five

Plangebied van der Werffstraat te Vlaardingen, gemeente Vlaardingen; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek

收藏
DANS Data Station Archaeology2007-03-20 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZPR-6P5S
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Dienst Stadswerk van de gemeente Vlaardingen heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in maart 2007 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met voorgenomen nieuwbouw in de gemeente Vlaardingen. Het onderzoek diende te worden uitgevoerd omdat realisatie van de plannen zou kunnen leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische resten. Doel van het bureauonderzoek was het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden binnen het plangebied. Het doel van het inventariserend veldonderzoek was het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde verwachting uit het bureauonderzoek. Daarnaast diende, indien mogelijk, een eerste indruk te worden gegeven van de kwaliteit (gaafheid en conservering), aard, datering, omvang en diepteligging van aanwezige archeologische resten. Op basis van het bureauonderzoek is een specifieke archeologische verwachting opgesteld. Voor kreeksystemen behorend tot het Laagpakket van Wormer geldt een hoge archeologische verwachting voor bewoningssporen uit het Neolithicum. Indien hoogveenkussens of veraard veen (langs veenontwateringsgeultjes) aanwezig is, geldt hiervoor een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd/Romeinse tijd. Indien kreeksystemen behorend tot het Laagpakket van Walcheren aanwezig zijn, geldt hiervoor een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de IJzertijd, Romeinse tijd of Middeleeuwen. Het is echter ook mogelijk dat binnen het plangebied enkel komafzettingen aanwezig zijn. In dat geval is sprake van een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen vanaf het Neolithicum. Op basis van het veldonderzoek blijkt dat in het zuidelijk deel van het plangebied inderdaad een kreeksysteem behorend tot het Laagpakket van Wormer aanwezig is. De sedimenten zijn kalkrijk en er zijn geen aanwijzingen voor rijping of bodemvorming. Aangenomen wordt dat de kreekafzettingen niet droog hebben gelegen en vermoedelijk niet geschikt zijn geweest voor (langdurige) bewoning. Kortstondige bewoning kan niet worden uitgesloten. De top van dit pakket bevindt zich op een diepte variërend van 3,9 m tot 5,6 m –Mv (circa 5,4 en 7 m –NAP). Dit komt overeen met de diepteligging van de kreekafzettingen die zijn aangetroffen bij de Marathonweg (Klaveren, 2005). De kreekafzettingen zijn vervolgens overgroeid met een dik veenpakket: er vindt in deze periode geen sedimentatie meer plaats. In de rest van het en sedimentatie. Deze kleipakketten zijn afgezet vanuit een nabijgelegen kreeksysteem. Nergens zijn aanwijzingen aangetroffen dat de top van het veen als gevolg van ontwatering veraard is. Het Hollandveen is vervolgens afgedekt door een dun kleipakket. Vermoedelijk is dit afgezet in de IJzertijd, vanuit een buiten het plangebied gelegen kreek. In deze kleilaag zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor bodemvorming. Het kleipakket wordt afgedekt door een stevig pakket uiterst siltig zand dat naar boven toe over gaat in uiterst siltige klei met roestvlekken. Waarschijnlijk moeten de sedimenten worden toegeschreven aan de overstromingsfasen in de Middeleeuwen of Nieuwe tijd (voorheen Afzettingen van Duinkerke III). De top van dit pakket is verstoord tot een diepte variërend van 0,3 tot 1,5 m –Mv (circa 1,8 tot 2,7 m –NAP). Tijdens het veldonderzoek zijn op een aantal locaties fragmenten baksteenpuin aangetroffen. Omdat deze zijn waargenomen in de geroerde bovengrond, waarin zich tevens plastic en opgebracht zand bevindt, vormen deze indicatoren geen aanleiding om de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied te vermoeden. Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologisch kansrijke zones en/of archeologische resten wordt ten aanzien van het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. Ten aanzien van de kreekafzettingen wordt opgemerkt dat de kans op het aantreffen van (sporen van) activiteiten op de (flanken van de) oeverwallen mogelijk wordt geacht. Met betrekking tot de bevindingen van onderhavig onderzoek dient contact opgenomen te worden met de gemeentelijk archeoloog van Vlaardingen (dhr. drs. T. de Ridder).</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau
创建时间:
2007-03-21
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务