Transect-rapport 1697: Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, Verkennende Fase. Houten, Burgemeester Wallerweg 16, Gemeente Houten (UT)
收藏DANS Data Station Archaeology2019-06-12 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZED-U9ZK
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In mei 2018 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Burgemeester Wallerweg 16 in Houten (gemeente Houten). De aanleiding voor het onderzoek is een bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning die de realisatie van een woning in het plangebied mogelijk moet maken. Bij de voorgenomen werkzaamheden zal grondverzet plaatsvinden, waardoor de oorspronkelijke bodem en daarmee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord. In het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan een dubbelbestemming Waarde Archeologie 1. Een archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm -Mv. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen bodemingrepen archeologisch vooronderzoek nodig is. Op basis van het veldonderzoek is vastgesteld dat het plangebied een hoge archeologische waarde heeft, vanwege de aanwezigheid van een vindplaats uit de periode Midden-IJzertijd -Late Middeleeuwen. Deze verwachting is met name gebaseerd op het aantreffen van archeologische indicatoren, de aanwezigheid van een oude cultuurlaag en de resultaten van het onderzoek ten noorden van het plangebied. Getuige het vondstmateriaal moet met name rekening gehouden worden met bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen en nederzettingsresten uit de Romeinse tijd. Uit deze laatste periode kunnen ook sporen van begravingen worden verwacht. De verwachting hierop is daarom ook hoog. De kans bestaat ook dat een nederzettingsniveau uit deze tijd verspit is, zoals ook ten noorden van het plangebied is vastgesteld. De cultuurlaag in het plangebied bevindt zich namelijk direct op de beddingafzettingen van de Jutphaas stroomrug en er zijn geen oeverafzettingen meer aanwezig. De zandvlekken en -brokken, die aan de basis van de woongrond zijn gevonden, vormen mogelijk een aanwijzing voor deze verspitting. Aanwijzingen van resten uit de periode Neolithicum- Bronstijd zijn in het plangebied niet gevonden. De archeologische resten in het plangebied zullen in het noordelijk deel vanaf een diepte van 30 cm -Mv te verwachten zijn. In het zuidelijk deel is de bodem op basis van de boringen dieper omgewerkt en zijn resten naar verwachting vanaf 60 cm -Mv aanwezig. Ter plaatse van de vissenvijver zijn naar verwachting alle archeologische resten als gevolg van graafwerk verdwenen.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-02-12



