Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Boddenkampsingel te Enschede, gemeente Enschede
收藏DataCite Commons2026-05-08 更新2026-05-10 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/JUILLT
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Conform de BRL SIKB protocol 4002 en een verkennend booronderzoek cnoform de BRL SIKB protocol 4003 uitgevoerd voor de herinrichting en vervanging van het riool aan de Boddenkampsingel in Enschede. Het gaat hierbij om de zuidelijk gelegen rijbaan en trottoir van de Boddenkampsingel (afbeelding 1). Het tracé is in totaal circa 400 meter lang en heeft een oppervlakte van ongeveer 6000 m². De bestaande VWA-leiding (vuilwaterafvoer) zal verwijderd worden en deze zal worden vervangen voor een nieuwe VWA-leiding. Deze nieuwe leiding komt noordelijker te liggen ten opzichte van de oude leiding waardoor er mogelijk een nieuwe bodemverstoring zal plaatsvinden. De aanlegdiepte voor de nieuwe VWA-leiding is 2 m-mv. Voor de uitvoering van het overige grondwerk (aanleg leidingen buiten het hoofdriool) bedraagt de aanlegdiepte 0,90 cm-mv.</p><p>
De gemeente Enschede beschikt over een archeologische waarden- en beleidskaart (2009) en een gemeentelijke archeologische verwachtingskaart uit 2011. Het archeologiebeleid is tevens in de bestemmingsplannen opgenomen. Op de archeologische verwachtingskaart van Enschede (2011) heeft het plangebied afwisselend een middelhoge of hoge archeologische verwachting (Afbeelding 2). Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2009 (Afbeelding 3) valt het plangebied binnen Onderzoeksgebied B. Binnen de beleidszone ‘Onderzoeksgebied B’ geldt dat archeologisch onderzoek verplicht is bij bodemingrepen met een omvang van 2.500 m2 of groter én met een verstoringsdiepte van 50 cm-mv of dieper. Vanwege de overschrijding van deze vrijstellingsgrens is door Hamaland Advies een bureauonderzoek conform de BRL SIKB 4002 uitgevoerd, waarbij een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld en een selectieadvies is geformuleerd.</p><p>
Conclusie bureauonderzoek</p><p>
Het plangebied bevindt zich op een overgangszone van de westelijk gelegen stuwwal van Ootmarsum-Enschede-Oldenzaal en het oostelijk gelegen dekzandlandschap. Op basis van deze landschappelijke ligging geldt er over het algemeen een middelhoge tot hoge archeologische verwachting.</p><p>
Het gebied is op de geomorfologische en bodemkundige kaart niet gekarteerd vanwege de ligging binnen de bebouwde kom. Geologische boringen in de nabijheid van het plangebied geven echter een beeld van de mogelijke bodemopbouw binnen het plangebied. In het uiterste westelijke gedeelte van de Boddenkampsingel, tussen de Hengelosebaan en de Joan Coststraat, lijkt vanaf het maaiveld sprake te zijn van klei of leem. Het gaat waarschijnlijk om gestuwde tertiaire kleien die zijn ontstaan door de werking van het landijs gedurende het Saalien. Dit soort ‘zeer ondiepe keileem’ ofwel potklei komt in en rondom Enschede veelvuldig voor. De aanwezigheid van keileem kan erop duiden dat het gebied van oorsprong mogelijk een relatief natte locatie is geweest. Ten oosten van de Joan Coststraat lijkt het dekzand zich mogelijk direct onder het maaiveld te bevinden. De diepteligging van het dekzand lijkt toe te nemen richting het oosten. Dit beeld komt overeen met de hoogtekaart, welke laat zien dat het verloop van de Boddenkampsingel van west naar oost een toenemende maaiveldhoogte kent. In enkele gevallen is er sprake van leembandjes. Deze leembandjes kunnen zorgen voor een slechte waterafvoer.</p><p>
Ten zuiden van het plangebied zijn meerdere archeologische onderzoeken uitgevoerd die met name laten zien dat de bodem in veel gevallen sterk verstoord is, waardoor de kans op het aantreffen van archeologische restanten zeer klein is. Echter zijn op circa 500 meter ten zuiden van het plangebied, ter plaatse van hoge zwarte enkeerdgronden, bewonerssporen aangetroffen van een vermoedelijk laatmiddeleeuws of vroeg nieuwetijds erf. Het cartografisch onderzoek laat zien dat het plangebied vrij laat, midden 19e eeuw, in gebruik is genomen als cultuurgrond. Dit maakt de kans op het aantreffen van dikke enkeerdgronden vrij klein. Enkeerdgronden kunnen een conserverende werking hebben op de onderliggende archeologische lagen.</p><p>
De waarde van archeologische vindplaatsen wordt voornamelijk bepaald door de mate waarin grondsporen en vondsten in situ zijn behouden. Mogelijk is er binnen het plangebied al een verstoring van 0,60 cm-mv in verband met de fundering van het bestaande wegdek (afbeelding 15). De aanlegdiepte voor de nieuwe VWA-leiding zal 2 m-mv bedragen. Dat betekent dat er op de locatie van de nieuwe leiding vanaf een diepte van circa 0,60 cm-mv een nieuwe verstoring plaatsvindt tot een diepte van 2,00 m-mv. Voor de zone waar zich mogelijk direct onder het maaiveld keileem bevindt, is de trefkans op vindplaatsen gering doordat deze bodems niet erg geschikt waren voor menselijke bewoning. De kans op het aantreffen van archeologische resten binnen deze zone wordt daarom klein geacht voor alle perioden. Voor de zone ten oosten van de Joan Coststraat bevindt zich dekzand mogelijk direct onder de bouwvoor. Of in deze zone nog vindplaatsen aanwezig kunnen zijn hangt af van de mate waarin de bodem is verstoord. </p><p>
Selectieadvies bureauonderzoek</p><p>
Op grond van de onderzoeksresultaten van het bureauonderzoek adviseren wij om uitsluitend in de zone waarin dekzand onder de verharding wordt verwacht, een aantal controleboringen uit te voeren om de mate van intactheid van de bodem en de bodemsamenstelling te controleren (zie afbeelding 17). Wij adviseren om het overige gedeelte van het plangebied waar ondiepe keileem verwacht wordt, vrij te geven voor de voorgenomen werkzaamheden.</p><p>
Selectiebesluit bureauonderzoek</p><p>
Het conceptrapport van het bureauonderzoek en het selectieadvies zijn op 1 juli 2024 namens gemeente Enschede getoetst door mw. dr. E. Kaptijn, Regioarcheoloog van Het Oversticht. “Het rapport kan definitief gemaakt worden. Ik zal de gemeente Enschede adviseren dat in het grootste deel van het plangebied vervolgonderzoek in de vorm van verkennende boringen (6-10 p. ha) moet plaatsvinden, terwijl het westelijke deel van het plangebied waar keileem in de ondergrond aanwezig is vrijgegeven kan worden. Het Oversticht ontvangt graag een digitaal exemplaar van het definitieve rapport.”</p><p>
Conclusie booronderzoek</p><p>
Het booronderzoek bevestigt dat de natuurlijke ondergrond (C-horizont) in het onderzochte tracédeel bestaat uit matig fijn zwak siltig dekzand uit het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel. Echter is de bodemopbouw in alle boringen verstoord tot in de C-horizont. De top van de C-horizont ligt op dieptes variërend tussen 130 en 190 cm-mv. Booronderzoeken in de omgeving hebben aangetoond dat de top van de C-horizont tussen 70 cm-mv en 90 cm aanwezig zou moeten zijn. Dit duidt erop dat er vermoedelijk tussen de 60 cm en 100 cm van de oorspronkelijke top van de C-horizont is verdwenen als gevolg van eerdere graafwerkzaamheden afhankelijk van de mate waarin het plangebied is opghoogd. Op basis van de verstoorde bodem en het ontbreken van archeologische lagen en archeologische indicatoren kan de archeologische verwachting voor het hele plangebied bijgesteld worden naar laag met als indicatie ‘verstoord’.</p><p>
Selectieadvies booronderzoek</p><p>
Uit de resultaten van het booronderzoek is gebleken dat de bodemopbouw in het hele plangebied verstoord is tot in de C-horizont. De kans dat tijdens de beoogde herinrichting van de Boddenkampsingel en de vervanging van rioleringen intacte archeologische vindplaatsen verstoord worden, wordt laag ingeschat. Hamaland Advies adviseert daarom het plangebied vrij te geven voor de beoogde bodemingrepen.</p><p>
Selectiebesluit booronderzoek</p><p>
De resultaten van het verkennend booronderzoek zijn op 29 augustus 2024 namens gemeente Enschede getoetst door de Regioarcheoloog (mw. dr. E. Kaptijn) van Het Oversticht. Er zijn geen opmerkingen en het selectieadvies wordt overgenomen. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.</p><p>
Voorbehoud</p><p>
Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.</p><p>
Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Enschede (mevr. dr. E. Kaptijn van het Oversticht).</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-04-20



