five

BO IVO Stationsweg 163 Zuidlaren Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek – verkennende fase Stationsweg 163 te Zuidlaren, gemeente Tynaarlo (DR)

收藏
DataCite Commons2024-12-02 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://doi.org/10.17026/dans-zrw-98yd
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Laagland Archeologie heeft in november-december 2019 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek – verkennende fase uitgevoerd op het adres Stationsweg 163 te Zuidlaren (Sanatorium). Het onderzoek vond plaats in verband met een bestemmingsplanwijziging en de plannen voor de nieuwbouw van vier patiowoningen. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge archeologische verwachting gekregen voor resten van nederzettingen uit de periode laat-paleolithicum – vroege middeleeuwen. In de late middeleeuwen en nieuwe tijd concentreerde de bewoning zich in de esdorpen, zoals we die tot op de dag van vandaag kennen. Het sanatorium en de bijbehorende vijver en tuinen werden gebouwd respectievelijk aangelegd tussen 1930 en 1940. Hierbij is de vrijgekomen grond bij het graven van de vijver gebruikt om het terrein rondom het sanatoriumgebouw op te hogen. De tuinen, gelegen zowel ten westen, als ten oosten van het sanatorium, waar de vier patiowoningen zijn voorzien, zijn ook opgehoogd. In de Tweede Wereldoorlog heeft het pand gediend als onderkomen voor de Duitse bezetters. Het verwachtingsmodel is getoetst en aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. In beide plangebieden zijn vier verkennende boringen gezet. Gebleken is dat de bodem van het westelijke terrein circa 2,0 meter en die van het oostelijke terrein met circa 2,5 meter grond is opgehoogd. Hieronder zijn in het westelijk deel nog BC-horizonten en in het oostelijke, - van nature lagere deel - zijn vanaf 2,7 m -mv Bh-horizonten aangetroffen. Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek is de archeologische verwachting voor het westelijk deel bijgesteld naar laag en die van het oostelijk deel blijft middelhoog. Voor het westelijke deel wordt geadviseerd om geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Voor het oostelijke terrein wordt aangeraden om grootschalige graafwerkzaamheden (> 200 m2) dieper dan 2,5 m-mv te voorkomen. Zijn wel dergelijke grondroerende werkzaamheden voorzien dan wordt aangeraden om in het oostelijk deel een karterend booronderzoek uit te voeren. Hierbij kan dan gekozen worden voor de onderzoeksmethode A3 van de Leidraad Karterend Booronderzoek, waarbij geboord wordt in een 13 x 15 m grid met een 12 cm Edelmanboor. De monsters worden vervolgens gezeefd over een maaswijdte van 3 mm. Met deze methode kunnen vindplaatsen met een omvang van 200 – 1000 m2) worden opgespoord met een matig-hoge vondstdichtheid. Rekening dient te worden gehouden met een boordiepte van 2,8 m-mv. Mochten bij graafwerkzaamheden in de westelijke locatie onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de gemeente of haar regio-archeoloog (zie hierboven). De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Tynaarlo, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, dhr. M. Huisman.
提供机构:
Laagland Archeologie
创建时间:
2021-06-28
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务