five

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Croonenburgh fase II te Oud Beijerland, Gemeente Oud-Beijerland

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xuz-xj53
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Antares uit Dordrecht een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd voor het plangebied Croonenburgh fase II te Oud-Beijerland, gemeente Oud-Beijerland. Het betreft het verwijderen van verhardingen en bestaand riool ten behoeve van het aanbrengen van een gescheiden riool. Uit een vergelijking van het bestaande riooltracé en het nieuwe riooltracé blijkt dat het bestaande tracé gehandhaafd wordt, maar wel verbreed wordt met circa 1 meter t.b.v. de aanleg van het gescheiden stelsel. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt afgerond 20 ha. De lengte van de wegen waarin rioolreconstructie werkzaamheden plaats vinden is 3.250 meter. Op het overige deel van het projectgebied is de intensiteit van de grondwerkzaamheden laag. Huisaansluitingen binnen het projectgebied worden (zoveel mogelijk) op dezelfde locatie gerealiseerd. Grondwerkzaamheden vinden plaats tot maximaal 3,0 m-mv.Het plangebied ligt volgens de archeologische waarden- en beleidskaart van de Gemeente Oud-Beijerland (2009) in een gebied met een middelhoge archeologische verwachting op archeologische resten vanaf de IJzertijd tot en met de Nieuwe Tijd. Daarnaast geldt in delen van het plangebied een hoge archeologische verwachting op huisplaatsen vanaf de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Gemeentelijk beleid voor het gebied met een hoge verwachting is een onderzoeksplicht voor bodemingrepen met een oppervlak groter dan 100m2 en dieper dan 50 centimeter onder het maaiveld. Voor een middelhoge verwachting geldt een onderzoeksplicht vanaf 500 m2 en dieper dan 30 centimeter onder het maaiveld. Aangezien de omvang van de bodemingrepen de onderzoeksgrens overschrijdt, wordt een archeologisch onderzoek verplicht gesteld. Het door Hamaland Advies uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek dat aangevuld is met verkennende boringen. De resultaten en aanbevelingen uit deze rapportage dienen te worden getoetst en onderschreven door het bevoegd gezag, de gemeente Oud-Beijerland (dhr. P. Bijl).ConclusieHet bureauonderzoek toont aan dat er een hoge kans is op archeologische waarden in het plangebied. Deze betreffen voornamelijk boerderijen en agrarisch gerelateerde activiteiten uit de Nieuwe Tijd, met een mogelijke oorsprong in de 15e eeuw. Er is een kleine trefkans op archeologische resten uit de IJzertijd tot en met de Vroege Middeleeuwen, in de top van het Hollandveen laagpakket. Deze veenlaag is echter naar alle waarschijnlijkheid sterk geërodeerd, waardoor mogelijke vindplaatsen verloren zijn gegaan. Ook in het dieper gelegen Wormer laagpakket is het niet uit te sluiten dat er zich archeologische vindplaatsen uit het Neolithicum en de Bronstijd bevinden. Hiervoor geldt een lage verwachting. Waarschijnlijk wordt tijdens de onderhavige bodemingreep deze diepte niet bereikt. Uit het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek blijkt dat de bodem bestaat uit een gemiddeld tot 100 cm-mv grotendeels subrecent geroerd pakket van perimariene kleiafzettingen van de Formatie van Naaldwijk (Laag van Wormer), dat op een aantal plaatsen vermengd is met resten Hollandveen (Formatie van Nieuwkoop) op een ongeroerd pakket met getijdenafzettingen van de Formatie van Naaldwijk (Laag van Walcheren).SelectieadviesOp grond van het overwegend natte milieu waarin de ondergrond in het plangebied ontstaan is en het ontbreken van concrete aanwijzingen voor archeologische vindplaatsen, adviseren wij om geen vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren. De aanleg van het nieuwe riooltracé heeft geen nadelige gevolgen voor het bodemarchief.SelectiebesluitDe resultaten en aanbevelingen uit het concept bureaurapport zijn op 31 december 2015 getoetst door het bevoegd gezag, de gemeente Oud-Beijerland (dhr. P. Bijl). De opmerkingen en aanvullingen van dhr. P. Bijl zijn in deze definitieve rapportage verwerkt. De resultaten van het veldwerk zijn in maart 2016 getoetst door gemeente Oud-Beijerland (dhr. P. Bijl). Wat betreft de gemeente kan de verwachting voor alle periodes voor het plangebied naar beneden worden bijgesteld en is in het kader van de voorgenomen ingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek meer nodig.VoorbehoudVerder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de verantwoordelijk ambtenaar (dhr. P. Bijl) van de Gemeente Oud-Beijerland.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务