five

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek plangebied Van Heemstraweg 46 e.o. te Beuningen (Gld.)

收藏
DANS Data Station Archaeology2008-12-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-27V-UB34
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In februari 2009 is in opdracht van de Gemeente Beuningen door Ingenieursbureau Oranjewoud BV een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek, karterende fase, uitgevoerd op de locatie Van Heemstraweg e.o. te Beuningen (gemeente Beuningen, provincie Gelderland). De aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de toekomstige (her)ontwikkeling van de locatie. De gemeente Beuningen is voornemens het gebied langs het huidige gemeentehuis van Beuningen te (her)ontwikkelen. De geplande bodemverstorende werkzaamheden die gepaard gaan met de voorgenomen nieuwbouw kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden in de bodem verstoren of vernietigen. Hoewel de exacte invulling nog niet bekend is, zal (voor een deel van het plangebied) een nieuw bestemmingsplan moeten worden opgesteld. Archeologie is één van de aspecten die in het kader hiervan dient te worden onderzocht. Een archeologisch onderzoek dat in dit kader plaatsvindt, past als onderzoeksstrategie binnen de zogenaamde Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Deze cyclus wordt toegelicht in bijlage 2. Op basis van de bureaustudie luidde de verwachting dat zich binnen het plangebied oever- en beddingafzettingen zouden bevinden van de Distelkamp-Afferden stroomrug, bestaande uit zandige klei en/of kleiig zand. Het veldonderzoek heeft aangetoond dat zich binnen het plangebied inderdaad oever- op beddingafzettingen bevinden. Of deze afzettingen allen behoren tot de hierboven genoemde stroomrug is niet helemaal zeker; er kan ook sprake zijn van oever- en beddingafzettingen van de Waal of de Winssum- stroomgordel. De zandige ondergrond kan tot de beddingafzettingen worden gerekend, en de diepere zandlagen kunnen zelfs afkomstig zijn van Kreftenheye afzettingen (die door de rivier zijn geërodeerd). Mogelijk is zelfs sprake van kronkelwaardafzettingen, de dikke kleilaag in boring 014 zou dan kunnen worden geïnterpreteerd als kronkelwaardgeulafzettingen. Het veldonderzoek heeft tevens aangetoond dat de bodemverstoring beperkt is gebleven tot de eerste 35 à 70 cm van het bodemprofiel. De verwachting luidde daarnaast dat zich binnen het plangebied, en op de genoemde oeverafzettingen, mogelijk archeologische waarden zouden kunnen bevinden die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een vindplaats. Er zijn echter geen archeologische indicatoren aangetroffen en er is in geen van de boringen een archeologische vondst- of woonlaag aangetroffen. Daarmee is zo goed als zeker dat binnen het plangebied geen nederzettingsterrein ligt, ondanks dat (intacte) oeverafzettingen zijn aangetoond. Naar alle waarschijnlijkheid hebben we te maken met een relatief lege zone tussen twee (of meer) nederzettingen in. Aan zowel de oost- als de noordwestzijde zijn immers nederzettingen aangetoond. Dergelijke "lege zones" tussen nederzettingsterreinen zijn niet ongewoon. De meeste stroomruggen kennen een bewoningstructuur bestaande uit een lint van nederzettingen, steeds met een onderlinge afstand van ca. 400 - 600 m. Deze lege zones tussen nederzettingen zullen echter niet volledig onbenut zijn gelaten. In principe kunnen hier zogenaamde off-site structuren (vooral in de vorm van verkavelingschrepels) of losse begravingen dan wel kleine clusters graven voorkomen. Anderzijds zal het gebied in gebruik zijn geweest als akker- dan wel weiland. Aanbevelingen Op basis van het bureau- en veldonderzoek kan worden geconcludeerd dat de kans op de aanwezigheid van (intacte) archeologische waarden binnen het plangebied laag kan worden ingeschat. Op basis van de bovenstaande resultaten en conclusies wordt de noodzaak van nader archeologisch onderzoek binnen deze gebieden dan ook niet onderbouwd. Dientengevolge wordt aanbevolen het archeologische (voor)onderzoek hierbij af te sluiten en het plangebied vrij te geven voor wat betreft archeologie. De implementatie van de bovenstaande aanbeveling is afhankelijk van het oordeel van het bevoegd gezag, in deze de gemeente Beuningen. Advies voor vervolgonderzoek Geadviseerd wordt om het plangebied vrij te geven voor wat betreft archeologie. Altijd bestaat er de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden in het plangebied toch (losse) sporen en/of vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Indien dergelijke sporen worden aangetroffen bestaat er een wettelijke verplichting tot het binnen drie dagen melden aan de Minister van OCenW (de Monumentenwet, artikel 53). Een vondstmelding bij de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM: www.racm.nl) voorziet in deze verplichting. Zowel het bureauonderzoek als het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) versie 3.1.</p>
提供机构:
Oranjewoud BV
创建时间:
2009-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务