five

Archeologische onderzoek in "Het Bosje"

收藏
DataCite Commons2025-06-13 更新2025-06-14 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xsu-9rzb
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Tussen 9 en 19 oktober 2006 heeft Archol een archeologisch onderzoek uitgevoerd in het plangebied "Het Bosje" in Elst (Rhenen). Het ging hier om een DO op het WoZoCo-terrein en een IVO door middel van proefsleuven op het fase III-terrein, dat het meest noordelijke deel van het plangebied "Het Bosje" omvat. Het IVO betrof een voortzetting van een eerder inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven op twee terreinen vlak ten zuiden van het fase III-terrein (WoZoCo en MFG) uitgevoerd in december 2005.14 Gedurende dit eerdere onderzoek zijn sporen van een uitgestrekt nederzettingsterrein uit de periode midden-bronstijd tot vroege ijzertijd (1800-500 voor Chr.) aangetroffen. De verwachting was dat op het fase III-terrein vergelijkbare archeologische resten aanwezig zouden zijn. Doel van het onderzoek was dan ook vast te stellen in hoeverre het nederzettingsterrein dat is aangetroffen in 2005 zich uitstrekte in noordelijke richting en zo een eventuele begrenzing van het nederzettingsareaal te geven. Het onderzoek op het fase III-terrein heeft uitgewezen dat laatprehistorische bewoningssporen zich uitstrekken tot het meest noordelijke deel van het plangebied. De noordelijke grens van het nederzettingsterrein is tijdens dit onderzoek echter niet vastgesteld. Ook in westelijke en oostelijke richting zijn geen grenzen vastgesteld.De onderzoeken van 2005 en 2006 hebben uitgewezen dat de vindplaats binnen het plangebied bestaat uit een aaneengesloten oppervlak van ca 3,3 ha (exclusief het reeds opgegraven WoZoCo-terrein). Het nederzettingsterrein wordt doorsneden door een zogenaamd droogdal dat zich daar in de voorlaatste ijstijd heeft gevormd. Langs dit droogdal zijn op verschillende plekken sporenconcentraties aangetroffen, waar vermoedelijke huizen en bijgebouwen gestaan hebben. Andere sporen die in relatief grote aantallen zijn aangetroffen, zijn brand- en afvalkuilen. Binnen het nederzettingsterrein kan met enige voorzichtigheid gesproken worden van een zone met zeer hoge dichtheid aan bewoningsporen (namelijk het MFG-terrein dat in 2005 is onderzocht) en zones met een lagere sporendichtheid (WoZoCo-terrein en het fase III-terrein). De laagste dichtheid aan sporen bevindt zich in de zone van het droogdal dat als een 35-90 m brede depressie in oost-west richting midden door het plangebied loopt. Bij de definitieve opgraving van het MFG en Fase III-terrein zal specifiek gekeken moeten worden of dit onderscheid daadwerkelijk te maken is en wat de oorzaak van deze variatie is (bijv. meerfasige versus eenfasige bewoningsclusters?).Naast sporen van nederzettingen uit de late prehistorie zijn tijdens het onderzoek van het fase III-terrein ook aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een grafmonument uit de late prehistorie. In de meest noordelijke proefsleuf (put 20), is een deel van een ronde kringgreppel gevonden, die oorspronkelijk een kleine grafheuvel omgeven lijkt te hebben. Het is niet zeker of deze kringgreppel als een solitair grafmonument opgevat moet worden of dat er in de omgeving meer verwacht moeten worden. Gelet op de diameter van de kringgreppel kan ook niet uitgesloten worden dat hier sprake is van een restant van een urnenveld. De vondst van een grafmonument binnen het plangebied is interessant, met name als deze in samenhang met het grafveldje onder de kerk aan de Tabaksweg en de grafheuvels op de zuidflank van de Utrechtse heuvelrug pal ten noorden van het plangebied gezien worden. Dit biedt mogelijkheden om inzicht te verkrijgen in de relatie tussen huisplaatsen en grafvelden in de directe omgeving. Op zowel het MFG-terrein als het fase III-terrein zijn de nederzettingssporen relatief goed bewaard gebleven. Op beide terreinen is op de hogere delen sprake van een restant van een oude B-Horizont of een menglaag van esdek en B-Horizont, waaronder zich de archeologische sporen bevinden. Op de lagere delen van het plangebied, i.e. in het droogdal bevindt zich een dikke eerdlaag. De vindplaats is nauwelijks verstoord en verstoringen beperken zich tot het fase III-terrein. De grootste verstoringen hier zijn het gevolg van een uitgegraven gierput (400 m2) en zandwinning (precieze omvang van deze verstoring onbekend, maar vermoedelijk relatief klein). De gevolgen die de sloop van de boerderij gehad heeft op de vindplaats is eveneens niet geheel duidelijk, maar lijkt ook mee te vallen. Samenvattend kunnen we stellen dat er in het plangebied vermoedelijk sprake is van een uitgestrekt nederzettingsterrein, dat bestaat uit verspreid over het landschap liggende bewoningsclusters. De clusters liggen aan weerszijden van een droogdal en bestonden vermoedelijk uit een huis en enkele bijgebouwen omgeven door afvalkuilen, brandkuilen en graanopslagkuilen. Hoewel te verwachten is dat ter plaatse ook geakkerd is en dat dat gebeurd zal zijn op zogenaamde Celtic Fields die in de omgeving van het plangebied bekend zijn, zijn geen indicaties van dergelijke akkers (ploegsporen, walletjes of hekwerken) tijdens het onderzoek aangetroffen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2015-06-13
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务