five

Transect-rapport 2120: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Zegveld, Milandweg. Gemeente Woerden.

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-04-14 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XCH-2U2M
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In maart 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Milandweg in Zegveld (gemeente Woerden). De aanleiding voor het onderzoek vormt de wijziging van het bestemmingsplan van Agrarisch naar Wonen en de beoogde realisatie van woningen binnen het plangebied. </p><p>In het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan deels een dubbelbestemming Waarde Archeologie 3 en deels geen dubbelbestemming. Een archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 30 cm -Mv. Gezien de beoogde bestemmingsplanwijziging dient een archeologische waardestelling van het gebied plaats te vinden.</p><p>Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een gecombineerd onderzoek, te weten een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase in de vorm van een booronderzoek. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied.</p><p>Uit het bureauonderzoek blijkt dat het pleistocene dekzand zich op een diepte van ca. 8,7 m -NAP bevindt. Het is mogelijk dat in de top van het dekzand resten aanwezig zijn uit de periode Laat-Paleolithicum – Neolithicum. Gezien de grote diepteligging valt dit buiten het bereik van het onderzoek. Vanaf het Neolithicum is het gebied sterk vernat en heeft veenvorming plaatsgevonden. Bewoning vanaf het Neolithicum – Vroege Middeleeuwen is mogelijk in dergelijke veengebieden, al concentreert deze zich op veraard veen op oevers dan wel op hoger gelegen inversieruggen. Aan de hand van geologisch – geomorfologisch kaartmateriaal blijkt dat dergelijke landschappelijke elementen niet in het plangebied aanwezig zijn, waarmee een lage verwachting voor deze periode geldt. Na de ontginning in de Late Middeleeuwen vindt bewoning plaats langs de ontginningsas aan de Hoofdweg. Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat geen historische bebouwing aanwezig is. Hoewel vanaf de 17e eeuw direct ten westen van het plangebied een erf aanwezig is, liggen de erfgrenzen buiten het plangebied. Hiermee is ook voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd sprake van een lage verwachting. Indien resten uit deze periode aanwezig zijn, bevinden deze zich op veraarde veenlagen of in ophooglagen.</p><p>Op basis van het verkennend booronderzoek kan de lage archeologische verwachting worden gehandhaafd. De pleistocene afzettingen zijn niet bereikt binnen de maximale boordiepte. Op basis van gegevens uit DINO bevindt het dekzand zich op een diepte van circa 8,7 m -Mv. Gezien de lage trefkans op resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Neolithicum kan de lage verwachting voor deze periode behouden blijven. Voor de periode Neolithicum – Vroege Middeleeuwen kan de lage verwachting eveneens gehandhaafd worden. Er zijn geen veraarde veentrajecten aangetroffen. Ook voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd kan de lage verwachting behouden worden, gezien de afwezigheid van veraarde veenlagen, ophooglagen en historische bebouwing in het plangebied.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-04-15
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务