paalsporen aanwezig binnen het plangebied. In de wirwar van paalsporen was het moeilijk om duidelijke structuren te herkennen. Uiteindelijk zijn er maximaal twee complete gebouwplattegronden herkend, maar of het daadwerkelijk om gebouwplattegronden gaat, is niet met zekerheid te zeggen. Structuur 1 is 7 x 3 m en omvat ca. vijftien paalsporen met een diepte die varieert tussen de 4 en 36 cm. De aard van de vullingen is qua kleur erg verschillend, maar dat zegt niet zoveel. Structuur 2 overlapt een gedeelte van structuur 1 en is 7,4 x 1,8 m. De structuur bevat ca. negen paalsporen die in diepte variëren van 9 - 30 cm. Beide structuren hebben palen langs de strekkende zijde die geen tegenhangers hebben, behalve de hoekpalen. Het is ook een mogelijkheid dat het om één, in plaats van twee gebouwplattegronden gaat. In beide gevallen zou het om een bijgebouw, bijvoorbeeld een schuur of opslagplaats, kunnen gaan dat behoort tot het hoofdgebouw dat aan de straatzijde gebouwd was (te zien op een kaart uit 1910, figuur 4). Enkel spoor 16 van structuur 1 bevat een vondst, namelijk een fragment oranje dakpan. Gezien deze vondst, het overige vondstmateriaal van de opgraving dat in de 18e - 20e eeuw dateert en de aard van de vullingen van de sporen (sporen tekenen zich o.a. scherp af tegen de natuurlijke ondergrond) werd in het veld aangenomen dat het paalsporen uit de Late-Nieuwe tijd betreft. Dit geldt voor de paalsporen behorend tot de eventuele structuren als voor alle andere paalsporen van de opgraving.</p><p>Proefsleuf 2 van het eerder uitgevoerde proefsleuvenonderzoek (Hos 2016) bevindt zich binnen de werkput van de opgraving en laat een overeenkomstig beeld zien (zie bijlage 2) voor wat betreft sporen en bodemopbouw. De conclusie van het proefsleuvenonderzoek luidde dat de aangetroffen sporen dateren in de 19e eeuw op basis van het vondst- en historisch kaartmateriaal. De paalkuilen zouden tot een hoofd- en bijgebouw van een 19e eeuws erf behoren. De paalkuilen van het proefsleuvenonderzoek die mogelijk tot een 19e eeuws bijgebouw behoorden, worden in de opgraving aan de west-, noord- en oostkant omgeven door spoorconglomeraties, kuilen en recente sporen. Daarmee wordt de aanwezigheid van het bijgebouw uit het proefsleuvenonderzoek verworpen.</p><p>Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat het plangebied in gebruik is geweest als akker en heidegrond. Pas vanaf 1901 is bebouwing aanwezig en in 1973 weer is verdwenen. De sporen van de opgraving stammen dus naar alle waarschijnlijkheid uit de periode 1901 - 1973 en niet uit de 19e eeuw. Een uitzondering hierop vormen de esgreppels, die zich aan de basis van het plaggendek bevinden. De esgreppels kunnen daarmee dateren in de Late-Middeleeuwen of Nieuwe tijd en vormen de oudste archeologische sporen van de opgraving. Een aantal paalsporen oversnijdt de esgreppels, wat aangeeft dat de paalsporen jonger zijn.</p><p>De bodemopbouw in de bestudeerde profielen laat zien dat het plangebied grotendeels verstoord is. Onder een verstoord geraakt plaggendek bevindt zich direct de natuurlijke ondergrond (dekzand). De top van het dekzand is niet meer intact, wat afgeleid is aan de scherpe overgang van het verstoorde plaggendek naar het dekzand. Het plaggendek is waarschijnlijk verstoord geraakt door sloop van bebouwing en de aanleg van een vijver rond 1999, die direct ten westen van het plangebied gelegen is. Een afgetopte natuurlijke ondergrond betekent dat eventueel aanwezige archeologische restanten zijn verdwenen, wat kan verklaren waarom er tijdens de opgraving (vrijwel) geen sporen zijn gevonden in de periode Laat-Paleolithicum - Vroege-Middeleeuwen.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2017-08-22
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务