five

Groenekan, Ruigenhoek Gemeente De Bilt, Plangebied Ruigenhoek te Groenekan

收藏
DANS Data Station Archaeology2020-12-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZGP-ZP7U
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In het plangebied Golfcentrum Ruigenhoek te Groenekan (Gem. De Bilt) heeft BAAC een verkennend booronderzoek uitgevoerd, in zone C gevolgd door een karterend booronderzoek. De vraag hierbij was hoe de bodemopbouw (aard, opbouw, gaafheid) van het plangebied er uit ziet. Meer specifiek was de vraag in hoeverre in het gebied begraven dekzandkoppen aanwezig zijn met een middelhoge of hoge verwachting op vindplaatsen uit het mesolithicum. Het plangebied is daartoe verkennend geboord met een boorraster van 40x50 m en een Edelmanboor van 7 cm diameter. Vanwege verschillende vergunningsaanvragen zijn de boringen gezet in twee fasen en in de verkennende fase niet gezeefd. Alleen in zone C is een karterend booronderzoek uitgevoerd met een boorraster van 8 x 10 m en een Edelmanboor van 15 cm, waarbij het opgeboorde materiaal droog is gezeefd over 3 mm. De molshopen in het grasland op het terrein zijn bekeken op vondstmateriaal. In het onderzoeksgebied zijn nog geen archeologische waarden bekend.</p><p>Uit de boringen blijkt dat in het onderzoeksgebied drie hoofdeenheden kunnen worden onderscheiden: 1) een matig humeus, zandig ophoogdek met baksteen, glas en aardewerk uit de late middeleeuwen tot nieuwe tijd, 2) een grotendeels veraard zwak zandig en vondstloos veendek van 10 tot 70 cm dik en 3) de dekzandondergrond. In het dekzand was in i de onderscheiden zones A-B, C en D een nog (soms deels) intacte humuspodzol aanwezig met relatief goed ontwikkelde Ahb-, AE-/E-, Bhs- Bs- en BC-horizont. Dit bodemtype is kenmerkend voor voormalig hoger liggende dekzandkoppen en dekzandruggen. In de overige delen was een relatief nat bodemtype aanwezig met een Ahb-(Bs)-BC-profiel of met Ahb-AC/BC-C-profielen. Bij het verkennend onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor een (mesolithische vindplaats) of een begraven laatpaleolithische bodem (Usselo-bodem).<br>In zone C (een dekzandkop in het noordoostelijke deel van het plangebied) zal een waterloop worden gerealiseerd met ontgraving dieper dan 0,1 m +NAP (tot in de top van het dekzand). In die zone is aansluitend karterend geboord met het door de bevoegde overheid geadviseerde boorraster (8 x 10 m). De boringen zijn gezeefd over een zeef met maaswijdte van 3 mm. Daarbij zijn geen aanwijzingen gevonden voor een vindplaats uit het mesolithicum, het neolithicum of jongere perioden. Geadviseerd wordt om geen vervolgonderzoek uit te voeren en deze zone vrij te geven voor de geplande ontwikkeling. Voor die zone kan de archeologische dubbelbestemming komen te vervallen. Aanbevolen wordt om de nog niet gekarteerde zones A-B en D (afgedekte dekzandkoppen, met de top van het dekzand op 0,3 m –NAP of hoger) zoveel mogelijk buiten ontgravingen dieper dan 0,1 m +NAP te houden. Geadviseerd wordt die zones planologisch in te passen in de plannen en de archeologische dubbelbestemming te handhaven. Als (toekomstige) graaf- of ontgrondingswerkzaamheden dieper dan 0,1 m +NAP zullen worden uitgevoerd in deze gebieden en/of als handhaving van een archeologische dubbelbestemming voor die delen niet gewenst is, dan wordt aanbevolen om in de zones A-B en D met intacte veldpodzolbodems een vervolgonderzoek uit te voeren met karterende boringen (zie de oranjerode delen op de advieskaart: bijlage 5). Dat onderzoek dient geschikt te zijn voor het opsporen van steentijdvindplaatsen met een lage vondstdichtheid van bewerkt vuursteen en natuursteen.</p><p>Conform de leidraad voor karterend booronderzoek en het advies van de bevoegde overheid is onderzoeksmethode A4 het meest geschikt voor de opsporing van middelgrote nederzettingen uit de steentijd. Die methode gaat uit van een boorraster van 8x10 m (= 125 boringen/ha), een boordiameter van 15 cm en het zeven van opgeboord vondstmateriaal uit de top van het podzolprofiel onder het veendek (de Ahb-horizont, (A)E-horizont en B(h)s horizont). Die methode is echter niet geschikt voor het opsporen van kleinere jachtkampen: in dat geval is een raster van 4x5 m beter geschikt (= 500 boringen/ha). Voor de lichtgele zone op de advieskaart (bijlage 5) is de middelhoge specifieke verwachting op mesolithische jachtkampen bijgesteld naar een lage archeologische verwachting voor alle perioden vanwege verstoringen of al deels afgetopte bodemprofielen en vanwege de destijds natte omstandigheden in het gebied. Geadviseerd wordt om hier geen vervolgonderzoek uit te voeren en die zone vrij te geven voor de geplande ontwikkelingen.</p>
提供机构:
BAAC BV
创建时间:
2021-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务