Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zijmarseweg 5 te Veessen, gemeente Heerde (GD) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zijmarseweg 5 te Veessen, gemeente Heerde (GD)
收藏DANS Data Station Archaeology2024-09-12 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X3N-7DGW
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in januari-februari 2024 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Zijmarseweg 5 te Veessen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de beëindiging van een agrarisch bedrijf en de nieuwbouw van vier woningen.<br>Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.<br>Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Landschappelijk ligt het plangebied voornamelijk op de uitloper van een rivieroeverwal, terwijl de westelijke en noordelijke randen van het plangebied in een overloopgeul liggen. Deze ligt relatief wat lager dan de oeverwal ten oosten tegen de dijk aan. Het bodemtype binnen het plangebied en de onmiddellijke omgeving bestaat uit ooivaaggronden. De rivierafzettingen in het plangebied dateren ergens vanaf de Vroege Middeleeuwen toen de IJssel ontstond en de Late Middeleeuwen toen het gebied bedijkt werd (14e eeuw). Het plangebied lijkt aan de hand van de perceelvormen ergen in de Volle tot Late Middeleeuwen te zijn ontgonnen.<br>Vanaf de topografische kaart van 1866 verschijnt de eerste bebouwing binnen het plangebied. Voor die tijd was het plangebied in gebruik als bouwland en gelegen op enige afstand ten opzichte van andere erven. Na die tijd is de bebouwing verder uitgebreid, waarbij de voornaamste uitbreiding volgens bouwtekeningen ergens in 1995 moeten dateren. Deze uitbreiding bestaat uit grotendeels onderkelderde stallen. Verder is voor de rest van de niet onderkelderde delen (bergingen) ook enige verstoring te verwachten. Buiten de bebouwing is het bodemprofiel vermoedelijk in grote mate onverstoord.<br>Landschappelijk gezien zijn archeologische resten vanaf de Vroege Middeleeuwen de vroegste resten die binnen het plangebied zijn te verwachten en is de archeologische verwachting hoog.<br>Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.<br>Er is een onverstoorde bodemopbouw bestaande uit een matig dikke tot dikke A-horizont op crevasseafzettingen-op-oeverafzettingen aangetroffen. In een aantal boringen bestaat de dikke A-horizont uit twee subhorizonten (bouwvoor en akkerlaag) en representeert het bodemtype enkeerdgronden. Het potentiële archeologische niveau is aangetroffen op 40 à 70 cm -mv (2,55 à 2,83 m +NAP).<br>Vanwege de onverstoorde bodemopbouw moet de archeologische verwachting worden gehandhaafd. Afgezien van de onderkelderde delen (geen archeologische verwachting) moet worden uitgegaan van een hoge archeologische verwachting vanaf de Vroege Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd (zie Bijlage 13). Onbekend is of de bodem onder de overige niet onderkelderde bouwwerken en het erf (sleufsilo’s, erfverharding, ..) verstoord is of niet. De overige bebouwde delen en het erf staan aangeduid op de advieskaart in Bijlage 13 ter volledigheid. Momenteel zijn de exacte plannen nog niet bekend. Om die reden moet ervanuit gegaan worden dat eventueel aanwezige vindplaatsen worden bedreigd. Mogelijk moet het terrein worden opgehoogd en zou een behoud in-situ een optie kunnen zijn.<br>Als de bodemingrepen dieper dan het niveau van 3,03 m +NAP zijn, wordt op basis van de onderzoeksresultaten nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems).<br>Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).<br>We adviseren in het omgevingsplan wel een aanduiding omtrent archeologie op te nemen.<br>Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Heerde. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, H.G. Pape-Luijten, regio-archeoloog Stedendriehoek Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).</p>
提供机构:
Laagland Archeologie VOF
创建时间:
2024-01-01



