Utrecht. Plangebied Parkeergarage, fase 2. Update burauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterend onderzoek naar een archeologische laag)
收藏DANS Data Station Archaeology2018-04-08 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-23B-JHF8
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Wessels Zeist bv heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een bureaustudie en een karterend booronderzoek naar een archeologische laag uitgevoerd in het plangebied Parkeergarage, fase 2 te Utrecht. Hierbij zijn diepe ontgravingen tot meer dan 3 m diep en heiwerkzaamheden gepland. Uit het reeds uitgevoerde bureauonderzoek onderzoek blijkt dat voor het plangebied een hoge verwachting geldt op het aantreffen van nederzettingen vanaf de ijzertijd tot en met de nieuwe tijd. Oudere resten zijn geërodeerd als gevolg van laterale verplaatsing van de actieve meandergordel. Archeologische resten zullen zich voornamelijk concentreren in de top van de aanwezige oeverafzettingen met bijbehorende laklaag of vegetatiehorizont. Ook kunnen archeologische resten zowel “in situ” als in verspoelde context worden aangetroffen in de oude zandige beddingafzettingen. De top van de oeverafzettingen met bijbehorende laklagen wordt in de omgeving van het stationsgebied vrijwel altijd tussen 1 en 2 m +NAP aangetroffen. Op dit niveau zijn voornamelijk archeologische resten uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen aangetroffen. Ter plekke van het plangebied wordt een eventueel aanwezig archeologisch niveau binnen 2 m beneden het maaiveld (-mv) verwacht. Hierboven kan zich nog een ophoogpakket uit de late middeleeuwen en/of de nieuwe tijd bevinden. Tijdens het karterend booronderzoek naar een archeologische laag kon vastgesteld worden dat de oost- en zuidzijde de meest diepe verstoringen en de noord- en westzijde de minst diepe verstoringen kent. Aan de noordzijde is tevens sprake van een crevassesysteem, dat zich heeft ontwikkeld in een oude rest- of kronkelwaardgeul van de Oude Rijn. In de top van dit crevasselichaam komt in boring 1 een oude cultuurlaag voor. In de boringen 2 en 5, gelegen in het centrale en zuid(west)elijke deel is sprake van kom- op oeverafzettingen van de Oude Rijn. Ook hier is sprake van een oud loopvlak dat vermoedelijk als cultuurlaag heeft gediend. Het archeologische niveau waarop resten vanaf de ijzertijd worden verwacht komt binnen het plangebied voor tussen 135 en 190 cm –mv (1,4 à 1,9 m +NAP). Het natuurlijke maaiveld wordt in het plangebied afgedekt door een twee- of drietal ophoogpakketten die vermoedelijk dateren uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. In één van de aangetroffen ophoogpakketten is in boring 1 op 1 m –mv een mogelijke muurrest of uitbraaksleuf aangetroffen. Eventueel aanwezige resten kunnen mogelijk gerelateerd worden aan de bebouwing langs de Leidsche Vaart gedurende de 17e – 19e eeuw. Het bovenliggende ophoogdek kan op basis van de hoeveelheid sintels gerelateerd worden aan het NSrangeerterrein. Ter plekke van boring 3 loopt dit jongste ophoogpakket tot in de natuurlijke afzettingen door. Hier lijkt het oorspronkelijke loopvlak voorafgaand aan de ophogingen tot ca. 0,5 à 1,0 m te zijn afgetopt. Er geldt op basis van het veldonderzoek voor het gehele plangebied, met uitzondering van een smalle strook in het oostelijke deel van het plangebied, een hoge archeologische verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de ijzertijd tot en met de nieuwe tijd (2480 m2). Het oostelijke deel krijgt een middelhoge verwachting (1120 m2) aangezien de recente verstoringen in dit deel van het plangebied dieper reiken dan in het overige deel van het plangebied. Deze verwachting kan nader uitgesplitst worden in een hoge verwachting op het aantreffen van nederzettingsresten uit de ijzertijd tot en met de vroege middeleeuwen in de top van de crevasse- of komafzettingen tussen 135 en 190 cm –mv (1,4 à 1,9 m +NAP) en een hoge verwachting op het aantreffen van resten van nederzettingen, bijgebouwen, waterputten, afvaldumps of huisplaatsen uit de (late middeleeuwen tot en met de) nieuwe tijd vanaf het tweede ophoogpakket. Dit niveau komt voor vanaf 85 cm –mv. BAAC adviseert om voor het plangebied een archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren indien de graafwerkzaamheden dieper reiken dan 65 cm –mv. Er wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een archeologische begeleiding van de werkput, protocol opgraven. Dit advies is door de bevoegde overheid overgenomen.</p>
提供机构:
BAAC
创建时间:
2018-04-09



