Plangebied dijkverbetering Oudshoorn Zuid te Alphen aan den Rijn, gemeente Alphen aan den Rijn; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
收藏DANS Data Station Archaeology2021-09-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XR5-DEBP
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft RAAP in juli 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied dijkverbetering Oudshoorn Zuid te Alphen aan den Rijn in de gemeente Alphen aan den Rijn. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. In het plangebied zullen vanuit de stabiliteitsopgave werkzaamheden aan de dijk worden verricht waar dat nodig is. In augustus /september 2021 is het bureauonderzoek aangepast o.b.v. concrete inrichtingsplannen. Het plangebied wordt gevormd door de Kromme Aarweg met aangrenzende berm en de lus ter plaatse van het gemaal tot aan de verbinding met het Ooievaarspad. De Kromme Aarweg heeft zeer waarschijnlijk een oorsprong in de late middeleeuwen, vanaf de eerste ontginning van de omgeving van het plangebied. De locatie ervan is voornamelijk bepaald door de landschappelijke ligging aan stroomgordel van de Aar, een belangrijke crevasse- of perimariene kreek van de Oude Rijn. Het plangebied lag op de oeverwal direct langs een restgeul. Deze restgeul was vermoedelijk nog actief tot in de Romeinse tijd. Op grond hiervan worden resten van bewoning uit de periode late ijzertijd - Romeinse tijd verwacht. Bewoningssporen vanaf de late middeleeuwen bevinden zich indien aanwezig waarschijnlijk ter hoogte van de huidige boerderijen, net buiten het plangebied. De Kromme Aarweg zelf kan gezien worden als een historische weg daterend vanaf de late middeleeuwen. Onder de stroomgordelafzettingen en het veen wordt vanaf een diepte van ca. 10 m -NAP het Pleistocene niveau verwacht. Hiervoor geldt een verwachting voor archeologische resten uit het paleolithicum t/m mesolithicum. De voorgenomen ingrepen die bekend zijn, bestaan uit het afgraven van het asfalt van het bestaande wegdek, en het afgraven tot circa 0,5 m –mv direct naast het wegdek ten behoeve van de verbreding van de wegfundering. Daarnaast wordt aan de noordzijde van de teensloot een deel van in totaal circa 260 m2 afgegraven tot circa 3,45 m –NAP (circa 1 m –mv). Een westelijke sloot tussen de verbindingen met het Ooievaarspad wordt verlengd met circa 110 m2 tot circa 2,72 m –NAP (circa 0,5 m –mv). Langs andere delen van de Kromme Aarweg wordt een tuimelkade aangelegd en wordt de lus bij het gemaal rechtgetrokken. Ook wordt er een damwand geslagen tot in het Pleistocene zand. Op basis van de milieuboringen blijkt dat de bodemopbouw op de locatie van de geplande watercompensatie bestaat uit humeuze, kleiige komafzettingen. In de te verlengen westelijke sloot is de bovenste 50 cm grind en puin aanwezig. Op deze locaties kan de middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de late ijzertijd/Romeinse tijd naar beneden toe worden bijgesteld naar laag. Op basis van de dubbelbestemming geldt er voor een zone rondom de Kromme Aarweg dat bodemingrepen niet dieper dan 50 cm -mv dienen plaats te vinden. Dit geldt voor het afgraven van het talud, en werkzaamheden aan of direct langs de weg. Aangezien de afgravingen direct langs de Aarweg 0,5 m –mv bedragen, wordt hiervoor geen vervolgstap noodzakelijk geacht. Bij het plaatsen van damwanden wordt mogelijk het pleistocene niveau verstoord. Voor het plaatsen van damwanden zijn de ingrepen dusdanig beperkt van omvang (breedte) dat een vervolgonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Voor de watercompensatie aan de teensloot ten noorden van de weg en voor de watercompensatie bij de verbinding met het Ooievaarspad geldt een lage verwachting voor archeologische resten uit de late ijzertijd/Romeinse tijd. Aangezien de kans nihil is dat er bij deze ingrepen archeologische resten bedreigd worden, wordt ook hier geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Mochten de ingrepen wijzigen in aard, omvang of diepte wordt geadviseerd archeologisch onderzoek uit te laten voeren.</p>
提供机构:
RAAP
创建时间:
2021-09-23



