Transect-rapport 2488: Een Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P), variant Archeologische Begeleiding (AB). Cothen, Nachtdijk 6a. Gemeente Wijk bij Duurstede (UT).
收藏DANS Data Station Archaeology2019-12-02 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZKG-3MY6
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In maart 2019 is een archeologisch onderzoek uitgevoerd binnen plangebied Nachtdijk 6a te Cothen (gemeente Wijk bij Duurstede). Het plangebied bevindt zich in het buitengebied, tussen de Lek en de Kromme Rijn in.</p><p>Conform het archeologiebeleid van de gemeente Wijk bij Duurstede (bestemmingsplan ‘Buitengebied 2015’), valt dit plan binnen een zone met hoge verwachting (Waarde – Archeologie 3). Binnen deze zone worden initiatieven binnen de grenswaarden van 500 m2 en 50 cm –Mv vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Derhalve heeft de bevoegde overheid, de gemeente Wijk bij Duurstede, besloten om het graven van de funderingssleuven van de kelder archeologisch te laten begeleiden.</p><p>Doel<br>Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform protocol Inventariserend Veldonderzoek - Proefsleuven (IVO-P, KNA 4.1 - protocol 4003), variant Archeologische Begeleiding. Het doel van dit onderzoek is het toetsen van de archeologische verwachting uit het vooronderzoek door het opsporen en het waarderen van eventueel aanwezige archeologische waarden. Het onderzoek moet voor zover mogelijk inzicht geven in de aard, datering, omvang, gaafheid, conservering en waardering van een eventuele vindplaats of vondstcomplex. Omdat met de geplande bodemingrepen behoud in situ ter plaatse van de nieuwbouw niet tot de mogelijkheden behoorde, diende – conform het PvE - wel alle sporen te worden geregistreerd, gecoupeerd en afgewerkt.</p><p>Resultaten<br>Het onderzoeksgebied bevindt zich ter hoogte van de oevers van Houten-stroomgordel (in het noordelijk deel van het onderzoeksgebied) ten noorden van een restgeul die enkele tientallen meters zuidelijker ligt. De bodemopbouw is in grote lijnen een recente toplaag op oeverwalafzettingen (waarvan de top in de Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd geroerd is geraakt), op beddingafzettingen. Dit komt overeenkom met wat naar aanleiding van het vooronderzoek werd verwacht. Ook de gemiddelde diepte vanaf waar de archeologische waarden zich kunnen voordoen (vanaf 30 cm -Mv, ca. 3,00 m +NAP) komt overeen. </p><p>In de top van de (ongeroerde) oeverafzettingen zijn paalsporen, kuilen en een greppel aanwezig. De greppel en één paalspoor konden in de Volle-Middeleeuwen geplaatst worden. Twee andere paalsporen en twee kuilen konden in de (Late-)IJzertijd geplaatst worden. Tezamen met de vondsten (met name aardewerk) kunnen de sporen binnen de complextype ‘nederzettingssporen’ worden geplaatst.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-12-03



