five

Scharloo 26, Brielle Gemeente Brielle: Archeologisch bureauonderzoek Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase

收藏
Mendeley Data2024-04-06 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xp8-5scf
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van Rho adviseurs heeft IDDS Archeologie in december een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan het Scharloo 26 in Brielle, gemeente Brielle. De noodzaak tot het archeologisch onderzoek komt voort uit het bestemmingsplan. De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde verwachting.Het plangebied ligt in een stadsdeel van Brielle dat pas in 1587 binnen de vesting is komen te liggen. Daarvoor lag het plangebied waarschijnlijk in de middeleeuwse kreekgeul van de Goote en daardoor zijn alle eventuele resten van voor de Middeleeuwen opgeruimd. Ook als een deel van het plangebied in de 16e eeuw wel op de oostelijke oever van de kreekgeul lag dan worden geen resten uit de Middeleeuwen verwacht omdat het plangebied als onbebouwd staat weergegeven op de kaart van Jacob van Deventer en waarschijnlijk een relatief laaggelegen zone betrof die bij hoogwater overstroomde. In 1587 werd de vesting uitgebreid en kwam het plangebied binnen de stad Brielle te liggen. Hiervoor heeft eerst grootschalig ophoging plaatsgevonden. Het maaiveld voorafgaand aan de ophoging lag, in het geval van land, ongeveer op 0,7-0,8 m NAP en daarom is het ophoogpakket in het plangebied ten minste ongeveer 1,5 m dik. Als het plangebied inderdaad onderdeel was van de kreekgeul dan zal het ophoogpakket meters dik zijn. Dit deel van de stadsuitbreiding was in eerste instantie als tuingrond in gebruik. De oudste bebouwing kan op basis van het historisch kaartmateriaal dateren uit de periode tussen de tweede helft van de 17e eeuw en het begin van de 19e eeuw. Vanaf het begin van de 19e eeuw heeft mogelijk diverse malen herbouw plaatsgevonden. Op basis van het bureauonderzoek geldt in het plangebied een verwachting voor archeologische resten vanaf de uitbreiding van de vesting in 1587. Te verwachten sporen bestaan uit ophooglagen en resten van bebouwing (funderingen, muren, vloeren, kelders, waterputten, beerputten). Vondstmateriaal kan onder meer bestaan uit aardewerk, glas, bouwmateriaal en metaal. Archeologische resten worden voornamelijk verwacht in het ophoogpakket vanaf het maaiveld tot een diepte van ongeveer 1,0 m. verwacht wordt dat het ophoogpakket enkele meters dik is en dat er onder geen archeologische waarden voorkomen.Het veldonderzoek heeft aangetoond dat het plangebied inderdaad lag in de kreekgeul van de Goote en dat deze in 1587 grotendeels gedempt en opgehoogd is met een meer dan 4,0 m dik kleipakket. Archeologische resten worden alleen nog verwacht tussen het maaiveld en een diepte van maximaal 1,5 m. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het plangebied een middelhoge archeologische verwachting heeft voor resten van tuinen en gebouwen. De waarde van deze archeologische resten is moeilijk in te schatten. Het gaat waarschijnlijk voornamelijk om tuinen uit de 17e eeuw en gebouwen uit de 18e en 19e eeuw. Resten van siertuinen of resten uit de 18e-19e eeuw worden meestal niet hoog gewaardeerd in de gemeentelijke onderzoeksprogramma’s en hoewel onbekend is waarvoor de gebouwen uit de 18e-19e eeuw werden gebruikt is gezien het huidige gebouw een loods/schuur het meest waarschijnlijk. Ook dergelijke loodsen en schuren worden veelal niet als waardevol beschouwd. IDDS Archeologie adviseert om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden.
创建时间:
2023-06-28
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务