Transect-rapport 1948: Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, IVO Verkennende Fase. Noordwijk, Beeklaan, Gemeente Noordwijk (ZH)
收藏DANS Data Station Archaeology2019-07-02 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X5R-9GTM
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In november 2018 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Verlengde Beeklaan in Noordwijk (gemeente Noordwijk). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het herinrichting van het plangebied. De werkzaamheden omvatten onder meer het planten van verschillende bomen en het vervangen van de huidige riolering in het terrein. Het plangebied ligt volgens de gemeentelijk archeologische beleidskaart in een zone met een archeologische verwachtingswaarde 5 en 6. Dit betekent dat voor de voorgenomen bodemingrepen, in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning een archeologische waardestelling nodig is, wanneer bodemingrepen groter zijn dan 250 m2 en dieper dan 30 cm. Hiervoor dient een archeologisch vooronderzoek te worden uitgevoerd. Dit rapport beschrijft de resultaten van een archeologisch vooronderzoek in het plangebied en voorziet in die plicht. Op basis van de resultaten van het onderzoek is vastgesteld dat het plangebied in strandwallenlandschap dat onder sterke invloed van overstromingen vanuit de monding van de Oude Rijn heeft gestaan. Er zijn kwelderafzettingen waargenomen, afgewisseld met veen, en overstromingsafzettingen (zand en klei). Dit relatief vochtige landschap bood mogelijkheden voor bewoning, zij het dat deze mogelijkheden beperkt waren tot de toppen van de duinafzettingen in het plangebied. Dit bleek onder meer ook uit het archeologisch onderzoek ten noorden van de Beeklaan, waar op de duintoppen gedeeltelijke gebouwplattegronden zijn gevonden en sporen van landgebruik (eergetouwkrassen, beakkering; Tol en Hemminga, 2017). In het zuidoostelijk deel van het plangebied zijn ook duinafzettingen waargenomen, die archeologisch gezien nog intact zijn. Daar kunnen in de top of op diepere begraven niveaus (in vegetatieniveaus) nog archeologische resten aanwezig zijn. Deze resten dateren theoretisch gezien in de periode Neolithicum-Vroege Middeleeuwen, maar gezien de resultaten van het onderzoek ten noorden van het plangebied zijn sporen uit de IJzertijd-Romeinse tijd het meest waarschijnlijk. Daarom geldt voor het zuidoostelijk deel van het plangebied een hoge archeologische verwachting. De ligging van deze hoge verwachtingszone is weergegeven in bijlage 7. In het noordwestelijk deel van het plangebied geldt een lage archeologische verwachting. In aansluiting op de resultaten van het archeologisch onderzoek ten noorden van het plangebied zijn hier verspoelde duinafzettingen gevonden, die in de Vroege Middeleeuwen tijdens een flinke overstroming in het gebied zijn gedeponeerd (Tol en Hemminga, 2017). Kort daarna is het landschap vernat en heeft in de top van de overstromingsafzettingen landbewerking plaatsgevonden. Het is zodoende niet de verwachting dat in de top van de overstromingsafzettingen archeologische resten aanwezig zullen zijn (vanaf de Vroege Middeleeuwen). Dieper, in de top van het veen en op de strandafzettingen, zijn naar verwachting ook geen resten aanwezig. Deze uitspraak is gebaseerd op de erosieve overgang tussen de overstromingsafzettingen en het veen in dit deel van het plangebied (waardoor resten zijn verspoeld) en de relatief lage en natte landschappelijke ligging van de strandafzettingen hier.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-01-10



