Plangebied Oostkamer - Loven Noord II, gemeente Tilburg Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek
收藏DANS Data Station Archaeology2012-03-29 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XWA-DNCH
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de gemeente Tilburg heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in december 2011 een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied Oostkamer/Loven Noord. Dit onderzoek werd uitgevoerd omdat de voorgenomen ontwikkeling van ruim 100 woningkavels, in het kader van Ruimte voor Ruimte, zal leiden tot bodemverstoringen die eventueel aanwezige archeologische resten zullen verstoren. Uit het onderzoek blijkt dat de ondergrond in het plangebied bestaat uit plaatselijk siltig dekzand waarin met name natte bodems (gooreerdgronden, natte podzolbodems) voorkomen. De plaatselijk voorkomende droge bodems bestaan uit vaaggronden, droge podzolgronden en esdekken. Overal in het plan-gebied komen bodemverstoringen voor. Ook zijn er aanwijzingen voor ophogingen en egalisa-ties. Er bevinden zich een beperkt aantal archeologische vindplaatsen in het plangebied (opper-vlaktevondsten uit de Steentijd en latere perioden). Rondom De Kraan en De Hemeltjens in het noordoosten van het gebied bevonden/bevinden zich enkele historische gebouwen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van de Oude Schouw uit de Middeleeuwen. De zogenaamde middeleeuwse Ridderhof, echter, kan op basis van een historische kaart uit 1760 aan weerszijden van het Riddershofpad worden gesitueerd. </p><p>Op basis van de verzamelde informatie met betrekking tot landschap, bodem en bewoningsgeschiedenis is een verwachtingsmodel voor jager-verzamelaars (Steentijd) en landbouwers (Steentijd t/m Nieuwe tijd) in droge en natte landschappen opgesteld. Aan zones rondom bekende archeologische vindplaatsen en aan dekzandkopjes met een droog bodemprofiel is een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars en/of landbouwers toegekend. Er geldt een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars en landbouwers voor dekzandkopjes met een nat bodemprofiel en omringende gebieden met een droog profiel. Er geldt tevens een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van landbouwers rondom historische gebouwen. Voor de overige (natte) gebieden geldt een lage archeologische verwachting. Er geldt een onbekende archeologische verwachting voor het gebied dat wegens het ontbreken van betredingstoestemming niet onderzocht kon worden tijdens het veldwerk.</p><p>Op basis van de verwachtingskaart wordt voor gebieden rondom bekende arche-logische vindplaatsen een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven aanbevolen om zodoende de aard en begrenzing van de vindplaatsen te bepalen. In de regel voldoet in het Brabantse dekzandgebied een dekking van 7,5% van het desbetreffende gebied. <br>In de overige gebieden met een hoge, middelhoge en onbekende archeologische verwachting wordt geadviseerd om in eerste instantie een gedetailleerde oppervlaktekartering te laten uitvoeren. Doel hiervan is het opsporen van archeologische vindplaatsen. Om voldoende vondstzichtbaarheid te genereren, dienen percelen (zowel akkers als weilanden) geploegd en uitgeregend te zijn. Ter plaatse van de esdekken is de A-horizont iets dikker (maar echt dikke esdekken ontbreken) en dient de ploegdiepte 50 cm te zijn. Als een oppervlaktekartering niet mogelijk is worden proefsleuven met een dekking van 7.5% aanbevolen.</p><p>De gemeentelijk archeoloog, Guido van den Eynde, stelt dat het vervolgtraject zou moeten bestaan uit een combinatie van oppervlaktekartering en proefsleuven:<br>(A) Oppervlaktekartering op percelen met een goede vondstzichtbaarheid;<br>(B) Proefsleuven ter hoogte van de bekende en (met oppervlaktekartering) nieuw ontdekte vindplaatsen; <br>(C) Toetsend onderzoek ter hoogte van kopjes met een middelhoge/hoge verwachtingswaarde en een hoge bodemgaafheid die (1) niet gekarteerd zijn en (2) die wel gekarteerd zijn maar geen vondsten heb-ben opgeleverd. <br>Voor beide categorieën (kopjes wel gekarteerd-geen vondsten/kopjes niet gekarteerd) zouden bijvoor-beeld twee kopjes met de hoogste bodemgaafheid als steekproef kunnen worden gekozen. De keuze voor de kopjes van deze steekproef kan plaatsvinden aan de hand van de boorgegevens van het RAAP-onderzoek, maar kan ook aan de hand van kleine ‘kijkgaatjes’ met behulp van een graafmachine.</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau
创建时间:
2012-03-30



