five

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Boswijklaan te Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug (UT) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Boswijklaan te Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug (UT)

收藏
DANS Data Station Archaeology2025-01-01 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/KFE4OL
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Laagland Archeologie heeft in januari 2024 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd op een tweetal locaties aan de Boswijklaan te Doorn. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande bouw van nieuwe woningen.<br>Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.<br>Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.<br>Het plangebied ligt in het overgangsgebied van een stuwwal van de Utrechtse Heuvelrug en een riviervlakte. Op de geomorfogenetische kaart liggen beide deelgebieden in dekzand met oud bouwlanddek Bodemkundig zijn in het plangebied enkeerdgronden te verwachten. Eventuele archeologische resten zullen naar verwachting goed gepreserveerd zijn.<br>In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit de IJzertijd tot de Nieuwe Tijd bekend. Vlak bij deelgebied B ligt een AMK-terrein met nederzettings-resten uit de IJzertijd ? Romeinse Tijd.<br>In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein van deelgebied A omschreven als bos. Het terrein van deelgebied B werd omschreven als natte of woeste gronden met een klein deel bouwland. Uit topografische kaarten blijkt dat rekening is te houden met bodemverstoring als gevolg van bebouwing vanaf 1984 in deelgebied B en 1999 in deelgebied A. Tot die tijd was het plangebied onbebouwd. Voor de periode Laat-Paleolithicum ? Late Middeleeuwen geldt een hoge verwachting voor deelgebied A en een middelhoge archeologische verwachting omdat deelgebied B grotendeels tot natte of woeste gronden behoorde. Wel ligt binnen 200 m afstand van deelgebied B een nederzettingsterrein uit de IJzertijd-Romeinse Tijd. Voor wat betreft de IJzertijd zocht men vaak de wat lager gelegen, nattere gronden op. Vermoed wordt dat dit te maken heeft met een klimaatoptimum. Om die reden geldt voor deze periode een hoge archeologische verwachting voor deelgebied B. Uit de Nieuwe Tijd is geen bebouwing bekend en geldt een middelhoge verwachting.<br>Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.<br>Op deellocatie A is een verstoorde, humeuze bovengrond aangetroffen met daaronder een matig roestige ondergrond bestaande uit dekzanden. Alleen boring 4 is gestuit direct onder styropor. Wellicht bestond het bodemtype in de lagere terreindelen uit beekeerdgronden. Alleen in het hogere deel van deellocatie waren mogelijk nog bodemhorizonten van veldpodzolgronden aanwezig, bovenop deze matig roestige ondergrond. Deze zijn echter niet meer aangetroffen. Deellocatie B bestond oorspronkelijk voornamelijk uit natte woeste gronden. Alleen in het zuidelijke deelgebied B is een Bhs-horizont, direct bovenop een dekzandondergrond aangetroffen bestaande uit matig roesthoudende zanden. Zowel op deellocatie A als B lijkt het terrein te zijn geëgaliseerd door ophoging in de oorspronkelijk lagere delen. Mogelijk zijn daarbij deels de hogere delen afgeschoven. Alleen in het zuidelijke deel van deelgebied B is een onverstoorde bovengrond aangetroffen. Nergens zijn relevante archeologische indicatoren aangetroffen. Alleen voor het zuidelijke deelgebied B kan de archeologische verwachting worden gehandhaafd.<br>Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Utrechtse Heuvelrug. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, Peter Weterings, Gemeentelijk archeoloog.<br>Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).</p>
创建时间:
2025-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务