five

Gemeente Tilburg. Plangebied Louis Bouwmeesterplein te Tilburg.

收藏
DataCite Commons2025-04-22 更新2025-05-10 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/CMEZCC
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
BAAC heeft een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd in het plangebied Louis Bouwmeesterplein te Tilburg, gemeente Tilburg. Aanleiding voor het onderzoek is de herontwikkeling van het plangebied. Voor deze ontwikkeling dient het omgevingsplan te worden gewijzigd. Op basis van onderhavig bureauonderzoek wordt een advies opgesteld over hoe er met de archeologische en cultuurhistorische waarden dient te worden omgegaan. Men is voornemend de bestaande bebouwing te verwijderen en dit te vervangen door nieuwbouw. De exacte diepteligging van de bodemingrepen is nog niet bekend, maar er is wel het voornemen om de nieuwbouw van parkeerkelders te voorzien. Ook wordt de oude straatloop van de Zomerstraat worden hersteld. De werkzaamheden vinden plaats binnen een gebied van 1,4 ha. Het gehele plangebied heeft een oppervlak van circa 1,9 ha. Realisatie van de plannen kan leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische waarden. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied op de zuidelijke flank van het Tilburgs dekzandplateau is gelegen. Ten zuiden van het plangebied is een periglaciaal dal aanwezig. Op de hogere dekzanden kunnen zich podzolbodems hebben gevormd. De natuurlijke bodem is gedurende de late middeleeuwen en/of de nieuwe tijd afgedekt door een esdek. In de hogere delen van het landschap worden hoge zwarte enkeerdgronden verwacht terwijl er in het zuiden van het plangebied mogelijk nog gooreerdgronden voorkomen. In de late middeleeuwen ontstaan rondom Tilburg meerdere bewoningskernen of zogenaamde herdgangen. De herdgang van Haringseind ontstond ten zuidwesten van het plangebied. Het noorden van het plangebied wordt onderdeel van de kern van Kerk, de kern die uitgroeide tot het religieuze en bestuurlijke hart van Tilburg. Aan het begin van de 19e eeuw zijn in het noorden van het plangebied historische erven aanwezig, gesitueerd aan de Zomerstraat. De overige percelen waren in gebruik als wei- of hooiland. Aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw breidde de bewoningslinten zich uit waardoor de gehele westzijde van het plangebied bebouwt raakte. Centraal in het plangebied werd een fabrieksterrein ingericht. In de jaren ’60 van de 20e eeuw is dit terrein ontmanteld en is alle bebouwing in het plangebied gesloopt om plaats te maken voor de huidige bebouwing. Als gevolg van de historische bouw- en sloopwerkzaamheden en het realiseren van de huidige bebouwing kan de bodem plaatselijk vestoord zijn geraakt. Archeologie Op basis van het bureauonderzoek geldt er binnen het plangebied een middelhoge verwachting op resten van jagerverzamelaars uit het midden- tot laat-paleolithicum in de top van het Oud dekzand en het laat-paleolithicum tot neolithicum en een hoge verwachting voor resten van boerensamenlevingen uit het neolithicum tot en met de middeleeuwen. Vindplaatsen uit het laat-paleolithicum tot en met de middeleeuwen liggen naar verwachting in de top van het dekzandpakket, onder een esdek en/of stedelijke ophoogpakketten (dieper dan 50 cm -mv). Op specifieke locaties langs de Zomerstraat is de verwachting hoog op het aantreffen van historische erven. Onder de oude ligging van de Zomerstraat, en in mindere mate bij de Kloosterstraat, is de verwachting hoog op het aantreffen van oude straatniveaus en/of karrensporen. Deze resten uit de late middeleeuwen tot en met nieuwe tijd kunnen direct onder de bouwvoor liggen (circa 30 cm -mv). Ten hoogte van de bestaande bebouwing (appartementencomplex en parkeergarage) is vanwege bekende diepe bodemverstoringen de archeologische verwachting laag. BAAC adviseert om een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven uit te voeren binnen de zones met een (middel)hoge verwachting. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zal doormiddel van profielgaten en aanvullende boringen worden onderzocht of er diepere niveaus verwacht kunnen worden. Voor onderzoek naar de dieper gelegen bodemlagen is het advies om tijdens de ontgraving van de toekomstige parkeerkelder een inspectie te laten uitvoeren door een fysisch geograaf of een archeoloog met kennis van landschap. Bij het aantreffen van archeologische indicatoren kan de inspectie worden opgeschaald naar een archeologische begeleiding van de verdere ontgraving. Cultuurhistorie In het noorden van het plangebied was langs beide zijden van de Zomerstraat bebouwing aanwezig. De bebouwing langs de Zomerstraat vormde een aaneengesloten bewoningslint van kleinschalige bebouwing. Vanaf 1853 wordt achter dit bebouwingslint in het plangebied een stoomfabriek aanwezig, welke later is omgevormd tot wollenstoffenfabriek. De fabrieksbebouwing breidde zich langzaam uit tot een grootschalig fabrieksterrein. De fabriek is in 1961 verkocht aan de gemeente en afgebroken. Van de historische bebouwing is in het plangebied niks meer aanwezig. De nog aanwezige cultuurhistorische elementen zijn: - De Zomerstraat - De Kloosterstraat - Het Zomerpark Het noordelijke uiteinde van de Zomerstraat is in de jaren ’60 verlegt en buigt nu af naar het noorden. Het Zomerpark ligt op de locatie van een oude stadstuin. Op basis van de huidige plannen zal de oude ligging van de Zomerstraat terugkeren in het straatbeeld als doorgang voor voetgangers en zal de Kloosterstraat gehandhaafd blijven. In de historische situatie lag het plangebied op een overgang van kleinschalige bebouwing (woningen) in het noordwesten van het plangebied (Zomerstraat) naar grootschalige bebouwing (fabrieksterrein en kloosterterrein) richting het zuidoosten.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-04-17
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务