Gasleidingtracé tussen rioolwaterzuiveringsinstallatie Emmen en NAM emplacement Schoonebeek
收藏DANS Data Station Archaeology2008-04-06 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XZE-7S63
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In de periode maart - april 2008 is in opdracht van de Nederlandse Gasunie NV door Ingenieursbureau Oranjewoud BV een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor een leidingtracé tussen de waterzuiveringsinstallatie Emmen en het NAM Emplacement Schoonebeek, gemeente Emmen (Drenthe). De aanleiding voor dit archeologisch onderzoek is de voorgenomen aanleg van een tracé met verschillende leidingen (gasleiding DN200, waterleiding PP 280mm, waterleiding PCV400mm, kabel 10 kV, kabel 110 kV) tussen beide locaties.<br>Doel van onderhavig onderzoek is het toetsen van de aanwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied op basis van een gespecificeerd verwachtingsmodel en het formuleren van aanbevelingen voor de wijze waarop met eventueel aanwezige archeologische waarden dient te worden omgegaan. Het gespecificeerde verwachtingsmodel zal vervolgens worden getoetst door middel van een veldonderzoek. Het inventariserend veldonderzoek omvat de verkennende fase.</p><p>Op basis van het bureauonderzoek is geconcludeerd dat het gebied in een laaggelegen dekzandgebied ligt, binnen het veenkoloniale landschap. Binnen dit vlakke gebied komen dekzandopduikingen voor. De hoger gelegen dekzandruggen of -opduikingen vormen een geschikte verblijfplaats voor de jager/verzamelaar uit het Paleolithicum en Mesolithicum. Vanaf het Neolithicum tot en met de IJzertijd/Romeinse tijd worden vooral votiefdepots verwacht. Er worden vanaf het Neolithicum geen nederzettingen meer verwacht. Pas vanaf de Nieuwe tijd raakt het onderzoeksgebied weer geschikt voor bewoning als gevolg van turfwinning en ontstaat het veenkoloniale landschap. Als gevolg van hedendaagse agrarische activiteiten, zoals diepploegen is het bodemprofiel in het plangebied waarschijnlijk verstoord.<br>Omdat in de omgeving van het plangebied evenwel intacte dekzandopduikingen zijn aangetroffen, met daarop archeologische resten uit Mesolithicum, is het niet uit te sluiten dat er in het plangebied toch nog onverstoorde gedeelten aanwezig zijn. Het veldonderzoek dient er daarom vooral op gericht te zijn de mogelijk aanwezige dekzandopduikingen te traceren.</p><p>Tijdens het inventariserend archeologisch onderzoek (oppervlaktekartering en verkennend booronderzoek) in het plangebied is de bodemopbouw en de mate van intactheid van de bodem vastgesteld. Tijdens het onderzoek zijn 120 boringen gezet. De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een bouwvoor of een verstoorde laag op restveen op dekzand op keileem of lemig zand. Tijdens het booronderzoek zijn (deels) intacte podzolbodems aangetroffen . Daarnaast is bij boring 3 op een dekzandopduiking met een (deels) intacte podzolboden één mogelijke vuursteenafslag en één vuursteen afslag aangetroffen (mogelijke vindplaats). Tevens zijn dekzandopduikingen met over het algemeen een (deels) intacte podzolprofiel herkend. De omvang van de dekzandopduikingen is in onderhavig onderzoek niet bepaald.</p><p>Aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten uit latere perioden zijn niet aangetroffen tijdens het onderzoek. </p><p>In november 2008 is in opdracht van de Nederlandse Gasunie NV door Ingenieursbureau Oranjewoud BV een karterend veldonderzoek uitgevoerd op hetzelfde leidingtracé . De aanleiding voor dit archeologisch onderzoek is de uitkomst van het eerder door Oranjewoud BV uitgevoerd bureau- en inventariserend veldonderzoek (Archeologische Rapporten Oranjewoud 2008/31, zie samenvatting hierboven) voor de voorgenomen aanleg van het tracé met verschillende leidingen tussen beide locaties.</p><p>Tijdens het inventariserend archeologisch onderzoek (karterend booronderzoek) in het plangebied is de bodemopbouw en de mate van intactheid van de bodem verder vastgesteld. Tijdens het onderzoek zijn 34 boringen gezet. De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een bouwvoor of een verstoorde laag op restveen op dekzand op keileem of lemig zand. Tijdens het booronderzoek is de verspreiding van de (deels) intacte podzolbodems vastgesteld (zie de kaartbijlagen). Daarnaast is bij enkele boringen een aantal vuursteenfragmenten aangetroffen die echter vanwege hun grootte (een halve centimeter in doorsnede) weinig kunnen zeggen over menselijke activiteiten in de gebieden. Deze activiteiten zijn hiermee echter nog niet uit te sluiten. De omvang van de dekzandopduikingen is in onderhavig onderzoek grotendeels bepaald.<br>Podzolbodems ontstaan op relatief hoge en droge plaatsen (dekzandopduikingen): locaties die in de Steentijd geliefd waren als nederzettingsterreinen. Deze podzolbodems kunnen aanwijzingen zijn voor bewoning in het plangebied uit het Paleolithicum - Mesolithicum. Aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten uit latere perioden zijn niet aangetroffen tijdens het onderzoek.</p>
创建时间:
2008-04-07



