five

Bodemmaatregelen Veenweide Fryslân nabij Langelille, Munnekeburen en Scherpenzeel

收藏
Mendeley Data2024-03-24 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/DKGRSV
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In de top van het onderliggende dekzand zijn archeologische resten uit de steentijd te verwachten, voornamelijk uit het laat-paleolithicum en mesolithicum maar het kan niet worden uitgesloten dat hoger gelegen dekzandkoppen en ruggen nog tot in het neolithicum en zelfs de vroege bronstijd bewoonbaar waren. Voor de middeleeuwen en vroege nieuwe tijd zijn sporen te verwachten die te maken hebben met de ontginning van het veen, maar waarschijnlijk zijn bewoningssporen uit deze periode sterk aangetast bij de vervening en inpoldering vanaf het midden van de 18e eeuw. Uit het onderzoek is gebleken dat binnen de onderzoeksgebieden 1 en 2 goed geconserveerde rivierduinen met aanwijzingen voor bewoning aanwezig zijn. De archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de steentijd is voor deze twee onderzoeksgebieden zeer hoog. Onderzoeksgebieden 3 en 4 liggen binnen een overspoelde riviervlakte. De verwachting voor archeologische resten is hier laag. Wel kunnen de verschillende afzettingen nog waardevolle informatie opleveren over de ontwikkeling van het landschap. Binnen de onderzoeksgebieden 5 en 6 zijn goed geconserveerde dekzandruggen- en koppen aanwezig, waarvoor de archeologische verwachting middelhoog is. De top van het dekzand ligt binnen onderzoeksgebieden 7 relatief laag en er is geen sprake van duidelijk microreliëf. Voor dit onderzoeksgebied is de archeologische verwachting laag. Voor alle zeven de onderzoeksgebieden geldt dat de top van het veen is afgegraven voor de turfwinning. Het oorspronkelijke kleidek dat boven het veen heeft gelegen is niet meer aanwezig. De archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de middeleeuwen en vroege nieuwe tijd wordt daarom bijgesteld naar laag. Vanuit archeologisch oogpunt zou ‘profielkeren’ het beste geheel niet worden toegepast . Indien de pilot toch zal worden doorgezet, wordt het volgende geadviseerd: - Binnen de onderzoeksgebieden 1 en 2 zijn goed geconserveerde rivierduinen aanwezig met eerste indicaties voor bewoning tijdens de steentijd. Hier wordt aanbevolen om geen werkzaamheden uit te voeren die het dekzand kunnen aantasten. Indien toch besloten wordt om deze percelen bij de pilot te betrekken, wordt aanbevolen om een waarderend onderzoek uit te voeren (Steentijd: Waarderend onderzoek - Kopjes). Dit onderzoek kan bestaan uit een booronderzoek waarbij het huidige boorgrid wordt verdicht naar 20 boringen per hectare en de top van het dekzand bemonsterd met een megaboor (Edelmanboor 15 cm of mechanische boor) en gezeefd voor het opsporen van archeologische indicatoren. Het wordt zeer waarschijnlijk geacht dat er sprake is van een of meerdere vindplaatsen en overgegaan moet worden naar een proefsleuvenonderzoek. Er kan ook voor worden gekozen om het waarderende booronderzoek over te slaan en direct een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Als de onderzoeksgebieden 1 en 2 geen onderdeel van de pilot worden, is het wenselijk om hiervoor het advies op de archeologische beleidskaarten aan te p assen naar “Steentijd: Waarderend onderzoek - Kopjes”. voor worden gekozen om het waarderende booronderzoek over te slaan en direct een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Als de onderzoeksgebieden 1 en 2 geen onderdeel van de pilot worden, is het wenselijk om hiervoor het advies op de archeologische beleidskaarten aan te p assen naar “Steentijd: Waarderend onderzoek - Kopjes”. - In onderzoeksgebieden 3 en 4 is sprake van een overspoelde riviervlakte en ontbreken aanwijzingen voor archeologische vindplaatsen. Hier wordt geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. De organische afzettingen binnen deze twee onderzoeksgebieden kunnen nog wel waardevolle informatie opleveren over de ontwikkeling van het landschap, die verloren gaat als de bodem binnen het terrein diep wordt omgezet. Het wordt daarom aanbevolen om de afzettingen te bemo nsteren en te analyseren door middel van 14C-dateringen en palynologisch onderzoek. - Voor de dekzandruggen- en koppen en flanken daarvan binnen de onderzoeksgebieden 5 en 6, wordt een waarderend booronderzoek met megaboringen aanbevolen om te bepalen of er aanwijzingen zijn voor archeologische vindplaatsen. De zandhoogte van -3 m NAP wordt daarbij als ondergrens aangehouden. Als deze twee onderzoeksgebieden geen onderdeel van de pilot worden, is het wenselijk om voor deze delen het advies op de archeologische beleidskaarten aan te passen/uit te breiden naar “Steentijd: Waarderend onderzoek - Kopjes”. Voor de delen van de onderzoeksgebieden waar het dekzand dieper ligt dan -3 m NAP wordt geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. - Voor onderzoeksgebied 7 wordt geen nader archeologisch onderzoek aanbevolen. Ook palynologisch onderzoek is hier niet van toepassing.
创建时间:
2024-03-20
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务