Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Molenerf te Uithuizen, gemeente Het Hogeland (GR) Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Molenerf te Uithuizen, gemeente Het Hogeland (GR)
收藏DataCite Commons2025-02-17 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/XDIE7X
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Laagland Archeologie heeft in mei/juni 2023 een Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd op een terrein aan de Molenerf te Uithuizen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de gedeeltelijke herinrichting van het gebied.Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4003. Het verkennend booronderzoek is een vervolg op een eerder uitgevoerd bureauonderzoek en had tot doel het eerder opgestelde verwachtingsmodel te toetsen en waar nodig aan te vullen.Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied ligt op een langgerekte kwelderwal die vóór 100 na Chr. gevormd is en zich in de navolgende eeuwen nog verder ontwikkelde. De noordzijde van het plangebied grenst aan de oude kern van Uithuizen, die in ieder geval tot 1000 na Chr. is terug te voeren. Uithuizen is waarschijnlijk ontstaan aan de rand van een wierde, die zich nog iets verder ten westen bevindt. Ongeveer 150 m ten oosten ligt een borgterrein dat is terug te voeren tot de 14e eeuw. De noordwesthoek van het plangebied was in ieder geval rond 1748-1767 bebouwd. Die bebouwing hangt vermoedelijk samen met het haventje van het Boterdiep, dat in de 17e eeuw is aangelegd. De bebouwing is daarmee vermoedelijk niet ouder dan de 17e eeuw. Rond 1832 was meer bebouwing aanwezig, waaronder een in 1819 gebouwde windmolen met diverse woningen en bedrijfsgebouwen in de zuidzijde van het plangebied.Op basis van het bureauonderzoek is het de volgende archeologische verwachting opgesteld. Op de kwelderwal in het plangebied is bewoning te verwachten vanaf de Romeinse tijd en mogelijk ook de IJzertijd (vlaknederzettingen). Op basis van de geraadpleegde bronnen worden in het plangebied geen dorps- of huiswierden verwacht. Resten van vlaknederzettingen komen vooral tot uiting in de aanwezigheid van zogenoemde ‘vuile lagen’ in de kwelderafzettingen. Daarnaast kan enig aardewerk, houtskool en dergelijke aanwezig zijn. Deze bevinden zich naar verwachting vlak onder het (voormalige) maaiveld of tot een diepte van maximaal ruwweg 150 cm daaronder. In het plangebied kunnen voorts resten van bebouwing uit de Nieuwe Tijd aanwezig zijn. Dit betreft resten van funderingen, uitbraaksleuven en dergelijke. Ook kunnen resten van oude kademuren en dergelijke worden verwacht in het meest westelijke deel van het plangebied. Resten hiervan zijn tijdens een eerdere archeologische begeleiding aangetroffen. Naar verwachting is de bodem op de nieuwbouwlocaties tot grote diepte verstoord als gevolg van de huidige bebouwing en de diverse voorgangers en daarmee samenhangende bouw- en sloopwerkzaamheden op deze locaties. De kans dat op de nieuwbouwlocaties nog intacte resten bewaard zijn gebleven wordt klein geacht.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied 13 verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoeksmethode om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem tot in de zandige wad of kwelderafzettingen is verstoord. Er is geen potentieel archeologisch niveau in deze afzettingen herkend. De aanwezigheid van archeologische resten ouder dan de nieuwe tijd wordt onwaarschijnlijk geacht.Het bureauonderzoek en het verkennend booronderzoek hebben onvoldoende informatie opgeleverd om een uitspraak te kunnen doen of archeologische resten uit de nieuwe tijd en mogelijk late middeleeuwen in de noordpunt en zuidzijde het plangebied aanwezig zijn.Geadviseerd wordt om bij grootschalige graafwerkzaamheden in de zones waar bebouwing aanwezig was op de kaart Beckeringh en de minuutplan een archeologische begeleiding uit te voeren om zo de mogelijkheid te hebben om waarnemingen te doen aan de oudste bewoning in dit deel van Uithuizen. Op basis van de huidige plannen lijkt dit met name te gelden voor de noordpunt van het plangebied.Om deze reden adviseren we vervolgonderzoek uit te voeren bij bodemverstoringen dieper dan 70 cm in de noordpunt en zuidzijde van het plangebied. Let op dit gaat om een begeleiding van de sloop- en bouwrijp maken van het terrein. Dus het verwijderen van oude funderingen etc. en daarna de graafwerkzaamheden ten behoeve van de nieuwbouw. Het gaat om een opgraving - variant archeologische begeleiding (SIKB Protocol 4004). Voor het uitvoeren van een archeologische begeleiding dient een programma van eisen (PvE) te worden opgesteld en goedgekeurd door de bevoegde overheid.De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Het Hogeland, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer W. Dijkstra.Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-02-17



