five

Transect-rapport 2195: Archeologische bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Sprang-Capelle, Van der Duinstraat 118. Gemeente Waalwijk.

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-05-02 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZD4-N298
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In mei 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Van der Duinstraat 118 in Sprang-Capelle (gemeente Waalwijk). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de realisatie van een nieuwe woning en schuur. </p><p>In het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan gemengd gebied’ uit 2018 een Waarde Archeologie 2. Een archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm -Mv. Dit betekent dat gezien de omvang (260 m2) en de diepte (tussen circa 50-100 cm -Mv) van de voorgenomen bodemingrepen archeologisch vooronderzoek nodig is.<br>Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase.<br>Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. </p><p>Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O).</p><p>Op basis van het bureauonderzoek is een hoge verwachting opgesteld voor de periode Laat-Paleolithicum – IJzertijd. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging van het plangebied op een dekzandrug die gedurende deze periodes een gunstige locatie voor bewoning heeft kunnen vormen vanwege de hoge en droge ligging. Gedurende de Bronstijd of IJzertijd is het gebied begraven geraakt onder veen. Dit bood geen gunstige locatie voor bewoning en daarnaast is het veen in de Late Middeleeuwen geheel afgegraven ten behoeve van turfwinning. De verwachting op archeologische resten uit de Romeinste tijd en Vroege Middeleeuwen is daarmee laag. Gedurende de Late Middeleeuwen is het veengebied ontgonnen en was er sprake van bewoning op de dekzandrug ter plaatse van het plangebied. De verwachting op archeologische resten in het plangebied uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd is hoog. </p><p>Aan de hand van de gegevens van het booronderzoek blijkt dat de ondergrond in het plangebied bestaat uit een oud bouwlanddek op dekzand. Er zijn geen sporen van bodemvorming aangetroffen in het dekzand, wat er op wijst dat de top van het dekzand reeds is omgewerkt. De diepte van deze verstoring is onbekend. Vanwege het ontbreken van de top van het dekzand wordt er geen vondstniveau meer verwacht, of ondiepe sporen. De verwachting op de aanwezigheid van (intacte) archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum kan daarmee naar laag worden bijgesteld. De verwachting op diepe sporen uit het Neolithicum tot en met de IJzertijd blijft hoog. Scherp op het dekzand bevindt zich een oud bouwlanddek, dat nog intact is. In/op dit dek kunnen sporen van landgebruik en bewoningsresten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden verwacht. De hoge verwachting uit het bureauonderzoek kan gehandhaafd worden.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-05-03
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务