five

Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Oude Borculoseweg 7 te Eibergen Gemeente Berkelland

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-265-qwce
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Maatschap Stokkers uit Eibergen een bureauonderzoek en een karterend booronderzoek uitgevoerd voor de bouw van een nieuwe stal aan de Oude Borculoseweg 7 te Eibergen, gemeente Berkelland. (zie Afbeelding 1 en bijlage 1). Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 335 m². De nieuwe stal heeft een nieuwe verstoringsdiepte van 1,75 m – mv.De uitbreiding ligt op de beleidskaart van gemeente Berkelland in een attentiezone van 50 meter rondom een bekende archeologische vindplaats 3249 (nederzetting onbepaald, datering:Neoltihicum-Late Middeleeuwen) met een hoge archeologische waarde . Er dient te worden aangetoond dat met de geplande bodemingrepen dieper dan de bouwvoor geen archeologische waarden verloren gaan. Archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen dieper dan 30 cm-mv (RAAP, 2009). In het nieuwe ‘Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek’. Willemse, N.W. & M.H.J.M. Kocken 2012. (RAAP-rapport 2501) wordt voor gebieden met een hoge verwachting 250 m² als ondergrens vermeld. Omdat het plangebied binnen de attentiezone van een archeologisch monument ligt is, conform het Afwegingskader, onderzoek nodig bij verstoringen groter dan 50 m2.Het plangebied dient door de overschrijding van de vrijstellingsgrens voorafgaand aan de vergunningverlening in het kader van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), te worden onderzocht. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek dat aangevuld is met een inventariserend veldonderzoek (karterende fase).Conclusie Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden vanaf de Prehistorie tot en met de Nieuwe Tijd. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in de vorm van een karterend booronderzoek.Wat betreft landschappelijke ligging en verwacht oorspronkelijk bodemtype geeft het booronderzoek op hoofdlijnen een overeenstemmend beeld met dat wat verwacht werd op basis van het bureauonderzoek. Op grond van de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat in het plangebied oorspronkelijk sprake was van een zwarte enkeerd op een ondergrond van dekzand. Uit het booronderzoek blijkt echter dat de oorspronkelijke eerdlaag tot in de top van de C-horizont afgegraven is geweest ten behoeve van het inkuilen van voer (gras en/of maïs). Daarna is de eerdlaag weer teruggestort en is in recente tijd een bouwvoor gevormd met veel stukken betonpuin en machinaal gevormd baksteenpuin. Ook de bouw- en sloop van een voormalige schuur in het plangebied zouden volgens de opdrachtgever tot bodemverstoring hebben geleid.Selectieadvies Vanwege het ontbreken van archeologische cultuurlagen, vondstlagen of relevante archeologische indicatoren en de aanwezigheid van een tot in de top van de C-horizont verstoorde bodem achten wij vervolgonderzoek niet noodzakelijk. In het plangebied zijn geen archeologische vindplaatsen meer te verwachten.Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Voorbehoud Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Berkelland), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Het conceptrapport en het selectieadvies zijn op 16 januari 2015 beoordeeld (ODA, Zaaknummer S2015-021) door het bevoegd gezag en diens adviseur (mw. A. Lugtighied-Hendriks van de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). Behoudens enkele tekstuele opmerkingen die in dit definitieve rapport zijn verwerkt, is het bevoegd gezag akkoord met het advies om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Berkelland hiervan per direct in kennis te stellen.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务