Bureauonderzoek Archeologie Plangebied Kerkplein Riooltracé te Gendringen Gemeente Oude IJsselstreek
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-275-5h9b
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van gemeente Oude IJsselstreek, ten behoeve van rioolwerkzaamheden rond het Kerkplein te Gendringen (Afbeelding 1), een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd volgens het BRL protocol 4002. De werkzaamheden betreffen het vervangen van het huidige riool door een nieuw infiltratieriool. Het nieuwe riool zal worden geplaatst op de locatie van het oude riool en de geplande werkzaamheden hebben een verstoringsdiepte van maximaal 2,5 m-mv.1 Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 6300 m2.Uit de archeologische beleidskaart2 van gemeente Oude IJsselstreek, blijkt dat het plangebied ligt in een gebied met een archeologische waarde van categorie 3: Dorpskern 1850. Voor het plangebied geldt hierdoor een verplichting voor onderzoek als plangebieden groter zijn dan 100 m² en de werkzaamheden dieper gaan dan 30 cm-mv. Het plangebied overschrijdt deze waarden en daarom dient er archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden in de vorm van een bureauonderzoek volgens het BRL protocol 4002. Het archeologisch bureauonderzoek is namens de gemeente Oude IJsselstreek door mw. A. Lugtigheid van de Omgevingsdienst Achterhoek beoordeeld op 09-04-2020. De opmerkingen zijn verwerkt in deze definitieve versie.ConclusieUit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op een terrasrug ligt. Dit maakt het erg geschikt voor permanente bewoning vanaf de Late Prehistorie. In het Holoceen zijn over de terrasrug riviersedimenten afgezet die vervolgens zijn afgedekt met een dekzandlaag van meer dan 1 meter dik. Deze opeenvolging van rivierafzettingen en dekzand geeft aan dat er mogelijkheden zijn om archeologische vindplaatsen vanaf het Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd aan te treffen. Daarnaast is het plangebied gelegen in de oude dorpskern van Gendringen. Hierdoor is er vermoedelijk sprake van één of meerdere antropogene ophogingslagen die zijn ontstaan als gevolg van langdurige bewoning binnen het plangebied.De kans op het aantreffen van vondsten vanaf het Paleolithicum tot aan de Vroege Middeleeuwen kan middelhoog worden ingeschat. Door de ligging van het plangebied was het plangebied geschikt als (tijdelijke) nederzettingslocatie, maar door de langdurige bewoning vanaf de Late Middeleeuwen kunnen oudere vindplaatsen reeds verstoord zijn. Vindplaatsen uit het Paleolithicum/Mesolithicum kunnen zich bevinden in de top van het pleistocene rivierzand, dat zich naar verwachting op minimaal 2 meter beneden het huidige maaiveld bevindt. In het zand onder de bouwvoor op een diepte van 0,30-1,00 m-mv kunnen zich vindplaatsen bevinden vanaf de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. De verwachting voor vondsten vanaf de Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd wordt, gegeven de ligging in de oude kern van Gendringen, hoog geacht. Daar waar het plangebied overlapt met de delen die als kerkhof in gebruik zijn geweest kunnen begravingen worden verwacht. Het wegtracé en dus de geplande riolering lopen echter niet door dit gebied dus de kans dat deze resten worden aangetroffen is niet aannemelijk.Het plangebied is als onderdeel van de bebouwde kom van Gendringen zeer waarschijnlijk verstoord geraakt. Door de bouw en sloop van gebouwen en de veranderende loop van het wegenstelsel zal de bodem verstoord geraakt zijn tot op een nog onbekende diepte. Dat de bodem verstoord is betekend niet perse dat er geen archeologische resten meer aanwezig zijn. Aangezien het plangebied zich binnen de historische binnenstad bevindt kan het zijn dat middeleeuwse funderingen, waterputten, kelders, begravingen etc. zich nog in de C-horizont bevinden. Voor de delen van het plangebied die nooit bebouwd zijn geweest wordt aangenomen dat de verstoring niet dieper reikt dan 0,50 m-mv. Een bijzondere situatie doet zich voor op de locatie waar het huidige riool zich bevindt. Dit riool is aangelegd tot een maximale diepte van 2,15 m-mv. Daar waar het huidige riool is aangelegd worden archeologische niveaus dus niet meer verwacht tot de verstoringsdiepte van maximaal 2,15m-mv. Onder het huidige riool kunnen zich wel weer archeologische resten vanaf de Middeleeuwen bevinden die zich dieper in de bodem bevinden.Op basis van het bureauonderzoek wordt verwacht dat er in het plangebied nog intacte archeologische niveaus aanwezig kunnen zijn. Deze kunnen sporen bevatten uit alle archeologische periodes vanaf het Laat Paleolithicum. De kans bestaat wel dat oudere vindplaatsen door langdurige bewoning vanaf de Late Middeleeuwen verstoord zijn. Daarnaast is de bodem op de locatie van het huidige riool verstoord tot een maximale diepte van 2,15 m-mv en op deze locatie zullen geen archeologische niveaus meer aanwezig zijn. Vervolgonderzoek voor deze locaties met het huidige riool is dan ook niet noodzakelijk voor ingrepen tot 2,15 m-mv.SelectieadviesUit het bureauonderzoek blijkt dat er binnen het plangebied nog intacte archeologische niveaus aanwezig kunnen zijn. Dit geldt echter niet voor de locatie van het huidige riool. Dit riool is aangelegd tot een maximale diepte van 2,15 m-mv. Daar waar het huidige riool is aangelegd worden archeologische niveaus dus niet meer verwacht tot die verstoringsdiepte.Uit contact met de opdrachtgever blijkt dat het nieuwe riool wordt geplaatst op de locatie van het huidige riool. Dit houdt in dat de geplande werkzaamheden naar verwachting dan ook geen archeologische resten meer zullen verstoren. Mocht bij de definitieve plannen blijken dat het nieuwe riool inderdaad op de exacte locatie van het huidige riool wordt geplaatst, dan kunnen de geplande graafwerkzaamheden voor het vervangen van het riool zonder verdere maatregelen uitgevoerd worden. Mocht het nieuwe riool toch op een andere locatie worden aangelegd dan het huidige riool adviseren wij om in eerste instantie een verkennend booronderzoek uit te voeren in de delen van het plangebied welke niet verstoord zijn door de aanleg van het huidige riool, om de intactheid van het bodemprofiel en de bodemsamenstelling te onderzoeken. Voorafgaand aan een booronderzoek dient een Plan van Aanpak opgesteld te worden dat getoetst wordt door gemeente Oude IJsselstreek en diens archeologisch adviseur (mw. A. Lugtigheid van de ODA).SelectiebesluitHet bureauonderzoek is op 09-04-2020 beoordeeld door mw. A. Lugtigheid van de ODA (zaaknummer: 2020EA0500). Het advies van mw. A. Lugtigheid luidt als volgt: ‘Uit het bureauonderzoek blijkt dat het tracé deels ter plekke van (oude) kerkhoven ligt. Op deze locaties kunnen nog begravingen aanwezig zijn. Mogelijk bevinden zich nog begravingen of grond met (klein) botmateriaal dieper dan de huidige riolering. Het is belangrijk om hier zorgvuldig mee om te gaan. Een booronderzoek is hiervoor minder geschikt, omdat de botresten dan ook gemist kunnen worden.Voorkomen moet worden dat grond met botresten uitgegraven wordt, zonder archeologische begeleiding. Ik adviseer daarom een archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden indien die dieper of op een andere plek plaats vinden dan de huidige riolering. De archeologische begeleiding moet dan in ieder geval plaats vinden ter plekke van die delen van het tracé waar botresten of skeletten mogelijk aanwezig kunnen zijn. Voor de overige delen van het tracé kan eventueel eerst een karterend booronderzoek uitgevoerd worden. Maar logischer is om het gehele tracé archeologisch te begeleiden. Daarvoor moet een Programma van Eisen geschreven en goedgekeurd worden. Indien dit mogelijk is, is het verstandig om ervoor te kiezen om het nieuwe riool op exact dezelfde plek en niet dieper dan het huidige riool te leggen. Als de verstoring niet groter wordt dan de verstoring die nu al door de rioleringswerkzaamheden veroorzaakt is, dan is verder archeologisch onderzoek niet nodig.’VoorbehoudHet uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Wij wijzen erop dat het selectieadvies van Hamaland Advies af kan wijken van het selectiebesluit van gemeente Oude IJsselstreek.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de adviseur van gemeente Oude IJsselstreek (mw. A. Lugtigheid van de ODA).
创建时间:
2024-01-31



