Een archeologisch bureau-onderzoek en verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van boringen aan de Duivendaal te Wageningen, gemeente Wageningen (Gld)
收藏DANS Data Station Archaeology2010-02-24 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZFW-NRSZ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Wageningen ligt op de flank van de stuwwal van de westelijke Veluwe en op de overgang van de Gelderse Vallei naar het rivierengebied. In het gebied worden komafzettingen en plaggen/stadsafval aan het oppervlak verwacht, met daaronder oeverafzettingen en daaronder dekzand. De komafzettingen hebben een lage verwachting voor de periode IJzertijd – Nieuwe Tijd en de plaggen/stadsafval een hoge verwachting voor de periode Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. De oeverafzettingen daaronder hebben een hoge verwachting voor de periode Neolithicum tot en met de IJzertijd. Het is niet met zekerheid te zeggen wat de trefkans voor het dekzand is, maar in principe kunnen hier resten verwacht worden voor de periode Laat-Paleolithicum – Neolithicum. Op basis van waarnemingen in de omgeving kan worden gesteld dat in ieder geval sinds het Laat-Mesolithicum bewoning heeft plaatsgevonden in de omgeving van de onderzoekslocatie. Op de Herveldse stroomgordel, die op de onderzoekslocatie aanwezig is, heeft in ieder geval sinds het Neolithicum bewoning plaatsgevonden. Rond 1800 was de onderzoekslocatie onbebouwd en in gebruik als bouwland. Het oostelijke deel van de onderzoekslocatie is tussen 1870 en 1894 bebouwd.<br>Tijdens het verkennend booronderzoek zijn verschillende typen afzettingen aangetroffen. In de ondergrond is dekzand aanwezig. Daarop zijn twee fasen van oeverwallen aanwezig. De oudste oeverwal maakt deel uit van de Herveldse stroomgordel.<br>De jongste oeverafzettingen kunnen zowel van de Herveldse stroomgordel als van de Nederrijn zijn. Tussen deze twee fasen is in een deel van het gebied een crevasse aanwezig. De restgeul hiervan buigt vanuit het zuiden af naar het noordoosten van het onderzoeksgebied. Op de restgeul is een oeverwal van de jonge fase van de Herveldse stroomgordel en/of de Nederrijn aanwezig. In het uiterste zuiden van het onderzoeksgebied zijn beddingafzettingen van de jonge fase van de Herveldse stroomgordel of van de Nederrijn aanwezig. Ook hierop liggen oeverafzettingen van de jonge fase van de Herveldse stroomgordel en/of de Nederrijn.<br>Aan het oppervlak is 20 tot 100 cm zand opgebracht. In bijna alle boringen is een vergraven bodemprofiel aangetroffen. De ondergrens van de vergraving vari¨eert van 45 tot 120 cm –mv. In twee boringen is een intact bodem profiel aangetroffen; een ooivaaggrond. De verwachte komafzettingen en plaggen/stadafval aan het oppervlak zijn tijdens het veldonderzoek niet aangetroffen. In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren aangetroffen, met uitzondering van baksteen in de bouwvoor.<br>Omdat er in de crevasse-afzettingen en de oude oeverwallen van de Herveldse stroomgordel geen bodemhorizonten aangetroffen zijn, kan worden geconcludeerd dat er sprake was continue sedimentatie. Dit betekent dat de oude oeverwal en de crevasse geen aantrekkelijke bewoningsplaats vormden. Daarom is de hoge trefkans voor deze afzettingen niet meer van kracht. Ook in het dekzand is geen bodemprofiel aangetroffen, waardoor ook daarvoor een lage archeologische trefkans geldt. De jonge oeverwalafzettingen van de Herveldse stroomgordel en/of de Nederrijn zijn in het zuiden van het onderzoeksgebied 80 tot 120 cm –mv verstoord.<br>In het noorden van het gebied is de verstoring gemiddeld 70 cm –mv. Gezien de diepte en omvang van de verstoringen kan worden geconcludeerd dat de hoge archeologische trefkans niet meer van kracht is.</p>
提供机构:
Archaeological Research & Consultancy
创建时间:
2010-02-25



